Almere test drijvende groenteteelt: eerste oogst bewijst potentieel voor steden aan water
In Almere is voor het eerst groente geoogst van een drijvend eiland in het Weerwater. Het project toont aan dat stadslandbouw op water economisch en ecologisch voordeel kan bieden, vooral voor dichtbevolkte gebieden waar grond schaars is.
In Almere is voor het eerst groente geoogst van een drijvend eiland in het Weerwater. Waterboer Saria de Olde oogste onder meer paksoi, bloemkolen en bonen van twee foliekassen die op een drijvend platform staan. De planten groeien niet in grond, maar met hun wortels in water dat voorzien is van voedingsstoffen en zuurstof. Het is een gesloten systeem waarbij alles nauwkeurig kan worden gecontroleerd. De eerste oogst markeert een mijlpaal voor een project dat jaren in voorbereiding was en dat mogelijk een nieuw model voor stadslandbouw in Nederland en wereldwijd kan worden.
Drijvende Future, het bedrijf achter het initiatief, ziet in drijvende groenteteelt een oplossing voor een groeiend probleem: veel grote steden ter wereld liggen aan water, maar hebben weinig beschikbare grond voor voedselproductie. Martin Hubers, oprichter van Floating Future, werkt al jaren aan het concept. "Veel grote steden in de wereld liggen aan water. De grond is daar vaak schaars. Door groente dichtbij op het water te verbouwen, voorkom je enorm veel transportkosten en vervuiling. Extra voordeel is dat het eiland drijft. Het heeft dus geen last van de stijgende zeespiegel," aldus Hubers. Het project in Almere dient als testcase voor een concept dat op veel meer plaatsen kan worden toegepast.
De technische opzet van het drijvende eiland is relatief eenvoudig maar effectief. Twee foliekassen staan op een drijvend platform dat in het Weerwater ligt. Onder de kassen hangen plantenbakken waarin het water wordt voorzien van voedingsstoffen, zuurstof en andere benodigde elementen. Dit hydroponische teeltsysteem maakt het mogelijk om groenten te verbouwen zonder grond, met veel minder water dan traditionele landbouw, en met volledige controle over groeiomstandigheden. De planten groeien op platen die kunnen worden verplaatst, hoewel de huidige opstelling nog niet volledig geoptimaliseerd is voor efficiënte oogst.
De eerste oogst toont aan dat het concept werkt, maar ook dat er nog veel optimalisatie nodig is. De paksoi groeit goed, maar andere gewassen zoals tomaten hebben moeite. Saria de Olde werkt nog aan het verbeteren van de oogstmethode en de groeiomstandigheden. "Ik ben nog bezig met het bouwen van een plek om makkelijk te kunnen oogsten. De planten groeien op een soort platen, die ik eigenlijk op een stellage wil trekken. Dat lukt nu nog even niet, dus haal ik een paar platen met een bootje eruit," zegt De Olde. De tomaten hebben het moeilijk omdat ze te vroeg met hun wortels in het water zijn gehangen, en omdat de temperatuur van het open water nog niet optimaal is voor deze gewassen.
Wageningen University & Research is nauw betrokken bij het project en onderzoekt de kwaliteit en groei van de groenten. Arjan Dekking, onderzoeker aan Wageningen, bestudeert hoe planten groeien op het water en hoe dit zich verhoudt tot traditionele teelt op land. "Het is interessant om te bekijken hoe de planten groeien en hoe ze op het water smaken, in vergelijking met op het land. Zitten er evenveel voedingsstoffen in? Het is nog te vroeg om conclusies te trekken, maar we zien zeker mogelijkheden," aldus Dekking. Dit onderzoek is van groot belang voor de verdere ontwikkeling van het concept en voor het verkrijgen van inzicht in de economische en nutritionele haalbaarheid.
Economische en ecologische voordelen
Drijvende groenteteelt biedt potentieel grote voordelen voor steden en regio's. Het belangrijkste voordeel is de korte afstand tussen productie en consument. Traditionele groenteteelt vindt plaats op het platteland, vaak ver van grote steden. Dit betekent lange transportafstanden, hoge logistieke kosten en aanzienlijke CO2-uitstoot. Door groente dicht bij de stad te verbouwen, kunnen deze kosten en emissies drastisch worden verminderd. Voor Almere, een stad met ruim 220.000 inwoners en een groeiende bevolking, kan lokale voedselproductie bijdragen aan voedselzekerheid en economische zelfstandigheid.
Een ander voordeel is het efficiënte watergebruik. Hydroponische teeltsystemen gebruiken tot 90 procent minder water dan traditionele landbouw, omdat water wordt hergebruikt in plaats van in de grond te verdwijnen. Dit is van groot belang in een tijd van toenemende droogte en waterschaarste. Nederland ondervindt steeds vaker last van droge periodes, vooral in de zomer, wat de beschikbaarheid van water voor landbouw onder druk zet.
Bovendien biedt drijvende groenteteelt een oplossing voor het probleem van stijgende zeespiegels en waterpeil. Omdat het platform drijft, stijgt het mee met het water en ondervindt het geen last van overstromingen of waterstandsvariaties. Dit is vooral relevant voor laaggelegen gebieden zoals Nederland en voor eilanden in het Caribisch gebied en Zuidoost-Azië, waar stijgende zeespiegels een toenemende bedreiging vormen.
De technologie maakt ook intensievere teelt mogelijk. Door volledige controle over groeiomstandigheden kunnen gewassen sneller groeien en kunnen meerdere oogsten per jaar worden behaald. Dit verhoogt de productiviteit per vierkante meter en maakt de teelt economisch aantrekkelijker. Voor ondernemers in de voedselproductie kan dit betekenen dat drijvende groenteteelt een rendabel bedrijfsmodel kan worden.
