Sectoren

Vogelgriep treft pluimveebedrijf Biddinghuizen opnieuw: 55.000 kippen geruimd

Op een pluimveebedrijf in Biddinghuizen is voor de tweede keer in vier jaar vogelgriep vastgesteld. De NVWA ruimt 55.000 kippen en vernietigt alle eieren. In een straal van 10 kilometer geldt een vervoersverbod voor 25 commerciële pluimveebedrijven.

R door Redactie ondernemers.net · 9 min lezen · Bron: Regionaal — Flevoland
Vogelgriep ontdekt in Biddinghuizen: 55.000 kippen geruimd, tweede uitbraak op bedrijf
Vogelgriep ontdekt in Biddinghuizen: 55.000 kippen geruimd, tweede uitbraak op bedrijf Foto: Vogelgriep ontdekt in Biddinghuizen
Deel

Op een pluimveebedrijf aan de Mosselweg in Biddinghuizen is vogelgriep vastgesteld. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur maakte dit donderdagavond bekend. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) ruimt alle 55.000 kippen op het bedrijf om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Ook worden alle eieren van de onderneming vernietigd. Het is de tweede keer in vier jaar dat dit bedrijf wordt getroffen door vogelgriep.

In 2022 werd hetzelfde bedrijf al getroffen door een uitbraak, waarbij 56.000 hennen besmet raakten. Dit was destijds de grootste uitbraak van vogelgriep in Flevoland in jaren. De herhaling van de besmetting op dezelfde locatie roept vragen op over de biosecurity-maatregelen op het bedrijf en de effectiviteit van de desinfectie- en herstelprotocollen na de vorige uitbraak. De NVWA zal onderzoeken hoe het virus opnieuw het bedrijf heeft bereikt en of er tekortkomingen zijn geweest in de preventieve maatregelen.

Het getroffen bedrijf moet voorlopig dicht blijven. De komende tijd volgen meerdere desinfecteerrondes, waarna nog 21 dagen gewacht moet worden voordat het bedrijf weer operationeel mag worden. Deze periode duurt in totaal zo'n zes weken, aldus de NVWA. Daarna wordt beoordeeld of de getroffen ondernemer weer kippen kan houden. Voor de ondernemer betekent dit een aanzienlijke financiële klap: naast het verlies van alle dieren en eieren, loopt ook de inkomstenstroom stil gedurende minimaal zes weken, en mogelijk langer als blijkt dat aanvullende maatregelen nodig zijn.

In een straal van 10 kilometer rond het besmette bedrijf geldt per direct een vervoersverbod. In dit gebied liggen 25 commerciële pluimveebedrijven, die allemaal te maken krijgen met beperkingen. Het verbod betekent dat vogels, broedeieren en consumptie-eieren niet mogen worden vervoerd. Ook mogen mest en gebruikt strooisel niet worden afgevoerd. Volgens het ministerie zijn deze maatregelen noodzakelijk om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Voor de 25 bedrijven in de getroffen zone heeft dit directe economische gevolgen: bedrijven die slachtkippen houden kunnen hun dieren niet afleveren, wat leidt tot oplopende kosten voor voer en huisvesting.

Daarnaast geldt in de zone van 10 kilometer een ophok- en afschermplicht. Dit betekent dat pluimvee niet buiten mag komen en dat stallen moeten worden afgeschermd tegen contact met wilde vogels. Andere dieren dan vogels en hun producten mogen onder strenge hygiënevoorwaarden nog wel van en naar bedrijven worden vervoerd. De landelijke ophok- en afschermplicht die eerder gold is op 21 april ingetrokken, behalve in de Gelderse Vallei. Volgens het ministerie is de besmetting in Biddinghuizen geen aanleiding om opnieuw landelijke maatregelen in te voeren, wat erop wijst dat de uitbraak vooralsnog als lokaal en beheersbaar wordt beschouwd.

Vogelgriep, officieel aviaire influenza genoemd, is een zeer besmettelijke virusziekte die voorkomt bij vogels. Het virus wordt vaak verspreid door wilde watervogels, zoals ganzen en eenden, die het virus bij zich kunnen dragen zonder zelf ziek te worden. Via mest, veren of direct contact kan het virus overspringen naar commercieel gehouden pluimvee. De hoogpathogene variant, die in Biddinghuizen is vastgesteld, is dodelijk voor pluimvee en kan binnen enkele dagen een hele koppel decimeren. Voor mensen is het risico op besmetting zeer klein, maar niet volledig uitgesloten bij intensief contact met besmette dieren.

