Belasting

Dorpshuizen vrezen forse stijging elektriciteitskosten door einde salderingsregeling

Driekwart van alle Nederlandse dorpshuizen verwacht volgend jaar aanzienlijk hogere elektriciteitskosten door het beëindigen van de salderingsregeling. Vanaf 2027 kunnen deze gemeenschapsruimten zelf opgewekte zonne-energie niet meer tegen hun verbruik wegstrepen.

· 6 min lezen · Bron: Regionaal — Utrecht
Dorpshuizen met zonnepanelen vrezen hoge kosten
Dorpshuizen met zonnepanelen vrezen hoge kosten Foto: RTV Utrecht
Deel

Driekwart van alle Nederlandse dorpshuizen verwacht volgend jaar flink meer te moeten betalen voor elektriciteit. Dit blijkt uit onderzoek van de Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen (LVKK). De oorzaak is het beëindigen van de salderingsregeling per 1 januari 2027. Deze regeling stelt eigenaren van zonnepanelen in staat om zelf opgewekte stroom tegen hun verbruik weg te strepen. Vanaf volgende jaar vervalt dit voordeel.

De salderingsregeling is sinds 2001 van kracht en is een belangrijk stimuleringsinstrument geweest voor de adoptie van zonnepanelen bij huishoudens en kleine bedrijven. De regeling werkt als volgt: als een huishouden of klein bedrijf meer stroom opwekt dan het verbruikt, kan het overtollige stroom terugleveren aan het net. De eigenaar krijgt hiervoor geen geld, maar mag de teruggeleefde stroom wegstrepen tegen toekomstig verbruik. Dit maakt zonnepanelen financieel aantrekkelijk, omdat de eigenaar geen netkosten betaalt over de zelf opgewekte en verbruikte stroom.

Vanaf 2027 verandert dit systeem fundamenteel. De regering heeft besloten de salderingsregeling geleidelijk af te bouwen. Eigenaren van zonnepanelen krijgen voortaan alleen nog vergoeding voor de stroom die zij terugleveren aan het net. Deze vergoeding is aanzienlijk lager dan de normale elektriciteitskosten. Waar een huishouden nu bijvoorbeeld 25 cent per kilowattuur betaalt, krijgt het voor teruggeleefde stroom slechts 8 tot 12 cent per kilowattuur. Dit verschil wordt de 'salderingsmarge' genoemd.

Voor dorpshuizen heeft dit ingrijpende gevolgen. Dorpshuizen zijn gemeenschapsruimten die eigendom zijn van lokale verenigingen, stichtingen of gemeenten. Ze worden gebruikt voor buurtbijeenkomsten, culturele evenementen, sportactiviteiten en sociale voorzieningen. Veel dorpshuizen hebben in de afgelopen tien jaar zonnepanelen laten installeren, aangetrokken door subsidies en de aantrekkelijke salderingsregeling. Deze zonnepanelen moesten helpen de bedrijfskosten te drukken en de huizen duurzamer te maken.

Volgens het LVKK-onderzoek hebben ongeveer 60 procent van alle dorpshuizen zonnepanelen geïnstalleerd. Dit zijn vooral huizen in landelijke gebieden waar veel zon beschikbaar is en waar de bedrijfskosten relatief hoog zijn. De gemiddelde dorpshuis heeft een zonnepaneelinstallatie van 10 tot 20 kilowatt piek (kWp), wat ongeveer 30 tot 50 zonnepanelen zijn. De jaarlijkse opbrengst bedraagt gemiddeld 10.000 tot 20.000 kilowattuur, afhankelijk van de ligging en weersomstandigheden.

De LVKK schat dat dorpshuizen door het einde van de salderingsregeling gemiddeld 3.000 tot 5.000 euro per jaar extra moeten betalen voor elektriciteit. Dit is een forse stijging voor organisaties die meestal werken met beperkte budgetten en afhankelijk zijn van inkomsten uit verhuur, subsidies en vrijwilligersbijdragen. Voor veel dorpshuizen betekent dit dat zij hun activiteiten moeten beperken, de huurprijzen moeten verhogen of op zoek moeten naar aanvullende financiering.

Gevolgen voor dorpshuizen en lokale gemeenschappen

De beëindiging van de salderingsregeling raakt dorpshuizen in het hart van hun missie: het faciliteren van lokale gemeenschapsactiviteiten tegen betaalbare kosten. Dorpshuizen zijn cruciaal voor het sociale weefsel in landelijke gebieden. Ze bieden ruimte voor buurtbijeenkomsten, sportclubs, culturele evenementen, jeugdactiviteiten en zorgvoorzieningen. Veel dorpshuizen worden gerund door vrijwilligers en hebben minimale personeelskosten.

De extra elektriciteitskosten van 3.000 tot 5.000 euro per jaar zijn voor veel dorpshuizen onhoudbaar. Ter vergelijking: de gemiddelde dorpshuis heeft een jaarlijkse begroting van 20.000 tot 50.000 euro. Een stijging van 3.000 tot 5.000 euro betekent een verhoging van 6 tot 25 procent. Dit dwingt dorpshuizen om moeilijke keuzes te maken.

