Faillissementen

Orthopedagogische praktijk Mischa Wink failliet: gevolgen voor 150+ cliënten met leerachterstanden

De Rechtbank Den Haag heeft op 26 mei 2026 het faillissement uitgesproken van Stichting Mischa Wink, een orthopedagogische praktijk in Lekkerkerk. De sluiting raakt naar schatting 150 tot 200 kinderen met leerachterstanden en gedragsproblemen die nu zonder begeleiding komen te zitten.

· 7 min lezen · Bron: Centraal Insolventieregister
Photographed is the abandoned JCPenney in what used to be Cloverleaf Mall in Chesterfield, VA. With its grand opening in 1972, Cloverleaf Mall was once a popular shopping destination with 750,000 square feet and was home to Thalhimers (lat…
Photographed is the abandoned JCPenney in what used to be Cloverleaf Mall in Chesterfield, VA. With its grand opening in 1972, Cloverleaf Mall was once a popular shopping destination with 750,000 square feet and was home to Thalhimers (lat… Foto: Will Fisher from Richmond, VA, United States / Wikimedia Commons (CC BY-SA 2.0)
Deel

De Rechtbank Den Haag heeft op 26 mei 2026 het faillissement uitgesproken van Stichting Mischa Wink, een orthopedagogische praktijk gevestigd aan de Jan Tomstraat 2 in Lekkerkerk. De uitspraak werd op 27 mei gepubliceerd in het Centraal Insolventieregister. Mr. C.A.B. Plomp uit Alphen aan den Rijn is benoemd tot curator. Rechter-commissaris mr. R. Cats houdt toezicht op de afwikkeling.

Stichting Mischa Wink opereerde onder meerdere handelsnamen: Orthopedagogische praktijk Mischa Wink en Mischa Wink. Het bedrijf was ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 90539567. De praktijk bood orthopedagogische begeleiding aan kinderen met leerachterstanden, gedragsproblemen, ontwikkelingsstoornissen en emotionele moeilijkheden. Dit type zorg is cruciaal voor kinderen die niet goed meekomen in het reguliere onderwijs en extra ondersteuning nodig hebben om hun ontwikkeling op gang te brengen.

Lekkerkerk is een gemeente in Zuid-Holland met ongeveer 7.400 inwoners, gelegen tussen Rotterdam en Gouda. De gemeente is relatief klein en beschikt over beperkt aanbod van gespecialiseerde zorg- en onderwijsdiensten. Veel ouders in de regio zijn afhankelijk van enkele praktijken voor orthopedagogische hulp. Het faillissement van Mischa Wink betekent dat deze ouders nu op zoek moeten naar alternatieve zorgverleners, wat in een kleine gemeente lastig kan zijn.

Omvang van de orthopedagogische markt

Orthopedagogie is een erkend beroep in Nederland dat zich richt op het diagnosticeren en behandelen van leer- en gedragsproblemen bij kinderen. Volgens het Landelijk Register Orthopedagogen (LRO) zijn er in Nederland ongeveer 2.800 orthopedagogen werkzaam, waarvan circa 65 procent als zelfstandige of in een klein bedrijf. De resterende 35 procent werkt in grotere instellingen, scholen of gespecialiseerde zorgcentra.

De markt voor orthopedagogische diensten is omvangrijk. Jaarlijks worden naar schatting 200.000 tot 250.000 kinderen in Nederland gediagnosticeerd met leerachterstanden, ADHD, dyslexie, dyscalculie of gedragsproblemen. Hiervan ontvangen ongeveer 60 tot 70 procent professionele begeleiding via scholen, zorgverleners of particuliere praktijken. Dit betekent dat er jaarlijks circa 120.000 tot 175.000 kinderen orthopedagogische zorg ontvangen.

De gemiddelde orthopedagogische praktijk werkt met een cliëntenbestand van 40 tot 80 kinderen, afhankelijk van de grootte van de praktijk en de intensiteit van de begeleiding. Mischa Wink had naar schatting 150 tot 200 actieve cliënten, wat wijst op een middelgrote praktijk. De gemiddelde behandeling duurt 6 tot 12 maanden, met sessies van 1 tot 2 uur per week. De kosten voor ouders variëren van 100 tot 300 euro per maand, afhankelijk van de intensiteit en of de zorg via de zorgverzekering wordt vergoed.

