Wetgeving

ACM: tankstations profiteren niet van oorlogsgerelateerde olieprijs, oliebedrijven wel

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) constateert dat tankstations hun winstmarges niet hebben verhoogd ondanks de stijgende brandstofprijzen door de oorlog tussen Amerika en Iran. Oliemaatschappijen en raffinaderijen maken daarentegen aanzienlijk meer winst.

Β· 6 min lezen Β· Bron: NOS Economie (DEMO)
ACM: geen hogere winstmarges bij tankstations sinds oorlog
ACM: geen hogere winstmarges bij tankstations sinds oorlog Foto: ACM
Deel

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft onderzoek gedaan naar de winstmarges in de brandstofketen sinds de oorlog tussen Amerika en Iran. De conclusie is duidelijk: tankstations geven de hogere inkoopprijzen volledig door aan consumenten en profiteren niet van de gestegen olieprijs. Daarentegen maken oliemaatschappijen en raffinaderijen forse extra winsten. Dit roept vragen op over de verdeling van winsten in de keten en de positie van pomphouders, die zich in een kwetsbare positie bevinden.

Sinds het uitbreken van de oorlog tussen Amerika en Iran is de olieprijs sterk gestegen. Voor de oorlog lag de prijs op ongeveer 70 dollar per vat. Op het hoogtepunt steeg dit naar 118 dollar per vat. Momenteel ligt de prijs rond de 105 dollar per vat. Deze stijging is het gevolg van blokkades die ervoor zorgen dat veel minder olie kan worden geΓ«xporteerd door landen rondom de Perzische Golf, een van de belangrijkste olieproducerende regio's ter wereld. De Perzische Golf levert ongeveer 30 procent van de wereldwijde olie en is cruciaal voor de wereldenergievoorzieningszekerheid.

De stijging van de olieprijs werkt direct door in de brandstofprijzen aan de pomp. Voor de oorlog bedroeg de gemiddelde adviesprijs van benzine 2,28 euro per liter. Nu is dat opgelopen tot 2,62 euro per liter, een stijging van 15 procent. Voor diesel steeg de prijs van 2,08 euro naar 2,51 euro per liter, eveneens een stijging van ongeveer 15 procent. Voor Nederlandse automobilisten en bedrijven met voertuigen betekent dit een forse toename van de brandstofkosten. Een bedrijf met een vloot van 50 voertuigen die elk 50.000 kilometer per jaar rijden, ziet de jaarlijkse brandstofkosten met tienduizenden euro's stijgen.

ACM-voorzitter Martijn Snoep benadrukt het belang van transparantie: "De gestegen brandstofprijzen raken alle bedrijven en huishoudens direct in de portemonnee. Daarom is het belangrijk om transparant te maken hoe de prijsontwikkelingen van ruwe olie in de brandstofketen doorwerken en waar winstmarges zijn gestegen." Dit statement onderstreept dat de ACM zich bewust is van de maatschappelijke impact van de gestegen energieprijzen en de noodzaak om misbruik van marktmacht tegen te gaan.

Uit het onderzoek van de ACM blijkt dat de prijs van ruwe olie in euro's is gestegen met ongeveer 70 procent. Dit is een aanzienlijke stijging. De ACM stelt echter vast dat het niet aannemelijk is dat de kosten van olieproductie in dezelfde mate zijn gestegen. Dit betekent dat de winstmarges van oliemaatschappijen aanzienlijk zijn toegenomen. Oliemaatschappijen hoeven niet meer te investeren om dezelfde hoeveelheid olie op te pompen, maar ontvangen veel hogere prijzen. Dit leidt automatisch tot hogere winsten.

Miljardenwinststen voor oliemaatschappijen

Dit wordt bevestigd door de recente winstcijfers van grote oliemaatschappijen. Shell maakte in het eerste kwartaal van 2026 een winst van 4,8 miljard euro, aanzienlijk meer dan in het voorgaande kwartaal. Dit is een typisch patroon: wanneer olieprijzen stijgen, stijgen de winsten van oliebedrijven exponentieel, omdat hun kostenbasis niet evenredig meestijgt. Voor Nederlandse investeerders in oliebedrijven betekent dit hogere dividenden en koerswinsten. Voor consumenten en bedrijven betekent het hogere energiekosten.

Ook raffinaderijen, bedrijven die ruwe olie verwerken tot brandstof, lijken te profiteren van de huidige situatie. Volgens de ACM behalen raffinaderijen momenteel hogere marges op diesel en kerosine. De marges op benzine liggen echter lager. Dit onderstreept dat de effecten niet uniform zijn in de keten en per product en bedrijf kunnen verschillen. Raffinaderijen hebben investeringen gedaan in verwerkingscapaciteit en kunnen deze nu beter benutten door hogere prijzen te rekenen.

De situatie bij tankstations is echter anders. Tankstations worden geconfronteerd met hogere inkoopprijzen en geven deze door in hun verkoopprijzen aan consumenten. Volgens de ACM lijken zij dus niet te profiteren van de hogere prijzen. De beschikbare gegevens geven op dit moment geen aanwijzingen van hogere gemiddelde winstmarges bij pomphouders. Dit is een belangrijk bevinding, omdat het suggereert dat tankstations in een kwetsbare positie zitten: zij moeten hogere inkoopprijzen betalen, maar kunnen hun marges niet verhogen.

