Sectoren

Vogelgriep op pluimveebedrijf Biddinghuizen: 55.000 kippen geruimd

Op een pluimveebedrijf in Biddinghuizen is vogelgriep vastgesteld. De 55.000 kippen worden geruimd. Rond het bedrijf geldt een maand lang een vervoersverbod in een straal van 10 kilometer, waardoor 25 andere pluimveebedrijven worden getroffen.

R door Redactie ondernemers.net · 7 min lezen · Bron: NOS Economie (DEMO)
Vogelgriep ontdekt op pluimveebedrijf Biddinghuizen, 55.000 kippen gedood
Vogelgriep ontdekt op pluimveebedrijf Biddinghuizen, 55.000 kippen gedood Foto: Vogelgriep ontdekt op pluimveebedri
Deel

Op een pluimveebedrijf in Biddinghuizen is vogelgriep vastgesteld. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur maakte dit op 16 mei 2026 bekend. Als gevolg van de besmetting worden alle 55.000 kippen op het bedrijf geruimd. Rond de locatie is een beperkingszone ingesteld met een straal van 10 kilometer, waarin een maand lang een vervoersverbod geldt voor vogels, eieren, mest en gebruikt strooisel. In totaal worden 25 andere pluimveebedrijven in het gebied geraakt door de maatregelen.

De besmetting werd vastgesteld na melding van verhoogde sterfte of ziekteverschijnselen op het bedrijf. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) nam monsters en bevestigde de aanwezigheid van het hoogpathogene H5N1-virus, de meest voorkomende en gevaarlijke variant van vogelgriep. Dit virus verspreidt zich snel onder pluimvee en leidt tot hoge sterfte. Bij bevestiging van een besmetting schrijft Europese wetgeving voor dat alle dieren op het bedrijf worden geruimd om verdere verspreiding te voorkomen.

Biddinghuizen ligt in de gemeente Dronten in Flevoland, een provincie met een sterke agrarische sector. Flevoland telt circa 180 pluimveebedrijven met in totaal ruim 10 miljoen leghennen, vleeskuikens en ouderdieren. De provincie is daarmee een belangrijke producent van eieren en pluimveevlees. De polder kent grote, moderne bedrijven met hoge dichtheden, wat het risico op snelle verspreiding van dierziekten vergroot.

De beperkingszone van 10 kilometer rond het besmette bedrijf omvat delen van Biddinghuizen, Dronten en omliggende gebieden. Binnen deze zone liggen 25 andere pluimveebedrijven, variërend van kleine scharrelbedrijven tot grote leghennenbedrijven met tienduizenden dieren. Voor deze bedrijven geldt een vervoersverbod: zij mogen geen vogels, eieren, mest of gebruikt strooisel afvoeren. Ook moeten zij hun kippen ophokken en afschermen van de buitenwereld. Scharrelen in de buitenlucht is tijdelijk niet toegestaan.

Het vervoersverbod heeft directe economische gevolgen. Bedrijven kunnen geen eieren leveren aan afnemers zoals supermarkten, bakkerijen en voedingsindustrie. Leghennen blijven eieren leggen, maar deze kunnen niet worden afgevoerd. Na enkele dagen moeten eieren worden vernietigd, wat leidt tot omzetverlies. Voor een gemiddeld leghennenbedrijf met 30.000 hennen gaat het om circa 25.000 eieren per dag, met een waarde van ongeveer 3.000 euro. Over een maand loopt het verlies op tot 90.000 euro aan gederfde omzet, exclusief kosten voor opslag, vernietiging en extra voer.

Ook de afvoer van mest en strooisel is verboden. Pluimveebedrijven produceren dagelijks grote hoeveelheden mest, die normaal gesproken regelmatig worden afgevoerd naar mestverwerkers of akkerbouwers. Door het vervoersverbod stapelt mest zich op in de stallen, wat leidt tot hygiëneproblemen, verhoogde ammoniakemissies en extra werkdruk voor veehouders. Na afloop van de beperkingsperiode moet alle opgeslagen mest in korte tijd worden afgevoerd, wat logistieke uitdagingen en extra kosten met zich meebrengt.