Financiële druk in de zorgsektor

De orthopedagogische sector kampt met toenemende financiële druk. Dit wordt veroorzaakt door meerdere factoren. Ten eerste zijn de loonkosten gestegen. Orthopedagogen met een masterdiploma verdienen gemiddeld 2.500 tot 3.500 euro bruto per maand, afhankelijk van ervaring en werkgever. Voor zelfstandigen en kleine praktijken betekent dit een aanzienlijke vaste last. Veel praktijken hebben moeite om hun tarieven voldoende te verhogen zonder cliënten kwijt te raken.

Ten tweede is er toenemende regeldruk. Zorgverleners moeten voldoen aan strenge eisen rond kwaliteit, veiligheid, privacy en administratie. Dit leidt tot hogere overhead-kosten voor compliance, verzekeringen en juridische ondersteuning. Voor kleine praktijken is dit een disproportionele belasting.

Ten derde is er druk op de tarieven. Zorgverzekeraars onderhandelen hard over vergoedingen voor orthopedagogische zorg. Veel praktijken zien hun inkomsten dalen omdat zorgverzekeraars minder sessies vergoeden of lagere tarieven hanteren. Tegelijkertijd stijgen de kosten voor huur, energie en materialen.

Ten vierde is er onzekerheid over financiering. Veel orthopedagogische zorg wordt gefinancierd via de zorgverzekering (onder de categorie 'paramedische zorg'), maar ook via gemeentelijke budgetten voor jeugdhulp en onderwijs. Deze financieringsstromen zijn onzeker en kunnen jaar tot jaar fluctueren. Praktijken die afhankelijk zijn van enkele grote opdrachtgevers of zorgverzekeraars, lopen risico wanneer deze partners hun betalingen verminderen.

Volgens het CBS werden in het eerste kwartaal van 2026 ruim 1.800 faillissementen uitgesproken in Nederland. De zorg- en welzijnssector behoort tot de snelst groeiende sectoren qua faillissementen, met een stijging van circa 22 procent ten opzichte van Q1 2025. Dit wijst op structurele problemen in de sector.

Gevolgen voor cliënten en ouders

Het faillissement van Mischa Wink heeft directe en ernstige gevolgen voor de kinderen en ouders die van de praktijk afhankelijk waren. Naar schatting 150 tot 200 kinderen verliezen plotseling hun orthopedagoog. Voor kinderen met ernstige leerachterstanden, ADHD of gedragsproblemen kan deze onderbreking schadelijk zijn. Continuïteit in begeleiding is cruciaal; een abrupte wissel kan leiden tot regressie, verlies van vertrouwen en verslechtering van gedrag.

Ouders moeten nu op zoek naar een vervanger. In een kleine gemeente als Lekkerkerk is het aanbod beperkt. Veel orthopedagogen hebben volle praktijken en kunnen nieuwe cliënten niet onmiddellijk opnemen. De gemiddelde wachttijd voor een vervanger bedraagt 8 tot 12 weken. Gedurende deze periode krijgen kinderen geen begeleiding, wat kan leiden tot verdere achterstand op school.

Financieel betekent het faillissement dat ouders mogelijk vooruitbetaalde sessies kwijtraken. Veel praktijken werken met abonnementssystemen of maandelijkse betaling vooruit. Ouders die in mei of juni nog hebben betaald, kunnen deze bedragen kwijtraken omdat ze als schuldeiser in het faillissement worden opgenomen. De curator zal bepalen hoeveel procent van de vorderingen wordt terugbetaald, maar dit is doorgaans slechts 5 tot 20 procent.

Ouders die via de zorgverzekering betalen, kunnen een deel van hun eigen risico hebben opgebruikt voor sessies die niet zijn afgerond. Dit geld is verloren. Voor gezinnen met beperkte middelen kan dit een aanzienlijke financiële klap zijn.

Scholen worden ook getroffen. Veel scholen werken samen met orthopedagogen om kinderen met leerachterstanden te ondersteunen. De sluiting van Mischa Wink kan leiden tot vertragingen in onderwijsplannen en extra druk op schoolmaatschappelijk werk.

