Sectoren

Utrechtse boeren krijgen uitstel tot 2029 voor mestbeperkende maatregelen

Boeren rond natuurgebieden in Utrecht krijgen twee jaar uitstel voor mestbeperkende maatregelen. De deadline schuift op van 1 januari 2027 naar 1 januari 2029. Dit geeft bedrijven meer tijd om zich aan te passen, maar verhoogt de druk op natuur.

· 6 min lezen · Bron: Regionaal — Utrecht
Boeren krijgen 2 jaar extra om mestgebruik aan te pakken
Boeren krijgen 2 jaar extra om mestgebruik aan te pakken Foto: RTV Utrecht
Deel

Boeren rond natuurgebieden in de provincie Utrecht krijgen twee jaar uitstel voor het invoeren van mestbeperkende maatregelen. De oorspronkelijke deadline van 1 januari 2027 wordt opgeschoven naar 1 januari 2029. Dit uitstel geeft landbouwbedrijven meer tijd om hun bedrijfsvoering aan te passen, maar betekent ook dat de druk op kwetsbare natuurgebieden nog twee jaar langer aanhoudt.

De mestbeperkende maatregelen maken deel uit van de Europese Nitraatrichtlijn en nationale regelgeving ter bescherming van grondwater en oppervlaktewater. Rond gevoelige natuurgebieden, waaronder Natura 2000-gebieden in Utrecht, gelden strengere regels voor het gebruik van dierlijke mest. Boeren mogen in deze zones minder stikstof en fosfaat uitrijden dan op andere locaties. Dit is nodig omdat mestgebruik leidt tot nutriëntenbelasting van grondwater en oppervlaktewater, wat schadelijk is voor waterkwaliteit en natuurlijke ecosystemen.

De provincie Utrecht heeft het uitstel verleend na overleg met landbouworganisaties en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Landbouworganisaties stelden dat veel boeren onvoldoende tijd hebben om hun bedrijfsvoering aan te passen. Het invoeren van mestbeperkende maatregelen vereist investeringen in mestverwerking, aanpassingen aan stalsystemen, verandering van veestapel, of aankoop van grond buiten de gevoelige zones. Voor veel kleine en middelgrote bedrijven zijn deze investeringen aanzienlijk.

De provincie Utrecht telt ongeveer 1.200 landbouwbedrijven in of nabij Natura 2000-gebieden en andere gevoelige natuurgebieden. Dit zijn vooral rundvee-, varkens- en pluimveebedrijven. Voor rundveebedrijven is mestbeperking lastig, omdat runderen veel mest produceren en deze mest traditioneel op eigen grond wordt uitgereden. Voor varkensbedrijven is mestbeperking eveneens moeilijk, omdat varkensmest veel stikstof bevat. Pluimveebedrijven hebben minder last van mestbeperking, omdat pluimveemest minder volume heeft.

Wat zijn mestbeperkende maatregelen

Mestbeperkende maatregelen zijn maatregelen die boeren nemen om de hoeveelheid mest die zij op hun land uitrijden te verminderen. Dit kan op verschillende manieren:

Ten eerste kunnen boeren hun veestapel verkleinen. Dit betekent dat zij minder dieren houden en dus minder mest produceren. Dit is echter een ingrijpende maatregel, omdat het leidt tot verlies van inkomsten en werkgelegenheid.

Ten tweede kunnen boeren mest verwerken. Dit betekent dat zij mest laten verwerken tot meststoffen met een lager stikstof- en fosfaatgehalte, of dat zij mest laten vergisten tot biogas. Mestverwerking vereist investeringen in apparatuur en is kostbaar.

Ten derde kunnen boeren grond aankopen buiten de gevoelige zones. Dit stelt hen in staat om meer mest uit te rijden op grond waar dit is toegestaan. Dit is echter duur en niet altijd mogelijk, omdat grond in Nederland schaars en duur is.

Ten vierde kunnen boeren voeding voor dieren aanpassen. Door voeding met lager stikstof- en fosfaatgehalte te geven, produceren dieren minder stikstof en fosfaat in hun mest. Dit is een relatief goedkope maatregel, maar heeft grenzen.

Ten vijfde kunnen boeren mestopslag verbeteren. Door mest langer op te slaan, kunnen zij deze op betere momenten uitrijden, wat leidt tot minder uitspoeling naar grondwater.

Gevolgen voor landbouwbedrijven

De mestbeperkende maatregelen hebben aanzienlijke gevolgen voor landbouwbedrijven in Utrecht. Voor rundveebedrijven betekent mestbeperking dat zij hun veestapel moeten verkleinen of grond moeten aankopen. Een gemiddeld rundveebedrijf in Utrecht heeft 80 tot 120 runderen en ongeveer 40 tot 60 hectare grond. Als de mestbeperking van kracht wordt, kunnen veel bedrijven slechts 60 tot 80 procent van hun huidige veestapel houden, tenzij zij grond aankopen of mest verwerken.

Verkleining van de veestapel leidt tot verlies van inkomsten. Een rund genereert gemiddeld 800 tot 1.200 euro bruto-inkomsten per jaar (melkopbrengsten en vlees). Verlies van 20 tot 40 runderen betekent dus verlies van 16.000 tot 48.000 euro per jaar. Voor veel bedrijven is dit onhoudbaar, vooral omdat de marges in de rundveehouderij klein zijn (gemiddeld 5 tot 10 procent nettowinst).

