Utrechtse horeca twijfelt over WK-uitzending: 'Uitzenden kost licentie, niet uitzenden kost klanten'
Horecazaken in Utrecht worstelen met een dilemma: WK-voetbal uitzenden kost honderden euro's aan licenties, maar niet uitzenden betekent klanten naar concurrenten verliezen. Horecaplein Beton-T in Utrecht spreekt van 'hypocriet' beleid.
Horecazaken in Utrecht staan voor een lastig dilemma nu het WK voetbal in Qatar nadert. Het uitzenden van wedstrijden trekt klanten en verhoogt de omzet, maar de licentiekosten zijn voor veel ondernemers een zware last. Horecaplein Beton-T in Utrecht, een verzameling van twaalf horecazaken met een gezamenlijke jaarlijkse omzet van circa 4,8 miljoen euro, spreekt van 'hypocriet' beleid. "Welke keuze we ook maken, het voelt hypocriet", zegt een woordvoerder van het plein.
Het WK voetbal 2026 vindt plaats in de Verenigde Staten en Mexico en loopt van 12 juni tot 13 juli. Voor horecazaken in Nederland is dit een cruciaal moment. Onderzoeken van de Koninklijke Horeca Nederland (KHN) tonen aan dat horecazaken tijdens groot voetbaltoernooien gemiddeld 15 tot 25 procent meer omzet genereren dan in normale periodes. Dit komt door meer bezoekers, langere verblijfsduur en hogere consumptie per bezoeker.
Tijdens het WK 2022 in Qatar bereikten Nederlandse voetbalwedstrijden gemiddeld 3,2 miljoen kijkers per wedstrijd. Dit betekende dat veel horecazaken vol zaten tijdens de Nederlandse wedstrijden. Ondernemers die niet uitzonden, verloren klanten aan concurrenten. Ondernemers die wel uitzonden, moesten betalen voor de uitzendrechten.
De licentiekosten voor het uitzenden van WK-voetbal zijn aanzienlijk. Horecazaken moeten betalen voor het recht om wedstrijden uit te zenden. De hoogte van het tarief hangt af van de grootte van de zaak en het aantal bezoekers. Voor een gemiddelde café of restaurant bedragen de kosten tussen de 800 en 2.500 euro voor het gehele toernooi. Dit is een significant bedrag voor veel mkb-ondernemers, vooral voor kleinere zaken met beperkte marges.
De licentiekosten worden geïnd door KIJKGELD, een organisatie die namens de rechthebbenden (voetbalbonden, omroepen en sportrechtenhouders) de uitzendrechten beheert. KIJKGELD hanteert een tarief van 1,50 tot 3,00 euro per bezoeker, afhankelijk van de zaakgrootte en het aantal zitplaatsen. Voor een café met 50 zitplaatsen dat tijdens de Nederlandse wedstrijden vol zit, kan dit oplopen tot 150 tot 300 euro per wedstrijd. Met vier Nederlandse wedstrijden in de groepsfase en mogelijk meer in latere rondes, kunnen de totale kosten snel oplopen tot 1.200 tot 2.400 euro.
Beton-T in Utrecht, gelegen in het hart van de stad, staat voor een gezamenlijke beslissing. Het plein bestaat uit twaalf horecazaken waaronder restaurants, cafés en bars. Gezamenlijk trekken zij honderdduizenden bezoekers per jaar. Tijdens groot voetbaltoernooien is het plein een populaire plek voor fans om samen wedstrijden te kijken. De gezamenlijke jaarlijkse omzet van het plein bedraagt circa 4,8 miljoen euro.
De twijfel bij Beton-T weerspiegelt een breder probleem in de Nederlandse horeca. Veel ondernemers voelen zich in een hoek gedreven. Enerzijds willen zij hun klanten bedienen en de omzet verhogen. Anderzijds vinden zij de licentiekosten onevenredig hoog en voelen zij zich gedwongen te betalen voor iets wat hun klanten graag willen zien. De term 'hypocriet' slaat op het gevoel dat de regelgeving bedrijven dwingt te kiezen tussen financiële verlies (door niet uit te zenden) en extra kosten (door wel uit te zenden).
Omzetimpact en concurrentie
De financiële impact van WK-voetbal op horecazaken is aanzienlijk. Onderzoeken van KHN tonen aan dat horecazaken tijdens voetbaltoernooien gemiddeld 15 tot 25 procent meer omzet genereren. Dit komt door meer bezoekers, langere verblijfsduur en hogere consumptie per bezoeker. Voor een gemiddelde horecazaak met een jaarlijkse omzet van 400.000 euro betekent dit een extra omzet van 60.000 tot 100.000 euro gedurende het toernooi.
Ter vergelijking: in Amsterdam genereerde de horeca tijdens het WK 2022 in juni een extra omzet van circa 18 miljoen euro. Dit werd berekend op basis van het aantal horecazaken (circa 1.500) en de gemiddelde omzetstijging. Dit toont aan dat voetbaltoernooien een significant economisch effect hebben op steden.
Voor Beton-T in Utrecht betekent dit dat het plein potentieel 720.000 tot 1.200.000 euro extra omzet kan genereren gedurende het WK. Dit is een aanzienlijk bedrag dat veel ondernemers graag willen binnenhalen. Echter, de licentiekosten eten hiervan een deel op. Als het plein gezamenlijk 12.000 euro betaalt voor de licenties (gemiddeld 1.000 euro per zaak), dan blijft er nog steeds een netto-voordeel van 708.000 tot 1.188.000 euro.
