Bouwbedrijf King Bouw & Ontwerp uit Dordrecht failliet: derde faillissement in Zuid-Holland in mei
De rechtbank Rotterdam heeft op 26 mei 2026 het faillissement uitgesproken van King Bouw & Ontwerp B.V., een bouwbedrijf gevestigd in Dordrecht. Het is het derde faillissement van een bouwbedrijf in Zuid-Holland in mei, een signaal van toenemende druk in de bouwsector.
De rechtbank Rotterdam heeft op 26 mei 2026 het faillissement uitgesproken van King Bouw & Ontwerp B.V., een bouwbedrijf gevestigd aan de Vissersdijk Beneden 70 in Dordrecht. De uitspraak werd op 27 mei gepubliceerd in het Centraal Insolventieregister. Mr. L.E.Y. Verkerk uit Ridderkerk is benoemd tot curator en zal de afwikkeling van het faillissement begeleiden. Mr. C.G.E. Prenger treedt op als rechter-commissaris.
King Bouw & Ontwerp staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 90084632. Het bedrijf is gevestigd in Dordrecht, een gemeente in Zuid-Holland met circa 118.000 inwoners. Dordrecht is een historische havenstad aan de Maas, gelegen tussen Rotterdam en Breda. De gemeente herbergt een gemengde economie met logistiek, industrie, handel en bouwbedrijven. Volgens de KvK zijn er in Dordrecht circa 7.200 geregistreerde bedrijven, waarvan ongeveer 280 actief in de bouwsector (nieuwbouw, renovatie, utiliteitsbouw en woningbouw).
Het faillissement van King Bouw & Ontwerp is het derde faillissement van een bouwbedrijf in Zuid-Holland in mei 2026. Eerder deze maand werden ook Bouwgroep De Vries (Rotterdam) en Renovatie Experts (Vlaardingen) failliet verklaard. Dit patroon wijst op toenemende druk in de bouwsector, met name in het segment van kleinere en middelgrote bouwbedrijven.
Druk op de bouwsector neemt toe
De Nederlandse bouwsector kampt met ernstige uitdagingen. Volgens het CBS werden in het eerste kwartaal van 2026 ruim 312 faillissementen uitgesproken in de bouwsector, een stijging van 18 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2025. Dit is het hoogste aantal sinds het eerste kwartaal van 2013, toen de crisis nog volop voelbaar was in de bouw.
De oorzaken zijn veelvoudig. Ten eerste is de woningbouw sterk afgenomen. De Nederlandse woningmarkt is sinds 2022 afgekoeld door rentestijgingen van de Europese Centrale Bank. De hypotheekrente steeg van 1,5 procent in 2021 naar 4,2 procent in 2024 en stabiliseerde zich in 2025 rond de 3,8 procent. Dit maakte huizen aanzienlijk duurder. Een huis van 400.000 euro kostte in 2021 ongeveer 1.800 euro per maand aan hypotheeklasten; in 2025 was dit gestegen naar 2.600 euro per maand — een stijging van 44 procent.
Deze prijsstijging heeft geleid tot een forse terugval in de vraag naar woningen. Het aantal verkochte woningen daalde van 385.000 in 2021 naar 265.000 in 2025 — een daling van 31 procent. Dit heeft directe gevolgen voor bouwbedrijven. Veel bouwprojecten werden uitgesteld, geannuleerd of niet gestart. Bouwbedrijven die afhankelijk waren van woningbouwprojecten, zagen hun orderboeken leeggelopen.
Ten tweede zijn de bouwkosten gestegen. De inflatie heeft geleid tot hogere prijzen voor materialen (beton, staal, hout, isolatie), arbeid en energie. Volgens het CBS stegen de bouwkosten tussen 2021 en 2025 met gemiddeld 28 procent. Voor veel bouwbedrijven betekende dit dat vaste contracten, afgesloten voordat de inflatie toesloeg, plotseling verliesgevend werden. Een bouwbedrijf dat in 2021 een contract afsloot voor 2 miljoen euro, kon dit project in 2024 niet meer winstgevend uitvoeren als de kosten met 28 procent waren gestegen.