Aankoop van grond is eveneens kostbaar. Een hectare landbouwgrond in Utrecht kost gemiddeld 50.000 tot 70.000 euro. Voor een bedrijf dat 10 hectare extra grond nodig heeft, betekent dit een investering van 500.000 tot 700.000 euro. Dit is voor veel kleine en middelgrote bedrijven onhaalbaar zonder aanzienlijke financiering.

Mestverwerking is eveneens duur. Een mestverwerkingsinstallatie kost 100.000 tot 300.000 euro, afhankelijk van capaciteit en technologie. Jaarlijkse exploitatiekosten bedragen 20.000 tot 50.000 euro. Voor veel bedrijven is dit onrendabel, tenzij zij samenwerken met andere bedrijven in een coöperatief model.

Het uitstel tot 2029 geeft bedrijven meer tijd om zich aan te passen. Dit kan betekenen dat zij geleidelijk hun veestapel verkleinen, grond aankopen, of investeren in mestverwerking. Het uitstel geeft ook meer tijd voor innovatie in mestverwerking en voedingssupplementen die mestproductie verminderen.

Gevolgen voor natuur en waterkwaliteit

Het uitstel van mestbeperkende maatregelen tot 2029 betekent dat de druk op natuurgebieden in Utrecht nog twee jaar langer aanhoudt. Natura 2000-gebieden in Utrecht, zoals het Naardermeer, de Vecht-uiterwaarden en het Vechtplassengebied, zijn gevoelig voor nutriëntenbelasting. Mestgebruik leidt tot verhoogde stikstof- en fosfaatconcentraties in grondwater en oppervlaktewater, wat leidt tot eutrofiëring (overmatige plantengroei) en verslechtering van waterkwaliteit.

De Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn vereisen dat lidstaten natuurgebieden beschermen tegen schadelijke nutriëntenbelasting. Nederland is meermaals door de Europese Commissie gewaarschuwd voor onvoldoende bescherming van Natura 2000-gebieden. Het uitstel kan leiden tot verdere escalatie van deze problematiek.

De waterkwaliteit in Utrecht is al onder druk. Het grondwater in veel gebieden bevat verhoogde nitraatconcentraties, boven de Europese norm van 50 mg/l. Dit maakt grondwater ongeschikt voor drinkwaterproductie zonder dure zuivering. Oppervlaktewater in natuurgebieden vertoont eutrofiëring, met massale algengroei en zuurstofgebrek in zomer.

Het uitstel geeft natuurbeschermingsorganisaties aanleiding tot bezorgdheid. Organisaties als Natuurmonumenten en de Vogelbescherming Nederland hebben gewaarschuwd dat verdere vertraging schadelijk is voor kwetsbare natuurgebieden. Zij pleiten voor snellere invoering van mestbeperkende maatregelen en strengere handhaving.

Financiële ondersteuning en regelingen

De provincie Utrecht biedt financiële ondersteuning aan boeren die mestbeperkende maatregelen nemen. Dit gebeurt via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie, dat subsidies verstrekt voor agrarische milieumaten. Boeren kunnen subsidie aanvragen voor mestverwerking, voedingsaanpassingen, en grondaankoop.

De hoogte van de subsidie varieert. Voor mestverwerking kan subsidie tot 40 procent van de investeringskosten bedragen. Voor voedingsaanpassingen kan subsidie tot 50 euro per dier per jaar bedragen. Voor grondaankoop is geen directe subsidie beschikbaar, maar boeren kunnen gebruikmaken van lage-renteleningen van de Rabobank of andere financieringsmaatschappijen.

De provincie Utrecht heeft ook een Mestakkoord gesloten met landbouworganisaties, waarin afspraken zijn gemaakt over mestbeperking. Dit akkoord voorziet in extra ondersteuning voor bedrijven die vrijwillig mestbeperkende maatregelen nemen vóór de wettelijke deadline. Dit kan betekenen dat bedrijven die nu al investeren in mestverwerking of voedingsaanpassingen, extra subsidie ontvangen.

Vooruitzicht en vervolgstappen

De deadline van 1 januari 2029 geeft boeren in Utrecht twee jaar om zich aan te passen. Dit is een kritieke periode, waarin veel bedrijven investeringsbeslissingen moeten nemen. De provincie zal waarschijnlijk regelmatig evalueren of bedrijven op schema liggen met hun aanpassingen. Als dit niet het geval is, kan handhaving nodig zijn.

Na 2029 zullen mestbeperkende maatregelen verplicht zijn. Dit betekent dat boeren die niet hebben voldaan aan de eisen, kunnen worden beboet of hun mestgebruiksrechten kunnen worden ingetrokken. Dit kan leiden tot gedwongen verkleining van veestapels of bedrijfsbeëindiging.

De lange termijn zal waarschijnlijk leiden tot verdere intensivering van mestbeperking. De Europese Commissie dringt aan op strengere maatregelen ter bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit kan betekenen dat de mestbeperkingseisen na 2029 verder worden aangescherpt. Boeren moeten zich hierop voorbereiden door nu al te investeren in duurzame bedrijfsmodellen.

Voor het mkb in Utrecht, waaronder landbouwbedrijven, adviesbureaus en dienstverleners, biedt mestbeperking zowel risico's als kansen. Risico's zijn bedrijfsbeëindiging en werkgelegenheid. Kansen liggen in diensten rond mestverwerking, voedingsadvisering, en grondmakelaarij. Ondernemers die zich specialiseren in mestbeperking kunnen profiteren van de toenemende vraag naar deze diensten.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: Regionaal — Utrecht. Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.