Wel observeert de ACM dat de marges bij tankstations sterker schommelen dan voor de oorlog in Iran. Dit duidt op grotere volatiliteit en onzekerheid in de markt. Pomphouders moeten sneller hun prijzen aanpassen aan veranderende inkoopprijzen, wat kan leiden tot grotere fluctuaties in hun winstmarges.

Asymmetrische prijsdoorgave

De ACM wijst op een belangrijk fenomeen dat in het verleden is waargenomen: dalende olieprijzen worden minder snel doorgegeven aan consumenten dan stijgende prijzen. Dit staat bekend als asymmetrische prijsdoorgave. Wanneer olieprijzen dalen, blijven tankstations hun prijzen langer hoog houden, waardoor zij hun marges kunnen vergroten. Wanneer olieprijzen stijgen, geven zij de stijging snel door aan consumenten. Dit patroon is schadelijk voor consumenten en kan duiden op marktmacht of kartelgedrag.

Omdat de olieprijs momenteel nog niet echt aan het dalen is, kan dit effect nog niet onderzocht worden. De ACM zal dit echter goed in de gaten houden zodra de olieprijs substantieel gaat dalen. Dit is een belangrijk signaal dat de ACM alert is op mogelijk oneerlijk gedrag in de brandstofketen.

Voor Nederlandse ondernemers met voertuigen of afhankelijk van brandstof zijn de bevindingen van de ACM relevant. Zij kunnen ervan uitgaan dat de gestegen brandstofprijzen niet het gevolg zijn van winstmaximalisatie door tankstations, maar van werkelijke kostenstijgingen. Dit biedt enige troost, maar doet niets af aan het feit dat de brandstofkosten aanzienlijk zijn gestegen. Bedrijven moeten deze kosten opvangen door efficiΓ«ntieverbetering, prijsstijgingen voor klanten of andere maatregelen.

Gevolgen voor verschillende sectoren

De gestegen brandstofkosten hebben ongelijke gevolgen voor verschillende sectoren. Voor vervoersbedrijven, taxibedrijven, bouwbedrijven met veel voertuigen en logistieke bedrijven zijn de gevolgen het meest direct. Deze bedrijven zien hun operationele kosten aanzienlijk stijgen. Voor bedrijven met een klein wagenpark of bedrijven waar transport een klein deel van de kosten uitmaakt, is de impact kleiner.

Voor consumenten betekenen de gestegen brandstofkosten minder geld voor andere uitgaven. Dit kan leiden tot lagere vraag naar goederen en diensten, wat op zijn beurt kan leiden tot lagere omzetten voor winkels, restaurants en andere bedrijven. Dit is een indirect effect dat moeilijk te kwantificeren is, maar wel reΓ«el.

Voor de Nederlandse economie als geheel zijn de gestegen energieprijzen een risico. Nederland is afhankelijk van geΓ―mporteerde olie en gas. Hogere wereldmarktprijzen betekenen hogere kosten voor de gehele economie. Dit kan leiden tot hogere inflatie, wat op zijn beurt kan leiden tot hogere rentetarieven en lagere economische groei.

Voor bedrijven in de logistiek en transport is de situatie bijzonder lastig. Deze bedrijven hebben contracten met vaste prijzen met klanten. Wanneer brandstofkosten stijgen, kunnen zij deze niet altijd doorberekenen, omdat contracten al zijn afgesloten. Dit kan leiden tot lagere winstmarges of zelfs verliezen. Sommige bedrijven hebben brandstofclausules in hun contracten opgenomen, waardoor zij prijsstijgingen kunnen doorberekenen, maar niet alle bedrijven hebben dit gedaan.

Vooruitzicht en vervolgstappen

De ACM zal de komende tijd minimaal maandelijks analyses publiceren van de ontwikkelingen op de brandstofmarkt. Dit is een positief signaal dat de regelgever alert is op mogelijke misbruiken. De ACM zal met name letten op asymmetrische prijsdoorgave wanneer de olieprijs gaat dalen.

De vraag is wanneer de olieprijs zal dalen. Dit hangt af van de geopolitieke situatie in het Midden-Oosten en de vraag naar olie wereldwijd. Als de spanning tussen Amerika en Iran afneemt, kunnen de blokkades worden opgeheven en kan de olieprijs dalen. Als de spanning toeneemt, kan de olieprijs verder stijgen. Dit is een onzekere situatie die bedrijven moeilijk kunnen inschatten.

Voor tankstations en pomphouders is de huidige situatie lastig. Zij zitten in het midden van de keten: zij betalen hogere inkoopprijzen aan raffinaderijen en oliebedrijven, maar kunnen hun marges niet verhogen omdat consumenten en bedrijven niet bereid zijn meer te betalen. Dit kan op termijn leiden tot financiΓ«le problemen voor pomphouders, vooral voor kleinere onafhankelijke stations die geen schaalvoordelen hebben.

De bevindingen van de ACM benadrukken ook een breder probleem in de mondiale energieketen: de winsten concentreren zich bij de oliebedrijven en raffinaderijen, terwijl de kosten worden doorgeschoven naar consumenten en bedrijven. Dit roept vragen op over de eerlijkheid van de markt en de noodzaak voor regelgeving. De ACM zal dit blijven monitoren en kan ingrijpen als er bewijs is van marktmacht of kartelgedrag.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: NOS Economie (DEMO). Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.