De pluimveesector in Nederland telt circa 2.000 commerciële bedrijven met in totaal ruim 100 miljoen kippen. De economische waarde van de sector bedraagt jaarlijks circa 2 miljard euro, inclusief export van eieren en vlees. Nederland is wereldwijd een belangrijke speler in de pluimveesector, met name in de export van broedeieren en kuikens. Flevoland is een van de provincies met een hoge dichtheid aan pluimveebedrijven, wat het risico op verspreiding vergroot wanneer er een uitbraak is. De nabijheid van het Markermeer en het IJsselmeer, belangrijke rustgebieden voor trekvogels, speelt mogelijk een rol in de verspreiding van het virus naar commerciële bedrijven.

Onderzoek naar contacten en mogelijke verspreiding

De NVWA onderzoekt ondertussen mogelijke risicovolle contacten van het bedrijf in Biddinghuizen. Daarbij wordt gekeken of er in de periode voor de besmetting dieren of producten van en naar de locatie zijn vervoerd. Dit onderzoek is van belang om te bepalen of andere bedrijven mogelijk zijn besmet of een verhoogd risico lopen. Afhankelijk van de uitkomsten kunnen extra maatregelen volgen, zoals uitbreiding van de vervoersverbodzone of aanvullende monitoring van contactbedrijven.

Het feit dat dit bedrijf voor de tweede keer in vier jaar wordt getroffen, maakt het onderzoek extra belangrijk. Mogelijk zijn er structurele factoren die het bedrijf kwetsbaar maken voor vogelgriep, zoals de ligging nabij water of trekvogelroutes, de inrichting van de stallen, of tekortkomingen in de biosecurity-protocollen. De NVWA zal ook onderzoeken of de desinfectie en reiniging na de uitbraak in 2022 adequaat zijn uitgevoerd en of het virus mogelijk in de omgeving of in de bedrijfsgebouwen heeft overleefd.

Voor de 25 pluimveebedrijven in de getroffen zone betekent het vervoersverbod een periode van onzekerheid. Bedrijven die op het punt stonden dieren af te leveren, zien hun planning in de war geschopt. Bedrijven die leghennen houden, kunnen hun eieren wel blijven verkopen voor consumptie, maar moeten deze naar een zogenoemd pakstation brengen, een verzamelplek voor extra controle. Experts stellen dat een ei eten veilig blijft, omdat de schaal het binnenste deel goed beschermt. Broedeieren mogen echter niet worden vervoerd, wat gevolgen heeft voor kuikenbroederijen en de toeleveringsketen.

Compensatie en financiële gevolgen

De getroffen kippenhouder in Biddinghuizen krijgt een compensatie uit het Diergezondheidsfonds, dat gevuld wordt door de sector zelf via een heffing. De compensatie dekt de waarde van de geruimde dieren, maar niet alle kosten. Inkomstenderving, extra kosten voor reiniging en ontsmetting, en de tijd die nodig is om het bedrijf weer op te starten worden niet volledig vergoed. Voor een bedrijf met 55.000 leghennen kan de totale schade oplopen tot enkele honderduizenden euro's, afhankelijk van de leeftijd van de dieren, de eierproductie en de duur van de stilstand.

De heffing voor het Diergezondheidsfonds is naar verwachting dit jaar hoger vanwege de vele uitbraken deze winter, aldus staatssecretaris Erkens van landbouw. In het seizoen 2025-2026 zijn er tot nu toe meerdere uitbraken geweest op commerciële pluimveebedrijven in Nederland, verspreid over verschillende provincies. Elke uitbraak betekent ruiming van duizenden tot tienduizenden dieren, wat de kosten voor het fonds opdrijft. Dit leidt tot hogere heffingen voor alle pluimveehouders, wat de winstmarges verder onder druk zet.

Voor de sector als geheel is elke uitbraak van vogelgriep een zorg. Nederland is een belangrijke exporteur van pluimveeproducten, met name eieren, kuikens en vlees. Bij uitbraken van vogelgriep kunnen importerende landen beperkingen opleggen aan Nederlandse producten, wat de export schaadt. In 2021 leidde een grote golf van vogelgriep-uitbraken tot exportbeperkingen vanuit onder meer Aziatische landen, met miljoenen euro's aan omzetverlies voor de sector. De sector investeert daarom fors in preventie, maar het risico blijft aanwezig zolang wilde vogels het virus verspreiden.

Vaccinatie als mogelijke oplossing

Staatssecretaris Erkens werkt aan een plan van aanpak voor vaccinaties voor legkippen. De eerste ervaringen hiermee zijn opgedaan op een proefboerderij en dat werkt goed, zegt Wageningen University & Research. Het plan van aanpak moet eind dit jaar klaar zijn. Vaccinatie wordt gezien als een mogelijke langetermijnoplossing om de impact van vogelgriep te verminderen. Gevaccineerde kippen worden minder snel ziek en verspreiden het virus minder, waardoor uitbraken kunnen worden beperkt.