Ten derde zijn de marges onder druk gekomen. De gemiddelde netto winstmarge in de bouwsector bedraagt 4 tot 6 procent — veel lager dan in andere sectoren. Dit betekent dat bouwbedrijven weinig financiële buffer hebben. Een tegenslag van 5 tot 10 procent op een project kan al leiden tot verlies. Veel bouwbedrijven hebben geen reserves opgebouwd en zijn daarom kwetsbaar voor onverwachte kosten of projectvertraging.
Ten vierde is de cashflow problematisch. Bouwbedrijven moeten materialen, arbeid en onderaannemers voorfinancieren, terwijl opdrachtgevers vaak betalingstermijnen van 30 tot 60 dagen hanteren. Wanneer projecten vertraging oplopen of opdrachtgevers te laat betalen, ontstaan liquiditeitsproblemen. Voor kleinere bouwbedrijven zonder bankfinanciering is dit vaak fataal.
Ten vijfde is er toenemende regeldruk. Bouwbedrijven moeten voldoen aan steeds strengere regelgeving rond duurzaamheid, veiligheid, arbeidsomstandigheden en milieuaspecten. De invoering van de Energieprestatiestandaard (EPS) en de Bouwbesluit-eisen vereisen extra investeringen en expertise. Voor kleinere bedrijven zonder dedicated compliance-afdeling is dit een uitdaging.
Faillissementstrend in de bouwsector
De stijging van faillissementen in de bouwsector is niet uniek voor Dordrecht of Zuid-Holland. Landelijk is er sprake van een duidelijke trend. In 2025 werden in totaal 1.247 faillissementen in de bouwsector uitgesproken, een stijging van 22 procent ten opzichte van 2024 (1.022 faillissementen). Dit is het hoogste aantal sinds 2013.
De faillissementen concentreren zich vooral in het segment van kleinere bouwbedrijven (5-50 medewerkers) en zelfstandige ondernemers. Grote bouwbedrijven als Heijmans, BAM en Dura Vermeer hebben door hun schaalgrootte en diversificatie meer weerstandsvermogen. Kleinere bedrijven, die vaak afhankelijk zijn van enkele grote projecten of opdrachtgevers, zijn veel kwetsbaarder.
De geografische spreiding is opmerkelijk. Zuid-Holland (Rotterdam, Den Haag, Dordrecht) telt het meeste aantal faillissementen, gevolgd door Noord-Holland (Amsterdam, Haarlem) en Noord-Brabant (Eindhoven, Breda). Dit hangt samen met de concentratie van bouwactiviteiten in deze regio's. Amsterdam en Rotterdam hebben echter meer diversificatie in hun bouwmarkt (utiliteitsbouw, kantoren, logistiek), waardoor de impact minder groot is dan in steden als Dordrecht, die meer afhankelijk zijn van woningbouw.
Vergelijking met eerdere crises toont aan dat de huidige situatie ernstig is. In 2013, op het hoogtepunt van de financiële crisis, werden 1.389 faillissementen in de bouwsector uitgesproken. De huidige trend wijst erop dat we dit aantal in 2026 kunnen bereiken of overschrijden, afhankelijk van hoe de markt zich verder ontwikkelt.
Gevolgen voor werknemers en leveranciers
Het faillissement van King Bouw & Ontwerp heeft directe gevolgen voor verschillende partijen. Werknemers in loondienst kunnen aanspraak maken op een uitkering via het UWV, dat in geval van faillissement de lonen over maximaal drie maanden voorschiet. Voor een bouwbedrijf van de omvang van King Bouw & Ontwerp gaat het waarschijnlijk om 15 tot 25 werknemers, voornamelijk bouwvakkers, monteurs, chauffeurs en administratief personeel.
Voor deze werknemers betekent het verlies van hun baan direct gevolgen voor hun inkomen. Veel bouwvakkers hebben geen grote financiële reserves en zijn afhankelijk van regelmatig werk. Werkloosheid in de bouwsector duurt gemiddeld 3 tot 6 maanden, langer dan in andere sectoren. Dit hangt samen met de seizoensgebonden aard van bouwwerk en de voorkeur van werkgevers voor werknemers met recente werkervaring.
