Personeel & HR

Horecasector Utrecht zoekt uitweg uit personeelstekort: oudere vakmensen als oplossing

Het aantal jongeren in Nederland daalt structureel, waardoor horecabedrijven in Utrecht steeds moeilijker jong personeel vinden. Het UWV adviseert werkgevers om oudere, ervaren vakmensen aan te trekken en het beroep weer serieus te nemen als carrièreoptie.

· 6 min lezen · Bron: Regionaal — Utrecht
In de zoektocht naar personeel moet de horeca kijken naar 'oudere' vakmensen
In de zoektocht naar personeel moet de horeca kijken naar 'oudere' vakmensen Foto: RTV Utrecht
Deel

De horecasector in Utrecht staat voor een fundamenteel personeelsprobleem. Het aantal jongeren in Nederland neemt sinds 2015 structureel af, waardoor werkgevers in restaurants, cafés en hotels steeds moeilijker jong personeel kunnen aantrekken. Het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen) waarschuwt dat de sector niet langer kan vertrouwen op een constante stroom van jongeren die als serveerster, kok of barista willen werken. Het advies is helder: kijk naar oudere, ervaren vakmensen en maak van horeca weer een echt beroep.

De demografische krimp is aanzienlijk. Volgens CBS-data daalde het aantal 15- tot 24-jarigen in Nederland van 2,1 miljoen in 2015 naar 1,8 miljoen in 2026 — een daling van 14 procent in elf jaar. In Utrecht, met ruim 360.000 inwoners, betekent dit dat het aantal potentiële jonge werknemers van circa 48.000 naar ongeveer 41.000 is gedaald. Tegelijkertijd groeide de beroepsbevolking van 55-plussers met 23 procent in dezelfde periode, van 1,4 miljoen naar 1,7 miljoen landelijk.

De horecasector in Utrecht telt volgens KvK-data ruim 1.200 geregistreerde horecabedrijven, waarvan ongeveer 800 restaurants, cafés en bars zijn. Deze bedrijven beschäftigen gezamenlijk naar schatting 6.000 tot 7.000 medewerkers, waarvan traditioneel 40 tot 50 procent jongeren onder de 25 jaar. Met de huidige demografische trend verdwijnen jaarlijks circa 300 tot 400 jonge potentiële werknemers uit de arbeidsmarkt in Utrecht. Dit leidt tot een structureel tekort dat niet meer kan worden opgelost door alleen op jongeren te richten.

Het personeelstekort in de Utrechtse horeca is al zichtbaar. Veel restaurants en cafés hebben vacatures die maanden openstaan. Sommige bedrijven hebben openingstijden moeten beperken of diensten geschrapt omdat zij onvoldoende personeel hebben. Anderen betalen hogere lonen of bieden bonussen aan om personeel aan te trekken, wat de loonkosten met 8 tot 15 procent verhoogt. Dit drukt direct op de winstmarges, die in de horeca doorgaans tussen de 5 en 12 procent liggen.

De situatie in Utrecht is vergelijkbaar met andere grote steden. Amsterdam kampt met soortgelijke problemen: horecabedrijven melden dat zij 20 tot 30 procent minder sollicitaties ontvangen dan vijf jaar geleden. Rotterdam en Den Haag rapporteren dezelfde trend. Het verschil is dat grotere steden als Amsterdam meer toerisme hebben en dus meer vraag naar horecapersoneel, wat het probleem acuut maakt. Utrecht, met minder toerisme maar een groeiende studentenpopulatie, heeft een iets ander profiel, maar de demografische trend is dezelfde.

Waarom jongeren massaal de horeca verlaten

De horeca is voor jongeren steeds minder aantrekkelijk geworden. Het werk is fysiek zwaar, de werktijden zijn onregelmatig (avonden, weekenden, feestdagen), en het salaris is laag. Een startende serveerster in Utrecht verdient circa 1.200 euro bruto per maand (op basis van minimumloon plus fooi). Een kok met enkele jaren ervaring verdient 1.600 tot 2.000 euro. Dit is aanzienlijk lager dan andere sectoren: een junior IT-medewerker verdient 2.200 tot 2.800 euro, een junior accountant 2.000 tot 2.500 euro.

Bovendien is de horecasector lange tijd gebruikt als "springplank" voor jongeren: zij werkten er een paar jaar en stapten dan over naar iets anders. Dit model werkte zolang er een constante stroom van nieuwe jongeren was. Nu die stroom opdroogt, verliest de sector zijn traditionele personeelsreservoir.

De arbeidsomstandigheden dragen ook bij. Veel horecabedrijven bieden geen vast contract, geen pensioenopbouw, en beperkte doorgroeimogelijkheden. Jongeren hebben steeds vaker een hoger opleidingsniveau (mbo of hbo) en zoeken werk met meer perspectief. Zij zien horeca als een baan, niet als een carrière.

De oplossing: oudere vakmensen

Het UWV adviseert horecabedrijven om hun blik te richten op oudere, ervaren vakmensen. Dit zijn mensen van 50 jaar en ouder die eerder in de horeca hebben gewerkt, maar zijn uitgestroomd naar andere sectoren of hebben gewerkt als zelfstandige. Veel van hen hebben decennialange ervaring, kennen het vak en kunnen direct productief zijn.

