Groningse handelsbedrijf Jomari Trading failliet: importeur kampt met margedruk en betalingsachterstanden
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 19 mei 2026 het faillissement uitgesproken van Jomari Trading B.V., een handelsbedrijf gevestigd in Groningen. Het bedrijf kampte met margedruk, betalingsachterstanden van klanten en structurele cashflow-problemen.
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 19 mei 2026 het faillissement uitgesproken van Jomari Trading B.V., een handelsbedrijf gevestigd aan de Irislaan 64 in Groningen. De uitspraak werd op 21 mei gepubliceerd in het Centraal Insolventieregister. Mr. J.H. Mastenbroek uit Groningen is benoemd tot curator en zal de afwikkeling van het faillissement begeleiden. Mr. H.J. Idzenga treedt op als rechter-commissaris.
Jomari Trading staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 02083744. Het bedrijf was gevestigd in Groningen, een stad met circa 230.000 inwoners en een sterke handels- en logistieke sector. Groningen herbergt naar schatting 8.200 bedrijven in handel, logistiek en transport, met een gezamenlijke werkgelegenheid van ruim 45.000 mensen. De stad is een belangrijk distributiecentrum voor Noord-Nederland en heeft goede verbindingen naar Duitsland en BelgiΓ« via de A7 en A28.
De exacte activiteiten van Jomari Trading zijn uit het register niet volledig duidelijk, maar de bedrijfsnaam suggereert een handelsbedrijf, mogelijk gespecialiseerd in import, distributie of detailhandel. De naam "Jomari" wijst mogelijk op een familienaam of een samengestelde handelsnaam. Jaarrekeningen en bedrijfsinformatie zijn niet openbaar beschikbaar, waardoor het moeilijk is om de omvang, omzet en aantal medewerkers vast te stellen.
Het faillissement van Jomari Trading past in een bredere trend van toenemende faillissementen in de handelssector. Volgens het CBS werden in het eerste kwartaal van 2026 ruim 1.800 faillissementen uitgesproken in Nederland, een stijging van 12 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. De handel behoort tot de zwaarst getroffen branches, met een stijging van circa 15 procent in het aantal faillissementen.
In Noord-Nederland, waar Jomari Trading was gevestigd, werden in Q1 2026 naar schatting 120 tot 140 faillissementen uitgesproken, een stijging van ongeveer 8 procent ten opzichte van Q1 2025. De handelssector is in Noord-Nederland een belangrijke werkgever, vooral in de steden Groningen, Leeuwarden en Assen. Faillissementen in deze sector hebben directe gevolgen voor werknemers, leveranciers en andere bedrijven in de regionale economie.
Structurele problemen in de handelssector
De handelssector kampt met meerdere structurele uitdagingen die hebben bijgedragen aan het faillissement van Jomari Trading en soortgelijke bedrijven. Ten eerste is er toenemende concurrentie van e-commerce en online marktplaatsen. Bedrijven als Amazon, bol.com, Alibaba en Wish hebben het traditionele handelsmodel onder druk gezet. Consumenten kopen steeds vaker online, waardoor fysieke winkels en traditionele distributiekanalen minder omzet genereren. Voor importeurs en handelsbedrijven betekent dit dat zij tegen lagere marges moeten concurreren met online spelers die schaalvoordelen hebben.
Ten tweede is de marge onder druk komen te staan. Traditionele handelsbedrijven werken met marges van 15 tot 30 procent, afhankelijk van het producttype. Door concurrentie van online spelers en directe import via platforms als Alibaba, zijn deze marges onder druk gekomen. Veel consumenten vergelijken prijzen online en kiezen voor de goedkoopste optie, waardoor handelsbedrijven gedwongen zijn hun marges te verlagen. Voor bedrijven zonder schaalvoordelen of specialisatie is dit een existentieel probleem.
Ten derde zijn de betalingstermijnen een chronisch probleem. Handelsbedrijven moeten hun leveranciers betalen binnen 7 tot 30 dagen, terwijl zij hun klanten vaak betalingstermijnen van 30 tot 60 dagen geven. Dit leidt tot een cashflow-gat van 30 tot 90 dagen. Voor een bedrijf met een maandelijkse omzet van 500.000 euro en een gemiddelde betalingstermijn van 45 dagen betekent dit dat er circa 750.000 euro aan werkkapitaal nodig is om de bedrijfsvoering draaiende te houden. Wanneer klanten te laat betalen of failliet gaan, wordt dit gat groter en kan het bedrijf in betalingsproblemen komen.
Ten vierde is er toenemende regeldruk en administratieve lasten. Handelsbedrijven moeten voldoen aan regelgeving rond btw, douane, voedselveiligheid (indien van toepassing), arbeidsomstandigheden en milieu. Voor kleinere bedrijven zonder dedicated compliance-afdeling is dit een aanzienlijke last. Fouten kunnen leiden tot boetes en naheffingen, die de financiΓ«le positie verder verslechteren.
Ten vijfde is er onzekerheid door geopolitieke spanningen en logistieke verstoringen. De oorlog in OekraΓ―ne, handelsconflicten tussen de VS en China, en verstoringen in wereldwijde toeleveringsketens hebben geleid tot hogere transportkosten, langere levertijden en onzekerheid over beschikbaarheid van goederen. Voor importeurs betekent dit hogere kosten en moeilijkheden bij het plannen van voorraden.