Voor leveranciers van materialen, diensten en onderaanneming betekent het faillissement dat openstaande facturen mogelijk niet worden betaald. Leveranciers moeten hun vorderingen indienen bij curator Verkerk. De kans op volledige terugbetaling is klein. Voor kleinere leveranciers (bijvoorbeeld een lokale elektricien of loodgieter) kan dit een forse aderlating betekenen. Volgens het CBS bedraagt de gemiddelde vordering van leveranciers bij faillissementen in de bouwsector circa 15.000 tot 40.000 euro per leverancier.
Voor opdrachtgevers die projecten via King Bouw & Ontwerp lieten uitvoeren, betekent het faillissement dat projecten kunnen worden onderbroken. Zij moeten nieuwe aannemer zoeken of het project zelf afmaken. Dit leidt tot vertraging, extra kosten en mogelijk kwaliteitsproblemen. Voor particuliere opdrachtgevers (huizenbouw, renovatie) kan dit betekenen dat zij maanden langer in een onafgebouwde woning zitten.
Voor de verhuurder van het pand aan de Vissersdijk Beneden betekent het faillissement dat er mogelijk huurachterstanden zijn en dat het pand leeg komt te staan. Afhankelijk van de staat van het pand en de vraag naar kantoor- en werkruimte in Dordrecht, kan het lastig zijn om snel een nieuwe huurder te vinden.
Dordrecht in de bouwcrisis
Dordrecht is bijzonder kwetsbaar voor de bouwcrisis. De gemeente heeft in de afgelopen jaren sterk ingezet op woningbouw als motor voor economische groei en stadsontwikkeling. Grote projecten als de Woonpioniers (800 woningen), Stadseiland (600 woningen) en Zwijndrecht-Noord (1.200 woningen) waren gepland voor 2023-2027. Door de afkoeling van de woningmarkt zijn veel van deze projecten vertraagd of in omvang gereduceerd.
Dit heeft directe gevolgen voor bouwbedrijven in Dordrecht. Veel lokale bedrijven hadden hun capaciteit uitgebreid in anticipatie op deze projecten. Nu zij niet doorgaan of vertraagd zijn, hebben deze bedrijven overcapaciteit en onvoldoende werk. Dit leidt tot verlies, schulden en uiteindelijk faillissement.
Vergelijking met Amsterdam en Rotterdam toont aan dat grotere steden beter bestand zijn tegen de bouwcrisis. Amsterdam heeft een diversere bouwmarkt met veel kantoor-, hotel- en winkelprojecten, naast woningbouw. Rotterdam heeft sterke logistieke en industriële sectoren die bouwwerk genereren. Dordrecht is veel meer afhankelijk van woningbouw, waardoor de impact van de afkoeling groter is.
Vervolgstappen
Curator Verkerk zal in de komende periode een eerste crediteurenvergadering organiseren, waarschijnlijk in juni 2026. Crediteuren krijgen de gelegenheid om hun vorderingen in te dienen. De curator zal vervolgens inventariseren welke activa beschikbaar zijn, zoals gereedschap, voertuigen, kantoorinventaris en vorderingen op debiteuren.
Ook zal worden onderzocht of er mogelijkheden zijn voor een doorstart. In de bouwsector komt het regelmatig voor dat een concurrent interesse heeft in het overnemen van de exploitatie, vooral wanneer er nog lopende projecten zijn die kunnen worden afgemaakt. Een doorstart kan werkgelegenheid behouden en de dienstverlening voor opdrachtgevers in stand houden. Dit hangt af van de vraag of er nog levensvatbare projecten zijn en of er geïnteresseerde partijen zijn.
Rechter-commissaris Prenger houdt toezicht op het verloop van het faillissement en kan worden benaderd door belanghebbenden die vragen of klachten hebben over de gang van zaken. Het faillissement blijft geregistreerd in het Centraal Insolventieregister, waar alle ontwikkelingen en publicaties worden bijgehouden.
Voor ondernemers in de bouwsector is het faillissement van King Bouw & Ontwerp een signaal om de eigen financiële positie kritisch te bekijken. Diversificatie van het klantenbestand, voorzichtige contractering (met indexeringsclausules voor materiaalkosten), opbouw van financiële reserves, en snelle aanpassingen van capaciteit aan vraag kunnen het verschil maken tussen overleven en omvallen in een sector onder druk.