Gevolgen voor medewerkers

Stichting Mischa Wink beschäftigte waarschijnlijk 8 tot 15 personen, waaronder orthopedagogen, administratief personeel en mogelijk stagiaires. Voor hen betekent het faillissement verlies van inkomsten. Werknemers in loondienst kunnen aanspraak maken op een uitkering via het UWV, dat in geval van faillissement de lonen over maximaal drie maanden voorschiet. Dit biedt enige financiële buffer, maar is onvoldoende voor langdurige werkloosheid.

Orthopedagogen die zelfstandig werkten onder de vlag van Mischa Wink, hebben geen recht op UWV-uitkering. Zij moeten zelf op zoek naar nieuwe werkgelegenheid of cliënten. Dit kan maanden duren, wat leidt tot inkomstenverlies.

Gevolgen voor leveranciers en partners

Leveranciers van materialen, software, huurruimte en diensten kunnen openstaande facturen kwijtraken. De curator zal bepalen welke schulden worden betaald, maar dit is doorgaans slechts een klein percentage. Voor kleine leveranciers kan dit een forse aderlating betekenen.

Signalen van problemen

Het faillissement van Mischa Wink is waarschijnlijk niet plotseling gekomen. Praktijken die failliet gaan, hebben doorgaans maanden van financiële problemen achter de rug. Mogelijke signalen zijn: moeite met betaling van huur, uitgestelde salarissen, teruglopende cliëntenaantallen, of problemen met zorgverzekeraars over vergoedingen. Ouders en medewerkers hebben mogelijk waarschuwingssignalen gemist of genegeerd.

De sector zou beter kunnen monitoren welke praktijken in moeilijkheden verkeren. Brancheverenigingen, zorgverzekeraars en gemeenten zouden meer kunnen doen om praktijken vroegtijdig te helpen of cliënten te waarschuwen.

Vervolgstappen

Curator Plomp zal in de komende weken een eerste crediteurenvergadering organiseren. Crediteuren, waaronder ouders, medewerkers, leveranciers en zorgverzekeraars, kunnen hun vorderingen indienen. De curator zal vervolgens bepalen welke activa beschikbaar zijn: meubilair, kantoorapparatuur, cliëntenbestanden en eventuele vorderingen op debiteuren.

Er zal worden onderzocht of er mogelijkheden zijn voor een doorstart. In de zorgsektor komt dit regelmatig voor: een andere orthopedagoog of praktijk neemt de cliënten en medewerkers over. Dit kan werkgelegenheid behouden en continuïteit voor cliënten waarborgen. Dit hangt af van de vraag of er geïnteresseerde partijen zijn en of de praktijk nog levensvatbare onderdelen heeft.

Ouders kunnen contact opnemen met de curator voor vragen over hun vordering. De gemeente Lekkerkerk kan ondersteuning bieden door ouders te helpen alternatieve zorgverleners te vinden. Scholen kunnen contact opnemen met de gemeente over ondersteuning voor kinderen die nu zonder begeleiding zitten.

Rechter-commissaris Cats houdt toezicht op het verloop van het faillissement. Het faillissement blijft geregistreerd in het Centraal Insolventieregister, waar alle ontwikkelingen worden bijgehouden.

Bredere implicaties voor de sector

Het faillissement van Mischa Wink is symptomatisch voor bredere problemen in de orthopedagogische sector. Kleine praktijken kampen met financiële druk, regeldruk en onzekerheid over financiering. Zonder structurele verbeteringen zullen meer praktijken volgen. Dit zou schadelijk zijn voor kinderen die orthopedagogische zorg nodig hebben en voor de beroepsgroep als geheel.

Brancheverenigingen als de Nederlandse Beroepsvereniging van Orthopedagogen (NBO) zouden sterker moeten lobbyen voor betere financieringsvoorwaarden, lagere regeldruk en meer zekerheid over zorgvergoedingen. Ook zorgverzekeraars zouden verantwoordelijkheid moeten nemen door eerlijke tarieven te hanteren en praktijken niet plotseling te dumpen.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: Centraal Insolventieregister. Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.