Wetgeving

Europa wil in 2050 volledig circulaire economie, maar bedrijven investeren nauwelijks

De Europese Unie streeft naar een volledig circulaire economie in 2050, waarbij alle producten worden gemaakt van hergebruikte grondstoffen. Momenteel wordt slechts 12 procent van de Europese grondstoffen hergebruikt. Economen waarschuwen dat de overgang ingrijpende gevolgen heeft voor het huidige economische model, maar noodzakelijk is om grondstofafhankelijkheid te verminderen.

R door Redactie ondernemers.net · 7 min lezen · Bron: NOS Economie (DEMO)
Oude spullen moeten de haperende Europese economie redden
Oude spullen moeten de haperende Europese economie redden Foto: Oude spullen moeten de haperende Eu
Deel

De Europese Unie streeft naar een volledig circulaire economie in 2050, waarbij alle producten worden gemaakt van hergebruikte grondstoffen in plaats van nieuw gedolven olie, mineralen en erts. Momenteel wordt slechts 12 procent van de Europese grondstoffen hergebruikt, terwijl de EU-landen zichzelf de doelstelling hebben opgelegd om dit aandeel in 2030 te verdubbelen naar 24 procent. De technische oplossingen zijn grotendeels beschikbaar, maar bedrijven investeren nauwelijks in de omslag, waardoor overheden moeten ingrijpen met regelgeving en financiële prikkels.

Thomas Bauwens, econoom en onderzoeker aan de Erasmus Universiteit, benadrukt dat grondstoffen schaars zijn en dat een circulaire economie vanuit ecologisch perspectief zinvol is. Tegelijkertijd waarschuwt hij dat het huidige economische model uit elkaar valt wanneer consumenten en bedrijven massaal stoppen met het kopen van nieuwe producten. De EU-landen hebben een pakket aan circulaire plannen aangenomen en buigen zich momenteel over een nieuwe verordening voor de circulaire economie. De overgang vereist een fundamentele herziening van productie, consumptie en fiscale stelsels.

Meindert Flikkema, hoogleraar economie aan de VU en onderzoeker bij RaboResearch, stelt dat bedrijven al circulair zouden zijn geworden als zij dat hadden gewild. De marktprikkels zijn momenteel onvoldoende om de omslag te maken. Daarom moeten Europese en nationale overheden de overgang afdwingen met straffen en positief prikkelen met subsidies, belastingvoordelen en betere toegang tot financiering. Voorbeelden zijn regels voor minimale percentages hergebruikte grondstoffen in nieuwe producten, lagere belastingen op reparaties en onderhoud, en overheidssubsidies voor circulaire bedrijven.

De Europese economie is sterk afhankelijk van import van kritieke grondstoffen, met name uit China. Zeldzame aardmetalen, nodig voor elektronica, batterijen en windturbines, worden vrijwel volledig geïmporteerd. Deze afhankelijkheid maakt Europa kwetsbaar voor geopolitieke spanningen en prijsschommelingen. Circulariteit kan deze afhankelijkheid verminderen door grondstoffen uit oude apparaten, voertuigen en gebouwen te halen en opnieuw te gebruiken. Flikkema benadrukt dat Europa weinig eigen kritieke grondstoffen heeft en dat circulariteit daarom juist een strategisch voordeel kan worden in plaats van een belemmering.

De overgang naar een circulaire economie vereist massale investeringen in de recyclingindustrie. Momenteel is het vaak goedkoper om nieuwe grondstoffen te importeren dan materialen te recyclen. Gerben Hieminga, econoom bij ING, pleit voor tijdelijke importheffingen op goedkope grondstoffen uit landen zoals China om de Europese recyclingindustrie de kans te geven volwassen te worden. Zonder bescherming blijft Europa afhankelijk van andere grootmachten voor grondstoffen. Importheffingen kunnen Europese recyclingbedrijven helpen om schaalvoordelen te realiseren en kostenefficiënter te worden.

De Nederlandse Vereniging van Circulaire Economie, vertegenwoordigd door directeur Klaske Kruk, benadrukt dat het fiscale stelsel op de schop moet. Momenteel wordt arbeid zwaar belast, terwijl consumptie relatief licht wordt belast. Voor een circulaire economie is het juist wenselijk om meer belasting te heffen op consumptie van nieuwe producten en minder op arbeid zoals reparaties en onderhoud. Dit maakt repareren en hergebruiken aantrekkelijker ten opzichte van het kopen van nieuwe producten. Kruk waarschuwt dat Europa anders steeds meer afhankelijk wordt van goedkope wegwerpproducten uit China en dat de Europese markt moet worden beschermd door kwaliteitsproducten te maken die repareerbaar en herbruikbaar zijn.