Er zijn echter ook uitdagingen verbonden aan vaccinatie. Ten eerste is het logistiek complex om miljoenen kippen te vaccineren, vooral omdat de meeste vaccins individueel moeten worden toegediend. Ten tweede kunnen sommige importerende landen eisen stellen aan gevaccineerde dieren of producten, wat de export kan bemoeilijken. Ten derde is er de vraag of vaccinatie voldoende bescherming biedt tegen alle varianten van het vogelgriepvirus, dat snel muteert. Desondanks ziet de sector vaccinatie als een belangrijke aanvulling op de huidige preventieve maatregelen, zoals biosecurity en monitoring.

De proefboerderij waar vaccinatie is getest, laat veelbelovende resultaten zien. Gevaccineerde kippen bleken na blootstelling aan het virus minder vaak ziek te worden en minder virus uit te scheiden. Dit vermindert het risico op verspreiding naar andere dieren en bedrijven. Wageningen University & Research doet momenteel vervolgonderzoek naar de effectiviteit van verschillende vaccins, de optimale vaccinatiestrategie, en de economische haalbaarheid van grootschalige vaccinatie. De resultaten van dit onderzoek worden gebruikt om het plan van aanpak van staatssecretaris Erkens vorm te geven.

Bredere context: vogelgriep in Nederland

Vogelgriep is een terugkerend probleem in de Nederlandse pluimveesector. In het seizoen 2025-2026 zijn er tot nu toe 18 uitbraken geweest op commerciële pluimveebedrijven in Nederland, verspreid over verschillende provincies. Dit is een toename ten opzichte van voorgaande jaren, wat mogelijk samenhangt met de toename van het virus onder wilde vogels. Het najaar en de winter zijn traditioneel de risicoperiodes, omdat dan grote aantallen trekvogels door Nederland trekken of hier overwinteren. Deze vogels kunnen het virus meenemen uit andere landen en verspreiden naar Nederlandse pluimveebedrijven.

De uitbraak in Biddinghuizen is de tweede in Flevoland dit seizoen. Eerder dit jaar werd ook een bedrijf in Zeewolde getroffen, waarbij 48.000 kippen werden geruimd. Flevoland is vanwege de ligging aan het Markermeer en het IJsselmeer een risicogebied voor vogelgriep. Deze wateren zijn belangrijke rust- en foerageergebieden voor wilde watervogels, waaronder ganzen, eenden en meeuwen, die het virus kunnen verspreiden. De nabijheid van pluimveebedrijven tot deze wateren vergroot het risico op besmetting.

De pluimveesector heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in biosecurity-maatregelen om het risico op vogelgriep te verminderen. Dit omvat onder meer het afdekken van uitlopen, het plaatsen van netten en schermen om wilde vogels buiten te houden, strikte hygiëneprotocollen voor personeel en bezoekers, en het beperken van contact tussen verschillende koppels kippen. Desondanks blijft het risico bestaan, vooral in gebieden met hoge dichtheden aan pluimveebedrijven en wilde vogels.

De NVWA zal de komende dagen en weken nauwlettend monitoren of er nieuwe uitbraken zijn in de regio Biddinghuizen. Het vervoersverbod en de ophokplicht blijven van kracht totdat duidelijk is dat er geen verdere verspreiding is. Voor de 25 pluimveebedrijven in de getroffen zone betekent dit een periode van onzekerheid en financiële druk. De sector hoopt dat de uitbraak beperkt blijft tot het ene bedrijf en dat het vervoersverbod binnen enkele weken kan worden opgeheven.

Voor het getroffen bedrijf in Biddinghuizen is de weg terug lang. Na de ruiming volgen meerdere desinfecteerrondes en een wachtperiode van 21 dagen. Daarna moet de NVWA goedkeuring geven voordat het bedrijf weer dieren mag plaatsen. Gezien het feit dat dit de tweede uitbraak op dit bedrijf is, zal de NVWA extra kritisch kijken naar de biosecurity-maatregelen en mogelijk aanvullende eisen stellen. Het is niet uitgesloten dat het bedrijf aanpassingen moet doorvoeren aan de stallen of de bedrijfsvoering voordat het weer mag starten.

Voor de sector als geheel blijft vogelgriep een grote uitdaging. De verwachting is dat het virus de komende jaren een blijvend risico zal vormen, zeker zolang het onder wilde vogels circuleert. Vaccinatie kan op termijn een belangrijke rol spelen in het beperken van de impact, maar is geen wondermiddel. Biosecurity, monitoring en snelle respons bij uitbraken blijven essentieel. De samenwerking tussen overheid, sector en onderzoeksinstellingen is van groot belang om de pluimveesector weerbaar te houden tegen vogelgriep en andere dierziekten.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: Regionaal — Flevoland. Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.
R

Redactie ondernemers.net

De redactie van ondernemers.net brengt dagelijks nieuws voor Nederlandse ondernemers, op basis van publieke databronnen zoals het CIR (faillissementen), RVO (subsidies), CBS (sectorcijfers) en officiële persberichten.