De ophok- en afschermplicht betekent dat kippen niet naar buiten mogen. Voor scharrelbedrijven en biologische bedrijven is dit een probleem, omdat hun productieconcept juist is gebaseerd op vrije uitloop. Eieren van kippen die zijn opgehokt, mogen niet meer worden verkocht als scharreleieren of biologische eieren, maar moeten worden gedeclasseerd tot kooieieren of bodemeieren. Dit levert minder op: scharreleieren kosten in de groothandel circa 18 tot 22 cent per stuk, bodemeieren 12 tot 15 cent. Voor een bedrijf met 30.000 scharrelhennnen betekent dit een dagelijks verlies van 1.500 tot 2.000 euro.

De ruiming van 55.000 kippen op het besmette bedrijf betekent een forse financiële klap voor de ondernemer. De waarde van een leghen ligt tussen 8 en 12 euro, afhankelijk van leeftijd en productiviteit. Voor 55.000 hennen gaat het om een waarde van 440.000 tot 660.000 euro. De overheid vergoedt de waarde van geruimde dieren op basis van marktprijzen, maar vergoedingen dekken zelden de volledige schade. Daarnaast lopen inkomsten uit eiproductie stil, terwijl vaste kosten zoals rente, afschrijvingen, energie en verzekeringen doorlopen.

Na de ruiming moet het bedrijf worden gereinigd en ontsmet. Dit proces duurt enkele weken en kost tienduizenden euro's. Pas na goedkeuring door de NVWA mag het bedrijf opnieuw worden bevolkt met jonge hennen. Het duurt vervolgens 18 tot 20 weken voordat deze hennen productief zijn. In totaal kan een bedrijf 4 tot 6 maanden uitvallen, met een totale schade van enkele honderdduizenden tot meer dan een miljoen euro, afhankelijk van de omvang en het type bedrijf.

Vogelgriep is een terugkerend probleem in de Nederlandse pluimveesector. Sinds de eerste grote uitbraak in 2003, waarbij 30 miljoen kippen werden geruimd, komt het virus vrijwel jaarlijks voor. De afgelopen jaren is de frequentie toegenomen. In het seizoen 2021-2022 werden 47 besmettingen vastgesteld op pluimveebedrijven, in 2022-2023 waren het er 28, en in 2023-2024 23. Het seizoen 2024-2025 kende opnieuw een piek, met 31 besmettingen tussen oktober 2024 en april 2025.

Het virus wordt verspreid door wilde vogels, met name watervogels zoals ganzen, eenden en meeuwen. Deze dieren dragen het virus vaak zonder ziek te worden en verspreiden het via uitwerpselen. Pluimveebedrijven raken besmet wanneer wilde vogels in de buurt van stallen komen, via besmet water, voer of materiaal, of via indirect contact zoals schoeisel, kleding of voertuigen. Ondanks strikte hygiënemaatregelen is het virus moeilijk buiten te houden, vooral in gebieden met veel wilde vogels en hoge dichtheden aan pluimveebedrijven.

Landelijke ophok- en afschermplicht ingetrokken

Om verspreiding van vogelgriep te voorkomen, voerde het ministerie in oktober 2024 een landelijke ophok- en afschermplicht in. Alle pluimveehouders in Nederland moesten hun dieren binnenhouden en afschermen van wilde vogels. Deze maatregel gold voor alle bedrijven, ongeacht locatie of type productie. De plicht had als doel om contact tussen pluimvee en wilde vogels te minimaliseren en zo nieuwe besmettingen te voorkomen.

De ophokplicht duurde zes maanden en werd op 25 april 2026, ongeveer drie weken voor de besmetting in Biddinghuizen, ingetrokken. Het ministerie oordeelde dat het risico op nieuwe besmettingen was afgenomen door het einde van het hoogrisicoseizoen, waarin trekvogels door Nederland trekken. De plicht bleef wel van kracht in de Gelderse Vallei, een gebied met zeer hoge dichtheden aan pluimveebedrijven, waar het risico op snelle verspreiding groter is.

De Gelderse Vallei, een gebied tussen Amersfoort, Barneveld, Veenendaal en Wageningen, telt circa 600 pluimveebedrijven met in totaal meer dan 40 miljoen kippen. Dit is de grootste concentratie van pluimvee in Nederland. Door de hoge dichtheid is het risico op verspreiding van dierziekten groot. Eén besmetting kan snel leiden tot meerdere vervolgbesmettingen in de omgeving. Daarom blijft in dit gebied een permanente verhoogde waakzaamheid en vaak een langere ophokplicht van kracht.