Bauwens pleit voor ingrijpender maatregelen dan het verbeteren van afvalinzameling. In plaats van te focussen op de consequenties van consumptie, zoals het inzamelen van plastic, moet de EU volgens hem verbieden om vanaf een bepaald jaar nieuwe plastic te produceren. Dit dwingt bedrijven om over te schakelen op hergebruikte materialen en versnelt de transitie. Dergelijke verboden zijn politiek gevoelig, maar volgens Bauwens noodzakelijk om de doelstellingen te halen.

De overgang naar een circulaire economie heeft verregaande gevolgen voor bedrijfsmodellen. Veel bedrijven schakelen nu al om van productie naar dienstverlening. Een wasmachinefabrikant verkoopt niet alleen apparaten, maar biedt ook reparatiediensten aan. Op industriële schaal kan dit leiden tot aanzienlijk meer omzet en werkgelegenheid in de reparatie- en onderhoudssector. Flikkema verwacht dat deze verschuiving van productverkoop naar dienstverlening een belangrijk onderdeel wordt van de circulaire economie. Bedrijven die zich hierop richten, kunnen profiteren van langdurige klantrelaties en terugkerende inkomsten.

De recyclingindustrie in Europa staat nog in de kinderschoenen. Investeringen in recyclingtechnologie, inzamelinfrastructuur en verwerkingscapaciteit zijn noodzakelijk om de doelstellingen te halen. Dit vereist samenwerking tussen overheden, bedrijven en financiële instellingen. Banken moeten bereid zijn om leningen te verstrekken aan circulaire bedrijven, ook wanneer de terugverdientijd langer is dan bij traditionele investeringen. Overheden kunnen dit ondersteunen met garanties, subsidies en belastingvoordelen.

De bouwsector speelt een belangrijke rol in de circulaire economie. Bouw- en sloopafval vormt een groot deel van het totale afval in Europa. Hergebruik van beton, staal, hout en andere bouwmaterialen kan de vraag naar nieuwe grondstoffen aanzienlijk verminderen. In Nederland wordt bouw- en sloopafval al op grote schaal hergebruikt, met name in de wegenbouw. Dit verklaart waarom Nederland met 33 procent circulariteit ver boven het Europese gemiddelde van 12 procent ligt. Het Europees Milieuagentschap concludeerde dat dit vooral komt door de wegenbouwsector, waar granulaat uit gesloopte wegen en gebouwen wordt hergebruikt voor nieuwe wegen.

Gevolgen voor bedrijven

De overgang naar een circulaire economie heeft directe gevolgen voor bedrijven in vrijwel alle sectoren. Producenten moeten hun producten ontwerpen voor hergebruik, reparatie en recycling. Dit vereist investeringen in productontwerp, materiaalkeuze en productieprocessen. Bedrijven die nu al inzetten op circulariteit, kunnen profiteren van subsidies, belastingvoordelen en een voorsprong op concurrenten. Bedrijven die achterblijven, lopen het risico op boetes, imagoschade en verlies van marktaandeel.

Voor importeurs en handelaren betekent de circulaire economie dat de vraag naar nieuwe grondstoffen afneemt. Dit kan leiden tot omzetdaling en noodzaak tot heroriëntatie. Tegelijkertijd ontstaan nieuwe kansen in de handel in secundaire grondstoffen, hergebruikte materialen en gerecyclede producten. Bedrijven die zich hierop richten, kunnen profiteren van de groeiende vraag.

Voor de reparatie- en onderhoudssector biedt de circulaire economie grote kansen. Wanneer producten langer meegaan en vaker worden gerepareerd, neemt de vraag naar reparatiediensten toe. Dit kan leiden tot werkgelegenheid en omzetgroei. Bedrijven die nu al actief zijn in reparatie en onderhoud, kunnen hun diensten uitbreiden en professionaliseren.

