Bouwbedrijf hsstotaalbouw uit Westendorp failliet verklaard
De rechtbank Gelderland heeft op 12 mei 2026 het faillissement uitgesproken van hsstotaalbouw B.V., een bouwbedrijf uit Westendorp dat ook handelde onder de naam De renovatie meesters. Curator mr. S.R. Effting is aangesteld om de afwikkeling te leiden.
De rechtbank Gelderland heeft op 12 mei 2026 het faillissement uitgesproken van hsstotaalbouw B.V., een bouwbedrijf gevestigd aan de Stubbelderweg 7 in Westendorp. De uitspraak werd op 16 mei gepubliceerd in het Centraal Insolventieregister. Mr. S.R. Effting uit Arnhem is benoemd tot curator en zal de afwikkeling van het faillissement begeleiden.
hsstotaalbouw staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 93539479. Het bedrijf handelde ook onder de naam De renovatie meesters, wat wijst op een focus op renovatie- en verbouwingsprojecten naast nieuwbouw. De rechtbank Gelderland behandelde de zaak onder nummer F.05/26/185, met mr. S. Boot als rechter-commissaris. Het toezichtzaaknummer luidt NL:TZ:0000528597:F001.
De vestiging aan de Stubbelderweg ligt in Westendorp, een dorp in de gemeente Montferland in de Achterhoek met circa 1.800 inwoners. Westendorp ligt nabij de Duitse grens, op ongeveer 15 kilometer van Doetinchem en 20 kilometer van Arnhem. De Achterhoek is een landelijke regio met een mix van woningbouw, agrarische bedrijven en kleinschalige industrie. De bouwsector in deze regio richt zich vooral op particuliere opdrachtgevers, lokale bedrijven en gemeentelijke projecten.
De bouwsector in Nederland telt circa 120.000 bedrijven en biedt werk aan ongeveer 450.000 mensen. De sector heeft een jaaromzet van ruim 80 miljard euro en omvat nieuwbouw, renovatie, onderhoud, infrastructuur en utiliteitsbouw. Kleinere bouwbedrijven zoals hsstotaalbouw richten zich vaak op lokale markten en particuliere opdrachtgevers, met projecten variΓ«rend van dakkapellen en aanbouwen tot complete renovaties en nieuwbouwwoningen.
De bouwsector heeft de afgelopen jaren te maken gehad met meerdere uitdagingen. Tijdens de coronapandemie tussen 2020 en 2021 stagneerden veel projecten door lockdowns, leveringsproblemen en onzekerheid bij opdrachtgevers. Hoewel overheidssteun zoals de TVL en NOW veel bedrijven overeind hield, liepen sommige bouwbedrijven omzetverliezen op van 20 tot 40 procent. Na de pandemie volgde een periode van herstel, maar vanaf 2022 ontstonden nieuwe problemen door sterk gestegen materiaalkosten, personeelstekorten en stijgende rentetarieven.
De materiaalkosten stegen tussen 2021 en 2023 met gemiddeld 30 tot 50 procent. Hout, staal, isolatiemateriaal, cement en kunststoffen werden fors duurder door verstoringen in internationale toeleveringsketens, hogere energieprijzen en toegenomen vraag. Voor bouwbedrijven met vaste prijsafspraken betekende dit dat projecten verliesgevend werden. Bedrijven die geen prijsindexeringsclausules hadden opgenomen in hun contracten, kwamen direct in de problemen.
Daarnaast is er een structureel personeelstekort in de bouw. Volgens brancheorganisatie Bouwend Nederland zijn er circa 30.000 tot 40.000 vacatures in de sector, vooral voor timmerlieden, metselaars, loodgieters en elektriciens. Dit leidt tot langere doorlooptijden, hogere loonkosten en moeilijkheden bij het aannemen van nieuwe projecten. Kleinere bedrijven hebben moeite om personeel aan te trekken en te behouden, vooral in landelijke gebieden waar de concurrentie met grotere bedrijven en industriΓ«le werkgevers groot is.
Druk op kleine bouwbedrijven
De stijgende rentetarieven hebben ook invloed op de bouwsector. De hypotheekrente steeg van gemiddeld 1,5 procent in 2021 naar 4 tot 5 procent in 2023 en 2024. Dit leidde tot een afname van de vraag naar nieuwbouwwoningen en verbouwingen, omdat particulieren minder konden lenen en voorzichtiger werden met grote investeringen. Voor bouwbedrijven die afhankelijk zijn van particuliere opdrachtgevers, betekende dit een daling van het orderboek.
De combinatie van hogere kosten, personeelstekorten en afnemende vraag heeft geleid tot een toename van faillissementen in de bouwsector. Volgens het CBS werden in het eerste kwartaal van 2026 ruim 1.800 faillissementen uitgesproken in Nederland, een stijging van 12 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. De bouwsector behoort tot de zwaarst getroffen branches, met een stijging van circa 18 procent in het aantal faillissementen.
Kleinere bouwbedrijven zijn extra kwetsbaar. Zij hebben vaak een beperkte financiΓ«le buffer, zijn afhankelijk van een klein aantal grote projecten en hebben minder mogelijkheden om risico's te spreiden. Wanneer een project vertraging oploopt, een opdrachtgever niet betaalt of materiaalkosten onverwacht stijgen, kan dit direct leiden tot liquiditeitsproblemen. Daarnaast hebben kleinere bedrijven moeite om te investeren in moderne systemen, duurzaamheidsmaatregelen en professionalisering van administratie en financieel management.