De eerste optie is het verhogen van de huurprijzen voor gebruikers. Veel dorpshuizen verhuren zalen voor feesten, vergaderingen en evenementen. Een stijging van de huurprijzen kan echter gebruikers afschrikken, vooral in economisch zwakkere regio's. Dit kan leiden tot minder gebruik en dus minder inkomsten, wat het probleem verergert.

De tweede optie is het beperken van activiteiten. Sommige dorpshuizen zullen minder uren open zijn, minder evenementen organiseren of bepaalde activiteiten stopzetten. Dit heeft directe gevolgen voor de lokale gemeenschap. Buurtbijeenkomsten, sportactiviteiten, jeugdwerk en culturele evenementen kunnen niet meer plaatsvinden. Dit vergroot de sociale isolatie in landelijke gebieden, vooral voor ouderen en jongeren.

De derde optie is het zoeken naar aanvullende financiering. Veel dorpshuizen zullen moeten aankloppen bij gemeenten, provincies, stichtingen en sponsors. Dit is tijdrovend en onzeker. Bovendien is de beschikbare financiering beperkt, omdat veel overheden zelf bezuinigingen doorvoeren.

De LVKK waarschuwt dat zonder aanvullende steun veel dorpshuizen in financiële problemen zullen komen. Sommige huizen zullen mogelijk moeten sluiten, wat een verlies betekent voor lokale gemeenschappen. Dit is vooral problematisch in dunbevolkte gebieden, waar dorpshuizen vaak de enige gemeenschapsruimte zijn.

Bredere context: energietransitie en salderingsregeling

De afbouw van de salderingsregeling is onderdeel van een bredere herziening van het Nederlandse energiebeleid. De regering wil de energietransitie versnellen en meer duurzame energie opwekken. Tegelijkertijd wil zij de kosten van de energietransitie eerlijker verdelen tussen alle gebruikers.

De salderingsregeling is in 2001 ingevoerd als stimulans voor huishoudens en kleine bedrijven om zonnepanelen te installeren. Destijds was zonne-energie duur en onrendabel zonder subsidies. De salderingsregeling maakte zonnepanelen financieel aantrekkelijk door eigenaren vrijstelling te geven van netkosten. Dit leidde tot massale adoptie: Nederland heeft nu meer dan 3 miljoen zonnepaneelinstallaties, meer dan welk ander Europees land.

De regering stelt nu dat de salderingsregeling zijn doel heeft bereikt en niet meer nodig is. Zonne-energie is veel goedkoper geworden en rendabel zonder subsidies. Bovendien veroorzaakt de salderingsregeling volgens de regering kostenverschuiving: eigenaren van zonnepanelen betalen minder netkosten, wat andere gebruikers moeten opvangen. Dit leidt tot hogere elektriciteitskosten voor huishoudens zonder zonnepanelen.

De afbouw van de salderingsregeling is geleidelijk. In 2023 werd de regeling al beperkt tot 50 procent saldering. In 2024 werd dit verder beperkt. Vanaf 2027 vervalt de regeling volledig. Dit geeft eigenaren van zonnepanelen enkele jaren om zich aan te passen.

Het probleem is dat dorpshuizen en andere kleine organisaties minder flexibiliteit hebben dan huishoudens. Een huishouden kan zonnepanelen installeren, de salderingsregeling benutten, en later de panelen vervangen door een batterij voor opslag. Een dorpshuis kan dit niet zomaar doen, omdat de investeringen groter zijn en de terugverdientijd langer.

Vooruitzicht en mogelijke oplossingen

De LVKK roept de regering op aanvullende steun te geven aan dorpshuizen. Dit kan op meerdere manieren:

Ten eerste kan de regering een aparte regeling instellen voor dorpshuizen en andere non-profitorganisaties. Deze regeling kan voorzien in een verlenging van de salderingsregeling of een compensatie voor de extra kosten. Dit zou rechtvaardiger zijn, omdat dorpshuizen geen winst maken en hun inkomsten gebruiken voor maatschappelijke doeleinden.

Ten tweede kan de regering subsidies verstrekken voor batterijopslag. Dorpshuizen kunnen zonnepanelen combineren met batterijen om zelf opgewekte stroom op te slaan en later te gebruiken. Dit zou de afhankelijkheid van het net verminderen en de elektriciteitskosten drukken. Echter, batterijen zijn duur (3.000 tot 5.000 euro per kilowattuur) en de terugverdientijd is lang.

Ten derde kunnen gemeenten dorpshuizen ondersteunen door subsidies of leningen te verstrekken. Veel gemeenten hebben belang bij het behoud van dorpshuizen, omdat deze bijdragen aan leefbaarheid en sociale cohesie. Gemeenten kunnen dorpshuizen helpen de extra kosten op te vangen.

Ten vierde kunnen dorpshuizen samenwerken om schaalvoordelen te bereiken. Meerdere dorpshuizen kunnen gezamenlijk investeren in batterijopslag, zonnepanelen of andere energiebesparende maatregelen. Dit kan de kosten per huis verlagen.

De komende maanden zullen uitwijzen hoe de regering en gemeenten reageren op de waarschuwing van de LVKK. Voor dorpshuizen is duidelijk dat zonder aanvullende steun de financiële druk onhoudbaar zal worden. Dit bedreigt niet alleen de continuïteit van individuele dorpshuizen, maar ook het sociale weefsel in landelijke gebieden.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: Regionaal — Utrecht. Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.