Personeel & HR

Personeelstekort dwingt horecaondernemers tot herpositionering: van bijbaan naar carrièreberoep

Het aantal jongeren in Nederland daalt structureel. Het UWV waarschuwt dat horecaondernemers niet langer kunnen rekenen op een onuitputtelijke stroom jonge bijbaanwerkers. Werkgevers moeten het vak heruitzetten als carrière en ouder personeel aantrekken.

· 6 min lezen · Bron: Regionaal — Utrecht
Van bijbaan naar serieus vak: horeca moet imago veranderen
Van bijbaan naar serieus vak: horeca moet imago veranderen Foto: RTV Utrecht
Deel

Het personeelstekort in de Nederlandse horeca bereikt een kritiek punt. Het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen) signaleert dat de demografische krimp van jongeren ondernemers dwingt hun personeelsbeleid fundamenteel om te gooien. Waar horecabedrijven decennialang konden rekenen op een constante stroom scholieren en studenten voor bijbanen, verdwijnt die bron langzaam maar zeker.

De cijfers zijn onverbiddelijk. Het aantal jongeren tussen 15 en 27 jaar in Nederland is gedaald van 2,8 miljoen in 2015 naar 2,4 miljoen in 2026 — een krimp van 14 procent in elf jaar. Deze trend zet zich voort. Volgens CBS-prognoses daalt het aantal jongeren tot 2035 verder naar 2,2 miljoen. Voor de horeca, die traditioneel sterk afhankelijk is van jonge bijbaanwerkers, heeft dit dramatische gevolgen.

In Utrecht, waar circa 2.400 horecabedrijven actief zijn met gezamenlijk ongeveer 18.000 werknemers, is het probleem acuut voelbaar. Volgens brancheorganisatie KHN (Koninklijke Horeca Nederland) kampen 67 procent van de horecaondernemers in Utrecht met personeelstekorten. Dit leidt tot ingekorte openingstijden, gesloten zalen en afgewezen reserveringen. Voor veel bedrijven betekent dit direct omzetverlies.

Een gemiddeld café of restaurant met 8 tot 12 medewerkers verliest bij één onvervulde vacature naar schatting 8.000 tot 12.000 euro omzet per maand. Dit komt doordat minder tafels kunnen worden bediend, reserveringen moeten worden afgewezen, en bestaande personeel overbelast raakt, wat leidt tot kwaliteitsverlies en klantenverlies. Over een jaar kan één onvervulde vacature dus 96.000 tot 144.000 euro omzetverlies betekenen — voor veel mkb-horecabedrijven een bedreigend bedrag.

Het UWV adviseert horecaondernemers daarom om hun blik te verbreden. In plaats van uitsluitend op jonge bijbaanwerkers te focussen, moeten werkgevers ook ouder personeel aantrekken: werkzoekenden boven de 45 jaar, herintreders na werkloosheid, en mensen die een carrièreswitch maken. Tegelijkertijd moet het imago van horecawerk veranderen — van flexibele bijbaan naar serieus beroep met carrièreperspectief.

Waarom jongeren de horeca verlaten

De horeca staat bekend om lage lonen, onregelmatige werktijden en fysiek zwaar werk. Het gemiddelde horecaloon bedraagt circa 1.850 euro bruto per maand voor een fulltime medewerker, terwijl retail gemiddeld 1.920 euro biedt en logistiek 2.100 euro. Dit verschil is klein, maar voor jongeren die kunnen kiezen, doorslaggevend. Retail biedt betere werktijden, retail biedt betere werktijden (minder avond- en weekendwerk), en logistiek biedt meer structuur.

Bovendien is horecawerk fysiek belastend. Lange diensten, veel staan, tillen van zware dienbladen en kookgerei, en regelmatig werken in hete keukens leiden tot blessures en uitval. Volgens het Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden (NIAA) hebben horecamedewerkers een 40 procent hoger risico op rugklachten en blessures dan gemiddelde werknemers. Dit ontmoedigt jongeren om het vak als langetermijncarrière te zien.

De flexibiliteit van horecawerk, ooit een voordeel voor scholieren, is nu een nadeel. Veel jongeren zoeken vaste contracten met voorspelbare werktijden, niet wisselende diensten die moeilijk combineerbaar zijn met studie of gezinsleven. Bovendien biedt horecawerk traditioneel weinig carrièreperspectief. Een barperson kan doorgroeien tot barmanager, maar daarna zijn de mogelijkheden beperkt. Dit staat in contrast met sectoren als IT, onderwijs of zorg, waar duidelijke carrièrepaden bestaan.

De coronapandemie (2020-2022) heeft dit probleem verergerd. Veel horecapersoneel verliet het vak tijdens lockdowns en keerde niet terug. Zij vonden werk in andere sectoren, waar zij betere voorwaarden en meer zekerheid vonden. Deze "brain drain" uit de horeca is nog niet hersteld.

Structurele oplossing: horecavak heruitzetten

Het UWV adviseert horecaondernemers om het vak opnieuw uit te vinden. Dit betekent niet alleen hogere lonen (hoewel dit helpt), maar vooral het creëren van carrièreperspectief en professionalisering.