Voor de recyclingindustrie betekent de circulaire economie een enorme groeikans. De vraag naar gerecyclede materialen neemt toe, terwijl de beschikbaarheid van afval toeneemt door betere inzameling en scheiding. Investeringen in recyclingtechnologie en verwerkingscapaciteit zijn noodzakelijk om aan de vraag te voldoen. Bedrijven die nu investeren, kunnen profiteren van schaalvoordelen en een sterke marktpositie.

Voor de financiële sector betekent de circulaire economie dat er nieuwe financieringsvormen nodig zijn. Circulaire bedrijven hebben vaak langere terugverdientijden en andere risicoprofielen dan traditionele bedrijven. Banken en investeerders moeten bereid zijn om deze bedrijven te financieren, ook wanneer de risico's hoger zijn. Overheden kunnen dit ondersteunen met garanties en subsidies.

Europese context

De Europese Unie telt 27 lidstaten met een gezamenlijke bevolking van circa 450 miljoen mensen en een bruto binnenlands product van circa 15.000 miljard euro. De EU is de op twee na grootste economie ter wereld, na de Verenigde Staten en China. De economie is sterk geïndustrialiseerd, met belangrijke sectoren zoals automotive, chemie, machinebouw, voedingsmiddelen en elektronica. Deze sectoren zijn sterk afhankelijk van geïmporteerde grondstoffen.

De EU importeert jaarlijks voor honderden miljarden euro's aan grondstoffen, waaronder olie, gas, metalen, mineralen en zeldzame aardmetalen. Deze afhankelijkheid maakt de EU kwetsbaar voor prijsschommelingen, leveringsonderbrekingen en geopolitieke spanningen. De coronapandemie en de oorlog in Oekraïne hebben deze kwetsbaarheid pijnlijk blootgelegd. Tekorten aan chips, metalen en energie leidden tot productiestops, prijsstijgingen en economische schade.

De circulaire economie is onderdeel van de Europese Green Deal, een breed pakket aan maatregelen om de EU klimaatneutraal te maken in 2050. Andere onderdelen zijn de uitfasering van fossiele brandstoffen, de uitbreiding van hernieuwbare energie, de verduurzaming van transport en de bescherming van biodiversiteit. De circulaire economie draagt bij aan meerdere doelstellingen: vermindering van CO2-uitstoot, vermindering van grondstofafhankelijkheid, vermindering van afval en bescherming van ecosystemen.

De komende jaren zullen bepalend zijn voor de overgang naar een circulaire economie in Europa. De EU-landen buigen zich momenteel over een nieuwe verordening voor de circulaire economie, die naar verwachting in 2027 of 2028 van kracht wordt. Deze verordening zal concrete doelstellingen, deadlines en sancties bevatten voor bedrijven en lidstaten die achterblijven. Ook zullen er regels komen voor minimale percentages hergebruikte grondstoffen in nieuwe producten, verplichte reparatiemogelijkheden en verboden op bepaalde wegwerpproducten.

Voor bedrijven is het zaak om nu al te anticiperen op deze ontwikkelingen. Investeren in circulair productontwerp, samenwerking met recyclingbedrijven, opbouw van retourlogistiek en training van personeel zijn noodzakelijk om klaar te zijn voor de nieuwe regelgeving. Bedrijven die nu al starten, hebben een voorsprong op concurrenten en kunnen profiteren van subsidies en belastingvoordelen.

Voor overheden is het zaak om de juiste randvoorwaarden te creëren. Dit betekent investeren in inzamelinfrastructuur, recyclingcapaciteit en onderzoek naar nieuwe technologieën. Ook moeten fiscale prikkels worden aangepast om reparatie en hergebruik aantrekkelijker te maken dan het kopen van nieuwe producten. Tijdelijke importheffingen op goedkope grondstoffen kunnen de Europese recyclingindustrie beschermen en helpen om volwassen te worden.

De overgang naar een circulaire economie is complex en vereist samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen en burgers. De technische oplossingen zijn grotendeels beschikbaar, maar de economische en politieke prikkels ontbreken nog. De komende jaren zullen laten zien of Europa erin slaagt om de ambitieuze doelstellingen te halen en een wereldwijd voorbeeld te worden van een circulaire economie.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: NOS Economie (DEMO). Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.
R

Redactie ondernemers.net

De redactie van ondernemers.net brengt dagelijks nieuws voor Nederlandse ondernemers, op basis van publieke databronnen zoals het CIR (faillissementen), RVO (subsidies), CBS (sectorcijfers) en officiële persberichten.