Wetgeving

Fatbikeverbod nadert: Gelderse gemeenten bereiden regelgeving voor

Meerdere Gelderse gemeenten bereiden een verbod op fatbikes voor in hun openbare ruimte. De elektrische fietsen met dikke banden veroorzaken volgens gemeenten overlast en veiligheidsrisico's, maar het verbod raakt ook ondernemers in de fietshandel en verhuurbranche.

Β· 6 min lezen Β· Bron: Regionaal β€” Gelderland
Fatbikeverbod komt steeds dichterbij: gemeenten overwegen ban
Fatbikeverbod komt steeds dichterbij: gemeenten overwegen ban Foto: Omroep Gelderland
Deel

Meerdere Gelderse gemeenten bereiden een verbod op fatbikes voor in hun openbare ruimte. De elektrische fietsen met dikke banden veroorzaken volgens gemeenten overlast en veiligheidsrisico's, maar het verbod raakt ook ondernemers in de fietshandel en verhuurbranche. De discussie over fatbikes spitst zich toe op een kernvraag: waar ligt de grens tussen vrijheid van beweging en openbare orde?

Fatbikes zijn elektrische fietsen met extra brede banden (tot 10 centimeter) en vaak een vermogen van 250 tot 1000 watt. Ze zijn populair geworden in Nederland sinds 2020, vooral onder jongeren en in stedelijke gebieden. De fietsen zijn snel, wendbaar en kunnen zware lasten vervoeren. Fabrikanten en handelaren zien ze als duurzaam vervoer dat auto's kan vervangen. Voor veel gebruikers zijn fatbikes inderdaad een praktisch en milieuvriendelijk alternatief voor korte afstanden.

Toch groeit de kritiek. Gemeenten melden toenemende klachten over fatbikes die te hard rijden, voetpaden gebruiken, rood licht negeren en voetgangers in gevaar brengen. Vooral in wijken met veel voetverkeer en kinderen ontstaat onrust. Politie en handhaving hebben moeite met handhaving omdat veel fatbikes niet goed zijn geregistreerd en gebruikers moeilijk zijn te identificeren. Ook ontstaat er overlast door parkeren van fatbikes op trottoirs en in groenstroken.

De eerste Gelderse gemeenten die actie ondernemen zijn onder meer Arnhem, Nijmegen en Apeldoorn. Deze steden hebben aangekondigd dat zij onderzoeken hoe een verbod juridisch kan worden vormgegeven. Een volledig verbod is juridisch ingewikkelder dan het lijkt, omdat fatbikes onder bepaalde voorwaarden als gewone fietsen worden beschouwd en dus dezelfde rechten hebben. Gemeenten moeten dus voorzichtig formuleren welke soorten fatbikes precies verboden worden: alleen elektrische modellen boven bepaalde snelheid, of ook niet-elektrische fatbikes?

De juridische basis voor een verbod ligt in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), waarin gemeenten regels kunnen stellen voor openbare ruimte. Enkele gemeenten hebben al experimenten gestart met zones waar fatbikes niet mogen rijden, bijvoorbeeld in winkelstraten of rond scholen. Amsterdam voerde in 2024 al strengere regels in en verbood bepaalde soorten fatbikes op trottoirs. Utrecht volgt met vergelijkbare maatregelen. Nu volgen Gelderse gemeenten.

De discussie over fatbikes past in een bredere trend van gemeenten die steeds meer regels stellen voor openbare ruimte. Waar vroeger veel meer vrijheid was, zien gemeenten nu dat zij moeten ingrijpen om veiligheid en leefbaarheid te waarborgen. Dit leidt tot regelgeving rond skeelers, skateboards, elektrische steps en nu dus fatbikes. Voor ondernemers in deze branches betekent dit steeds meer onzekerheid over waar hun producten nog mogen worden gebruikt.