Internationale ambities en toekomstperspectief
Hubers en Floating Future hebben grote plannen voor uitbreiding. Het bedrijf werkt aan projecten in Suriname en het Caribisch gebied, waar drijvende voedseleilanden op zee zullen worden geplaatst. Dit is een logische volgende stap, omdat veel eilanden en kuststeden in deze regio's sterk afhankelijk zijn van voedselimport, wat duur en logistiek complex is. "Daar drijven de voedseleilanden straks op zee. Dat kan: we hebben het getest bij hoge golven. Het zal daar echt een enorm verschil maken. Het meeste voedsel op eilanden wordt geïmporteerd. Stel je eens voor hoe mooi het zou zijn als dat straks niet meer hoeft," aldus Hubers.
De testen met hoge golven tonen aan dat het concept ook onder moeilijke omstandigheden kan werken. Dit opent mogelijkheden voor toepassing in gebieden met ruw weer en hoge golven, wat het potentiële toepassingsgebied aanzienlijk uitbreidt. Voor eilanden in het Caribisch gebied zou drijvende groenteteelt een game-changer kunnen zijn, omdat het voedselzekerheid verbetert, importkosten verlaagt en werkgelegenheid creëert.
In Nederland zijn er ook veel mogelijkheden. Naast Almere hebben andere steden aan water, zoals Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, interesse getoond in stadslandbouw. Drijvende groenteteelt kan een aanvulling zijn op andere vormen van stadslandbouw, zoals daktuinen, verticale tuinen en kassentuinen. De combinatie van verschillende teeltmethoden kan bijdragen aan een meer duurzaam en veerkrachtig voedselsysteem.
Uitdagingen en vervolgstappen
Ondanks de veelbelovende eerste resultaten zijn er nog aanzienlijke uitdagingen. De huidige opstelling is nog niet volledig geoptimaliseerd voor commerciële schaal. De oogstmethode moet efficiënter worden, de groeiomstandigheden voor bepaalde gewassen moeten worden verbeterd, en de economische haalbaarheid moet verder worden aangetoond. Saria de Olde werkt aan deze verbeteringen, maar het zal nog maanden duren voordat het systeem volledig operationeel is.
Een ander punt is de regelgeving. Drijvende groenteteelt is een nieuw concept, en het is nog niet duidelijk hoe dit onder bestaande regelgeving valt. Vragen over eigendomsrechten, watergebruik, milieuvergunningen en voedselkwaliteitsnormen moeten worden beantwoord. De gemeente Almere en waterschappen zullen moeten bepalen hoe zij drijvende groenteteelt willen reguleren en stimuleren.
De financiering is ook een uitdaging. Het opzetten van een drijvend groenteteeltproject vereist aanzienlijke investeringen in infrastructuur, technologie en onderzoek. Floating Future zal moeten aantonen dat het concept economisch rendabel kan zijn op commerciële schaal. Dit vereist waarschijnlijk subsidies, investeringen en partnerships met gemeenten, waterschappen en voedselproducenten.
Bredere context: stadslandbouw en voedselzekerheid
Het project in Almere past in een bredere trend van groeiende interesse in stadslandbouw en lokale voedselproductie. Wereldwijd groeien steden sneller dan het platteland, en de vraag naar voedsel neemt toe. Tegelijkertijd nemen de afstanden tussen productie en consumptie toe, wat leidt tot hogere kosten en meer milieubelasting. Stadslandbouw, in verschillende vormen, wordt gezien als een manier om voedselzekerheid te verbeteren, transportkosten te verlagen en werkgelegenheid te creëren.
In Nederland zijn er al verschillende initiatieven op het gebied van stadslandbouw. Daktuinen, verticale tuinen, kassentuinen en aquaponische systemen zijn allemaal in ontwikkeling of al operationeel. Drijvende groenteteelt is een aanvulling op deze methoden en biedt specifieke voordelen voor steden aan water. De combinatie van verschillende teeltmethoden kan bijdragen aan een meer veerkrachtig voedselsysteem dat minder afhankelijk is van lange transportlijnen en traditionele landbouw.
De Nederlandse landbouw staat onder toenemende druk. Boeren kampen met stijgende kosten, regelgeving rond stikstof en fosfaat, en droogte. Tegelijkertijd groeit de vraag naar duurzame en lokale voedselproductie. Drijvende groenteteelt kan een nieuwe mogelijkheid bieden voor ondernemers in de voedselproductie, vooral in stedelijke gebieden waar traditionele landbouw niet mogelijk is.
De komende maanden zullen cruciaal zijn voor het project. Saria de Olde zal werken aan het optimaliseren van de oogstmethode en de groeiomstandigheden. Wageningen University & Research zal verder onderzoek doen naar de kwaliteit en groei van de groenten. Floating Future zal werken aan de voorbereiding van projecten in Suriname en het Caribisch gebied.
Voor de Nederlandse voedselindustrie en stadslandbouw kan het project in Almere een katalysator zijn. Als drijvende groenteteelt economisch rendabel blijkt te zijn, kunnen andere steden en ondernemers volgen. Dit kan bijdragen aan een meer duurzaam en lokaal voedselsysteem, lagere transportkosten en meer werkgelegenheid in stedelijke gebieden. De eerste oogst is een belangrijk bewijs van concept, maar de echte test zal zijn of het systeem op schaal economisch kan werken en of consumenten bereid zijn voor lokaal geteelde groenten te betalen.