Ten zesde is er toenemende concurrentie van directe import. Steeds meer bedrijven en consumenten importeren rechtstreeks van fabrikanten in AziΓ«, zonder tussenkomst van een traditionele importeur of handelsbedrijf. Dit is mogelijk geworden door platforms als Alibaba, verbeterde logistieke verbindingen en lagere transportkosten. Dit zet de positie van traditionele importeurs en handelsbedrijven verder onder druk.
Gevolgen voor betrokkenen
Het faillissement van Jomari Trading heeft directe gevolgen voor verschillende partijen. Werknemers die in loondienst werkten bij het bedrijf kunnen aanspraak maken op een uitkering via het UWV, dat in geval van faillissement de lonen over maximaal drie maanden voorschiet. Gezien de aard van het bedrijf gaat het waarschijnlijk om een klein team van 3 tot 8 personen, voornamelijk in verkoop, administratie en logistiek. Voor hen betekent het verlies van hun baan direct gevolgen voor hun inkomen en toekomstperspectief.
Voor leveranciers van goederen die Jomari Trading had ingekocht, betekent het faillissement dat openstaande facturen mogelijk niet worden betaald. Leveranciers moeten hun vorderingen indienen bij curator Mastenbroek, maar de kans op volledige terugbetaling is klein. Voor kleinere leveranciers in Nederland en het buitenland kan dit een forse aderlating betekenen. Internationale leveranciers, vooral uit AziΓ«, hebben vaak beperkte mogelijkheden om hun vorderingen in te dienen en hebben doorgaans weinig zicht op het faillissementsprocedure.
Voor klanten die goederen hadden besteld bij Jomari Trading, betekent het faillissement dat zij mogelijk niet de bestelde goederen ontvangen of dat zij reeds betaalde goederen niet krijgen. Zij moeten hun vorderingen indienen bij de curator. Voor bedrijven die afhankelijk waren van Jomari Trading als leverancier, kan dit leiden tot onderbreking van hun bedrijfsvoering en noodzaak om snel alternatieve leveranciers te zoeken.
Voor de verhuurder van het pand aan de Irislaan betekent het faillissement dat er mogelijk huurachterstanden zijn en dat het pand leeg komt te staan. Afhankelijk van de staat van het pand en de vraag naar bedrijfsruimte in Groningen, kan het lastig zijn om snel een nieuwe huurder te vinden. Groningen heeft een relatief sterke vastgoedmarkt, maar leegstand van bedrijfsruimte is een toenemend probleem.
Voor de lokale economie van Groningen betekent het faillissement verlies van werkgelegenheid en belastingopbrengsten. Groningen is de afgelopen jaren getroffen door gaswinning, aardbevingen en economische onzekerheid. Faillissementen in de lokale handelssector vergroten de economische druk op de regio.
Faillissementstrend in Noord-Nederland
Het faillissement van Jomari Trading past in een bredere trend van toenemende faillissementen in Noord-Nederland. In 2025 werden in de regio Noord-Nederland (Groningen, Friesland, Drenthe) naar schatting 480 tot 520 faillissementen uitgesproken, een stijging van ongeveer 10 procent ten opzichte van 2024. De handelssector is zwaarst getroffen, gevolgd door bouw, horeca en zakelijke dienstverlening.
De economische situatie in Noord-Nederland is kwetsbaarder dan in andere regio's van Nederland. De regio heeft te kampen met een lager gemiddeld inkomen, hogere werkloosheid en een minder gediversifieerde economie. De afbouw van gaswinning in Groningen heeft geleid tot minder inkomsten voor de provincie en gemeenten, wat heeft geleid tot bezuinigingen op ondersteuning van bedrijven. Dit maakt het voor kleinere bedrijven moeilijker om door economische tegenwind heen te komen.
De arbeidsmarkt in Noord-Nederland is minder dynamisch dan in de Randstad. Dit maakt het voor bedrijven moeilijker om gekwalificeerd personeel aan te trekken en vast te houden. Voor handelsbedrijven, die vaak laag geschoolde arbeid nodig hebben, is dit minder van belang, maar voor meer gespecialiseerde functies is het een uitdaging.
Vervolgstappen
Curator Mastenbroek zal in de komende periode een eerste crediteurenvergadering organiseren, waarbij schuldeisers worden geΓ―nformeerd over de stand van zaken. Crediteuren krijgen de gelegenheid om hun vorderingen in te dienen. De curator zal vervolgens inventariseren welke activa beschikbaar zijn, zoals voorraden goederen, kantoorinventaris, vorderingen op debiteuren en mogelijk onroerend goed.
Ook zal worden onderzocht of er mogelijkheden zijn voor een doorstart. In de handelssector komt het regelmatig voor dat een concurrent of investeerder interesse heeft in het overnemen van de exploitatie, vooral wanneer er nog waardevolle contracten, klanten of voorraden zijn. Een doorstart kan werkgelegenheid behouden en de dienstverlening voor klanten in stand houden. Dit hangt af van de vraag of er nog levensvatbare onderdelen zijn en of er geΓ―nteresseerde partijen zijn.
Rechter-commissaris Idzenga houdt toezicht op het verloop van het faillissement en kan worden benaderd door belanghebbenden die vragen of klachten hebben over de gang van zaken. Het faillissement blijft geregistreerd in het Centraal Insolventieregister, waar alle ontwikkelingen en publicaties worden bijgehouden.
Voor ondernemers in de handelssector is het faillissement van Jomari Trading een signaal om de eigen financiΓ«le positie kritisch te bekijken. Sterke cashflow-management, beperking van voorraden, diversificatie van klantenkring, investering in online kanalen en het opbouwen van een financiΓ«le buffer kunnen het verschil maken tussen overleven en omvallen in een sector onder druk.