Het ministerie geeft aan dat de besmetting in Biddinghuizen nog geen aanleiding is om opnieuw een landelijke ophok- en afschermplicht in te voeren. De situatie wordt nauwlettend gevolgd. Als er in korte tijd meerdere besmettingen worden vastgesteld, of als het virus zich verspreidt naar gebieden met hoge pluimveedichtheden, kan de plicht opnieuw worden ingevoerd. Dit gebeurt op basis van risicoanalyses van de NVWA en adviezen van het deskundigenteam vogelgriep.

Gevolgen voor de sector

De pluimveesector in Nederland telt circa 2.000 bedrijven met in totaal ruim 100 miljoen kippen, waarvan circa 45 miljoen leghennen en 55 miljoen vleeskuikens. De sector heeft een jaaromzet van ongeveer 2,5 miljard euro en is een belangrijke exporteur van eieren en pluimveevlees. Nederland is de grootste exporteur van eieren binnen de Europese Unie, met een jaarlijkse export van circa 6 miljard eieren.

Vogelgriep heeft structurele gevolgen voor de sector. Jaarlijks worden honderdduizenden tot miljoenen kippen geruimd, wat leidt tot productieverlies, omzetderving en imagoschade. Bedrijven investeren miljoenen in hygiënemaatregelen, zoals ontsmettingspoorten, afschermingen, bezoekersprotocollen en monitoring. Toch blijft het virus terugkeren, wat leidt tot onzekerheid en financiële druk.

Voor afnemers zoals supermarkten, bakkerijen en voedingsindustrie kan vogelgriep leiden tot tijdelijke schaarste aan eieren of pluimveevlees. Bij grote uitbraken stijgen prijzen en moeten afnemers uitwijken naar import uit andere landen. Voor consumenten betekent dit hogere prijzen in de winkel. In 2022 en 2023 stegen eierprijzen met 30 tot 50 procent door een combinatie van vogelgriep, hogere voerkosten en energieprijzen.

Voor verzekeraars is vogelgriep een risico. Veel pluimveehouders hebben een verzekering tegen dierziekten, maar premies zijn de afgelopen jaren fors gestegen. Sommige verzekeraars sluiten vogelgriep uit van dekking of hanteren hoge eigen risico's. Voor ondernemers betekent dit dat zij een groter deel van de schade zelf moeten dragen.

De beperkingszone rond Biddinghuizen blijft een maand van kracht. Na afloop van deze periode worden de maatregelen opgeheven, mits er geen nieuwe besmettingen zijn vastgesteld. De 25 getroffen bedrijven kunnen dan weer vogels, eieren en mest afvoeren en hun kippen laten scharrelen. Het besmette bedrijf zal na reiniging en ontsmetting opnieuw worden bevolkt, wat naar verwachting in het najaar van 2026 kan gebeuren.

Het ministerie en de NVWA blijven de situatie nauwlettend volgen. In de komende weken en maanden wordt extra gemonitord op nieuwe besmettingen, met name in gebieden met hoge pluimveedichtheden. Als het aantal besmettingen toeneemt, kan opnieuw een landelijke ophokplicht worden ingevoerd. De sector bereidt zich voor op een mogelijk nieuw hoogrisicoseizoen in het najaar en de winter van 2026-2027, wanneer trekvogels opnieuw door Nederland trekken.

Voor pluimveehouders blijft vogelgriep een structureel risico. Investeringen in hygiëne, monitoring en bedrijfsvoering blijven noodzakelijk om het risico te beperken. Samenwerking met de NVWA, naleving van protocollen en snelle melding van ziekteverschijnselen zijn cruciaal om verspreiding te voorkomen en schade te beperken.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: NOS Economie (DEMO). Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.
R

Redactie ondernemers.net

De redactie van ondernemers.net brengt dagelijks nieuws voor Nederlandse ondernemers, op basis van publieke databronnen zoals het CIR (faillissementen), RVO (subsidies), CBS (sectorcijfers) en officiële persberichten.