Een eerste stap is het invoeren van erkende vakdiploma's en trainingen. Nederland loopt hier achter op buurlanden. Duitsland en België hebben al jaren erkende horecavakdiploma's (Gastronomie-Fachkraft in Duitsland, Cuisinier/Serveur in België), die werknemers mogelijkheden geven voor doorgroei en specialisatie. In Nederland bestaan wel MBO-opleidingen in horeca en catering, maar deze bereiken niet alle werknemers in het vak.

Een tweede stap is het verbeteren van arbeidsvoorwaarden. Dit kan door: - Vaste contracten in plaats van flexwerk (waar mogelijk) - Betere lonen: minimaal 2.000 euro bruto per maand voor fulltime medewerkers - Regelmatige dienstroosters (minstens 2 weken van tevoren bekend) - Scholings- en trainingsmogelijkheden - Pensioenopbouw en ziekteverzuimverzekering

Een derde stap is het verbreden van het personeelsbestand. Horecaondernemers moeten actief ouder personeel werven. Dit kan door: - Vacatures expliciet open te stellen voor 45-plussers - Samenwerking met UWV en gemeenten voor herintreders - Aanpassingen op de werkplek voor ouder personeel (ergonomische hulpmiddelen, minder fysiek zware taken) - Mentorprogramma's waarbij ervaren medewerkers nieuwe collega's inwerken

Gevolgen voor horecaondernemers

De personeelskrisis raakt horecaondernemers in hun portemonnee en operatie. Veel bedrijven hebben al maatregelen genomen:

**Ingekorte openingstijden**: 42 procent van de horecabedrijven in Utrecht heeft de openingstijden beperkt vanwege personeelstekort. Dit betekent minder omzet en minder zichtbaarheid.

**Gesloten zalen**: Veel restaurants kunnen niet langer alle zalen openen, wat reserveringen en groepsboekingen onmogelijk maakt. Dit kost gemiddeld 15-20 procent omzet per gesloten zaal.

**Overbelasting bestaand personeel**: Medewerkers werken langer en harder, wat leidt tot uitval door ziekte en burn-out. Het ziekteverzuim in de horeca is 8 procent, tegen 4 procent gemiddeld in Nederland.

**Kwaliteitsverlies**: Met minder personeel kunnen restaurants niet dezelfde service bieden, wat leidt tot klachten en verlies van vaste klanten.

**Hogere loonkosten**: Veel ondernemers proberen personeel aan te trekken door lonen te verhogen. Dit drukt op de winstmarge, die in de horeca gemiddeld 10-15 procent bedraagt.

Voor het mkb in Utrecht betekent dit dat veel horecabedrijven onder druk staan. Kleine restaurants en cafés hebben minder financiële buffer dan grote ketens en kunnen minder goed tegen personeelstekorten. Dit leidt tot faillissementen: in 2025 faalden 34 horecabedrijven in Utrecht, tegen 18 in 2020.

Vergelijking met andere sectoren

De horeca staat niet alleen met personeelstekorten. Ook retail, zorg en logistiek kampen ermee. Maar de horeca is uniek omdat het vak traditioneel als "bijbaan" wordt gezien, niet als carrière. Dit maakt het moeilijker om personeel aan te trekken en vast te houden.

De zorg, daarentegen, heeft een duidelijk carrièrepad: verzorgende → verpleegkundige → specialist. Dit trekt mensen aan die een serieuze carrière willen. De horeca mist dit. Een barperson kan doorgroeien tot barmanager, maar daarna zijn de mogelijkheden beperkt.

Retail heeft hetzelfde probleem als horeca, maar retail biedt betere werktijden (minder avond- en weekendwerk). Logistiek biedt hogere lonen en meer structuur.

Duitsland en België hebben dit probleem aangepakt door horecavakdiploma's in te voeren. Dit geeft werknemers erkenning en carrièreperspectief. Nederland volgt nu, maar langzaam.

De personeelskrisis in de horeca zal de komende jaren verergeren. Het aantal jongeren daalt verder, en de concurrentie om jong talent neemt toe. Horecaondernemers die nu niet handelen, zullen steeds meer moeite hebben personeel te vinden.

De oplossing ligt in professionalisering en heruitzetting van het vak. Dit vereist investeringen van ondernemers (hogere lonen, betere voorwaarden), maar ook steun van overheid en brancheorganisaties (erkende vakdiploma's, scholingsprogramma's).

De Utrechtse horecasector staat op een kruispunt. Ondernemers die nu investeren in personeel en carrièreperspectief, zullen beter uit de crisis komen. Ondernemers die vasthouden aan het oude model (lage lonen, flexwerk, geen carrièreperspectief), zullen steeds meer moeite hebben.

De komende 2-3 jaar zullen cruciaal zijn. Veel horecabedrijven zullen hun personeelsbeleid moeten aanpassen. Dit kan betekenen: hogere lonen, vaste contracten, scholing, en werving van ouder personeel. Dit kost geld, maar het alternatief — ingekorte openingstijden, gesloten zalen, kwaliteitsverlies — kost nog meer.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: Regionaal — Utrecht. Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.