De renovatiemarkt, waar hsstotaalbouw zich op richtte, is een belangrijke deelmarkt binnen de bouw. Jaarlijks wordt in Nederland voor circa 15 tot 20 miljard euro aan renovaties en verbouwingen uitgevoerd. Deze markt omvat verduurzaming van woningen, aanpassingen voor ouderen, dakkapellen, uitbouwen en complete renovaties. De vraag naar renovaties blijft structureel hoog door de verouderde woningvoorraad en de noodzaak om woningen energiezuiniger te maken.
Toch is ook de renovatiemarkt onder druk komen te staan. Particulieren zijn voorzichtiger geworden met grote investeringen door gestegen hypotheeklasten, hogere energierekeningen en algemene onzekerheid over de economie. Subsidies zoals de ISDE (Investeringssubsidie Duurzame Energie) en de Subsidieregeling Energiebesparing Eigen Huis helpen, maar dekken slechts een deel van de kosten. Voor veel huiseigenaren blijven renovaties een forse investering die zij uitstellen of in fases uitvoeren.
Gevolgen voor betrokkenen
Het faillissement van hsstotaalbouw heeft directe gevolgen voor verschillende partijen. Eventuele werknemers kunnen aanspraak maken op een uitkering via het UWV, dat in geval van faillissement de lonen over maximaal drie maanden voorschiet. Gezien de omvang van het bedrijf gaat het waarschijnlijk om een klein team van 5 tot 15 medewerkers, waaronder vaklieden zoals timmerlieden, metselaars en loodgieters, eventueel aangevuld met administratief personeel. Voor deze werknemers betekent het faillissement dat zij direct zonder werk zitten in een sector waar wel vraag is naar personeel, maar waar de onzekerheid over de toekomst groot is.
Voor opdrachtgevers met lopende projecten betekent het faillissement dat werkzaamheden worden stilgelegd. Particulieren die een aanbetaling hebben gedaan of materialen hebben laten leveren, kunnen hun vordering indienen bij curator Effting, maar de kans op volledige terugbetaling is klein. Consumenten staan in faillissementen achteraan in de rij van crediteuren. Zij moeten een ander bouwbedrijf zoeken om het project af te ronden, wat kan leiden tot extra kosten, vertraging en juridische complicaties.
Voor leveranciers van bouwmaterialen, zoals bouwmarkten, houthandels, installatiebedrijven en groothandels, betekent het faillissement dat openstaande facturen mogelijk niet worden betaald. Zij moeten hun vorderingen indienen bij de curator. Voor kleinere leveranciers kan dit een forse aderlating betekenen, vooral als het om grote bedragen gaat.
Voor onderaannemers, zoals elektriciens, loodgieters, stukadoors en schilders die werkzaamheden hebben uitgevoerd voor hsstotaalbouw, betekent het faillissement dat zij mogelijk niet worden betaald voor geleverd werk. Ook zij moeten hun vorderingen indienen en afwachten of er nog middelen beschikbaar zijn voor uitkering.
Voor de verhuurder of eigenaar van het pand aan de Stubbelderweg betekent het faillissement dat er mogelijk huurachterstanden zijn en dat het pand leeg komt te staan. Afhankelijk van de staat van het pand en de vraag naar bedrijfsruimte in Westendorp, kan het lastig zijn om snel een nieuwe huurder te vinden.
Vervolgstappen
Curator Effting zal in de komende periode een eerste crediteurenvergadering organiseren, waarbij schuldeisers worden geΓ―nformeerd over de stand van zaken. Crediteuren krijgen de gelegenheid om hun vorderingen in te dienen. De curator zal vervolgens inventariseren welke activa beschikbaar zijn, zoals gereedschap, machines, voertuigen, voorraden bouwmaterialen, vorderingen op debiteuren en eventuele contracten met opdrachtgevers.
Ook zal worden onderzocht of er mogelijkheden zijn voor een doorstart. In de bouwsector komt het regelmatig voor dat een concurrent of investeerder interesse heeft in het overnemen van lopende projecten, klantrelaties of personeel. Een doorstart kan werkgelegenheid behouden en lopende projecten voortzetten. Dit hangt af van de vraag of er nog levensvatbare onderdelen zijn en of er geΓ―nteresseerde partijen zijn. De handelsnaam De renovatie meesters en eventuele klantrelaties kunnen aantrekkelijk zijn voor overnemers.
Rechter-commissaris Boot houdt toezicht op het verloop van het faillissement en kan worden benaderd door belanghebbenden die vragen of klachten hebben over de gang van zaken. Het faillissement blijft geregistreerd in het Centraal Insolventieregister, waar alle ontwikkelingen en publicaties worden bijgehouden.
Voor ondernemers in de bouwsector is het faillissement van hsstotaalbouw een signaal om de eigen financiΓ«le positie kritisch te bekijken. Tijdige bijsturing, kostenbesparing, het opnemen van prijsindexeringsclausules in contracten, investeren in personeelsbehoud en het opbouwen van een financiΓ«le buffer kunnen het verschil maken tussen overleven en omvallen in een sector onder druk.
Redactie ondernemers.net
De redactie van ondernemers.net brengt dagelijks nieuws voor Nederlandse ondernemers, op basis van publieke databronnen zoals het CIR (faillissementen), RVO (subsidies), CBS (sectorcijfers) en officiΓ«le persberichten.