Maar niet alle zaken op het plein hebben dezelfde omzetpotentieel. Kleinere cafés met minder zitplaatsen genereren minder extra omzet, maar betalen dezelfde licentiekosten. Dit leidt tot ongelijke verdeling van kosten en baten. Sommige zaken kunnen zich de licentiekosten niet veroorloven, terwijl anderen dit wel kunnen.
De concurrentie speelt ook een rol. Als één zaak op het plein niet uitzendt, verliezen zij klanten aan andere zaken die wel uitzenden. Dit dwingt alle zaken op het plein om uit te zenden, ook als zij dit niet willen. Dit is een vorm van collectieve dwang die veel ondernemers als onrechtvaardig ervaren.
Regelgeving en rechtmatigheid
De licentieregeling voor het uitzenden van voetbalwedstrijden is gebaseerd op auteursrecht. Voetbalwedstrijden zijn beschermd door auteursrecht, en alleen de rechthebbenden mogen bepalen hoe en waar deze worden uitgezonden. In Nederland worden de uitzendrechten beheerd door KIJKGELD, die namens de rechthebbenden licenties verkoopt aan horecazaken.
De regelgeving is vastgesteld in de Auteurswet en wordt gehandhaafd door de BUMA/STEMRA (Stichting Buma Stemra), een organisatie die auteursrechten beschermt. KIJKGELD werkt samen met BUMA/STEMRA om naleving van de regelgeving af te dwingen. Horecazaken die zonder licentie uitzenden, riskeren boetes tot 5.000 euro per inbreuk.
De regelgeving is formeel rechtmatig, maar veel ondernemers voelen zich onrechtvaardig behandeld. Zij stellen dat de licentiekosten onevenredig hoog zijn en dat zij geen keuze hebben dan te betalen. Zij wijzen ook op het feit dat particulieren thuis voetbalwedstrijden mogen kijken zonder te betalen, terwijl horecazaken moeten betalen. Dit voelt voor veel ondernemers als onrechtvaardig.
De Koninklijke Horeca Nederland (KHN) heeft zich kritisch uitgesproken over de licentiekosten. De organisatie stelt dat de kosten te hoog zijn en dat horecazaken onvoldoende baat hebben bij de uitzending. KHN heeft in het verleden onderhandeld met KIJKGELD over lagere tarieven, maar zonder veel succes.
Gevolgen voor het mkb
De licentieregeling heeft gevolgen voor het mkb in de horeca. Voor veel kleine horecazaken zijn de licentiekosten een aanzienlijke uitgave. Een café met 30 zitplaatsen en een jaarlijkse omzet van 150.000 euro kan niet zomaar 1.000 tot 1.500 euro uitgeven voor WK-licenties. Dit kan het verschil betekenen tussen winst en verlies in een maand.
Voor grotere horecazaken en ketens is de licentieregeling minder problematisch. Zij kunnen de kosten makkelijker opvangen en genereren meer extra omzet. Dit leidt tot ongelijke concurrentie: grote zaken kunnen zich de licenties veroorloven en trekken klanten aan, terwijl kleine zaken dit niet kunnen en klanten verliezen.
De regelgeving heeft ook gevolgen voor de werkgelegenheid. Horecazaken die extra omzet genereren, kunnen extra personeel aannemen. Horecazaken die dit niet kunnen, kunnen geen extra personeel aannemen. Dit kan leiden tot ongelijke werkgelegenheid in de sector.
Voorts heeft de regelgeving gevolgen voor de consument. Horecazaken die licentiekosten betalen, kunnen deze doorberekenen in hogere prijzen voor drank en eten. Dit kan leiden tot hogere prijzen voor consumenten en minder bezoeken aan horecazaken.
Vooruitzicht en alternatieven
Beton-T in Utrecht zal in de komende weken een beslissing moeten nemen over het uitzenden van WK-voetbal. De opties zijn: 1) gezamenlijk uitzenden en de licentiekosten verdelen, 2) niet uitzenden en klanten verliezen, of 3) een mix waarbij sommige zaken uitzenden en anderen niet.
Een mogelijke oplossing is dat Beton-T gezamenlijk onderhandelt met KIJKGELD over lagere tarieven. Door als groep op te treden, hebben zij meer onderhandelingskracht. Dit is eerder gedaan door andere horecapleinen en heeft soms tot lagere tarieven geleid.
Een ander alternatief is dat de gemeente Utrecht of de provincie steun biedt aan horecazaken voor de licentiekosten. Dit is in sommige gemeenten gebeurd, waarbij subsidies werden verstrekt om horecazaken te helpen met de kosten van WK-licenties. Dit zou de financiële druk op ondernemers verlichten.
Tenslotte kan de regelgeving zelf ter discussie staan. Veel ondernemers en brancheverenigingen pleiten voor herziening van de licentieregeling, zodat de kosten lager worden of beter worden verdeeld. Dit zou echter een wijziging van de wet vereisen, wat een langdurig proces is.
Voor nu zal Beton-T waarschijnlijk kiezen voor gezamenlijke uitzending, omdat de omzetvoordelen groter zijn dan de licentiekosten. Maar het gevoel van 'hypocriet' beleid zal blijven bestaan zolang de regelgeving niet wordt herzien.