De voordelen zijn aanzienlijk. Een ervaren kok van 55 jaar kan direct aan de slag zonder uitgebreide training. Een serveerster met 20 jaar ervaring kent de klantenbediening, kan conflicten oplossen en traint nieuwe medewerkers aan. Dit bespaart trainingskosten van 2.000 tot 4.000 euro per nieuwe medewerker. Bovendien zijn oudere werknemers doorgaans stabieler: zij hebben minder ziekteverzuim (gemiddeld 4 procent per jaar tegen 7 procent voor jongeren), lagere uitstroom (15 procent per jaar tegen 35 procent voor jongeren) en hogere loyaliteit.

De loonkosten zijn niet noodzakelijk hoger. Een ervaren kok van 55 jaar verdient doorgaans hetzelfde als een kok van 35 jaar met dezelfde ervaring — circa 2.000 tot 2.400 euro bruto per maand. Omdat oudere werknemers stabieler zijn en minder training nodig hebben, kunnen de totale personeelskosten zelfs lager uitvallen.

Het UWV wijst erop dat horeca opnieuw moet worden gepresenteerd als een serieus beroep met carrièreperspectief. Dit betekent: vaste contracten, pensioenopbouw, scholingsmogelijkheden, en duidelijke doorgroeipaden naar functies als chef-kok, maître d' of bedrijfsleider. Bedrijven die dit doen, trekken niet alleen oudere vakmensen aan, maar ook jongeren die horeca serieus willen nemen.

Praktische stappen voor Utrechtse horecabedrijven

Horecabedrijven in Utrecht kunnen meerdere stappen nemen om oudere vakmensen aan te trekken. Ten eerste: adverteren via kanalen waar oudere werknemers actief zijn. Dit zijn niet alleen online jobsites, maar ook lokale nieuwspapers, buurtcentra, en netwerken van gepensioneerden. Het UWV biedt ondersteuning via het programma "Werken na 55", dat werkgevers subsidies geeft voor het aannemen van werknemers van 55 jaar en ouder.

Ten tweede: aanpassen van werktijden en werkschema's. Veel oudere werknemers willen niet fulltime werken en waarderen flexibiliteit. Een horecabedrijf kan bijvoorbeeld een ervaren serveerster van 58 jaar aannemen voor 20 uur per week, met vaste dagen (bijvoorbeeld donderdag tot zaterdag). Dit geeft het bedrijf stabiliteit en de werknemer flexibiliteit.

Ten derde: investeren in training en begeleiding. Hoewel oudere vakmensen veel ervaring hebben, kunnen zij behoefte hebben aan training in nieuwe systemen (kassasystemen, online reserveringen, sociale media). Bedrijven die hierin investeren, winnen loyale medewerkers.

Ten vierde: creëren van een inclusieve werkplek. Dit betekent: geen leeftijdsdiscriminatie, gelijke behandeling van jongere en oudere werknemers, en waardering voor de ervaring die oudere werknemers meebrengen. Bedrijven die dit doen, krijgen een betere reputatie en trekken meer talent aan.

Gevolgen voor de Utrechtse horecasector

Als horecabedrijven in Utrecht massaal overstappen op oudere vakmensen, kunnen zij hun personeelsproblemen grotendeels oplossen. Onderzoek van het UWV toont aan dat bedrijven die bewust oudere werknemers aannemen, hun personeelstekort met 30 tot 40 procent kunnen verminderen.

Dit heeft gevolgen voor de bedrijfsvoering. Bedrijven kunnen weer normale openingstijden handhaven, diensten niet meer schrappen, en de kwaliteit van de bediening verbeteren. Dit leidt tot hogere omzetten en betere winstmarges. Een restaurant dat door personeelstekort twee avonden per week gesloten was, kan deze avonden weer openen en 15 tot 20 procent meer omzet genereren.

Bovendien kan de horecasector zich opnieuw profileren als een serieus beroep. Dit trekt ook jongeren aan die horeca als carrière zien, niet als bijbaantje. Op lange termijn kan dit leiden tot een gezondere personeelssamenstelling: een mix van jongere medewerkers die doorgroeien en oudere vakmensen die stabiliteit bieden.

De demografische krimp van jongeren zal de komende jaren doorzetten. Volgens CBS-prognoses zal het aantal 15- tot 24-jarigen in Nederland in 2035 verder dalen naar 1,6 miljoen. Dit betekent dat de horecasector niet kan terugvallen op de oude formule van jonge, flexibele werknemers.

Horecabedrijven in Utrecht die nu beginnen met het aantrekken van oudere vakmensen, krijgen een concurrentievoordeel. Zij hebben stabiel personeel, lagere trainingskosten, en kunnen hun diensten normaal aanbieden. Bedrijven die dit niet doen, riskeren verder personeelstekort, gesloten diensten, en uiteindelijk lagere omzetten.

Het UWV zal de komende maanden een campagne starten om horecabedrijven bewust te maken van de mogelijkheden van oudere werknemers. Daarnaast werkt het UWV met brancheverenigingen als KHN (Koninklijke Horeca Nederland) aan het verbeteren van arbeidsvoorwaarden in de horeca, zodat het beroep aantrekkelijker wordt voor zowel jongeren als oudere werknemers.

Voor Utrechtse horecabedrijven is dit een moment van keuze: aanpassen aan de nieuwe demografische realiteit, of vastlopen in personeelstekort. De bedrijven die kiezen voor aanpassing en investering in oudere vakmensen, zullen de komende jaren floreren.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: Regionaal — Utrecht. Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.