Gevolgen voor fietshandel en verhuurbranche

Een fatbikeverbod heeft directe gevolgen voor ondernemers. De fietshandel in Nederland telt circa 2.500 winkels en online verkopers, met een gezamenlijke jaaromzet van ongeveer 2,8 miljard euro. Fatbikes vormen een groeiend segment: in 2024 werden naar schatting 150.000 fatbikes verkocht in Nederland, goed voor circa 200 tot 300 miljoen euro aan omzet. Dit is nog klein ten opzichte van het totale fietsmarkt, maar groeit snel.

Voor fietsenwinkels in Gelderse gemeenten waar een verbod dreigt, betekent dit dat een groeiend productcategorie niet meer aan lokale klanten kan worden verkocht. Klanten zullen uitwijken naar gemeenten zonder verbod of naar online verkopers. Dit kan leiden tot omzetverlies van 5 tot 15 procent voor winkels die veel op fatbikes focussen. Vooral gespecialiseerde fatbikewinkels, waarvan er enkele in Gelderland zijn, raken zwaar getroffen.

De verhuurbranche voor fatbikes groeit eveneens snel. Toeristische bedrijven, strandpaviljoens en fietsverhuurbedrijven zien fatbikes als een lucratieve aanvulling op hun aanbod. Een fatbike brengt 15 tot 25 euro per dag op, tegenover 8 tot 12 euro voor een gewone fiets. In toeristische gebieden zoals rond de Veluwe en langs rivieren zijn fatbikeverhuurbedrijven populair. Een gemeentelijk verbod maakt dit businessmodel onhaalbaar in die gebieden.

Ook producenten en importeurs van fatbikes voelen de druk. Nederlandse importeurs brengen jaarlijks duizenden fatbikes in, vooral uit China en Taiwan. Een patchwork van lokale verboden maakt het moeilijk om een landelijk verkoopstrategie uit te voeren. Importeurs zullen hun voorraden moeten aanpassen en mogelijk naar andere markten uitwijken.

Voorts zijn er gevolgen voor werknemers. Fietsenwinkels, verhuurpunten en reparatiebedrijven zullen minder personeel nodig hebben als de verkoop en verhuur van fatbikes afneemt. Dit betreft vooral jongeren en laaggeschoolde arbeidskrachten die in deze sector werkzaam zijn.

Veiligheid en handhaving

De gemeenten die een verbod overwegen, baseren zich op veiligheidsgegevens. Hoewel landelijke statistieken over fatbikeongeval nog beperkt zijn, melden gemeenten lokaal een toename van incidenten. Voetgangers, vooral ouderen en kinderen, voelen zich onveilig. Ook ontstaat er overlast door lawaaierige motoren, hoge snelheden en agressief rijgedrag van sommige gebruikers.

De handhaving van een fatbikeverbod is echter lastig. Politie en boa's moeten kunnen onderscheiden welke fietsen wel en niet mogen. Dit vereist training en duidelijke criteria. Ook moet worden bepaald wat de straf is voor overtreding. Veel gemeenten werken met waarschuwingen en boetes van 50 tot 100 euro, maar dit leidt niet altijd tot gedragsverandering.

Een ander probleem is dat veel fatbikes niet zijn geregistreerd en gebruikers niet goed kunnen worden geΓ―dentificeerd. Dit maakt handhaving moeilijk. Sommige gemeenten overwegen daarom een registratieplicht in te voeren, vergelijkbaar met brommers. Dit zou handhaving vergemakkelijken, maar voegt ook bureaucratie toe voor gebruikers en verkopers.

Landelijke trend en politieke druk

De Gelderse initiatieven zijn onderdeel van een landelijke trend. Gemeenten in Noord-Holland, Utrecht, Limburg en Friesland bereiden eveneens regelgeving voor. Dit leidt tot oproepen van brancheorganisaties voor landelijke uniformiteit. De BOVAG (brancheorganisatie voor auto's, motoren en fietsen) pleit voor duidelijke nationale richtlijnen in plaats van een patchwork van lokale verboden.

Politiek gezien groeit de druk op gemeenten om in te grijpen. Buurtbewoners, ouderenorganisaties en veiligheidsorganisaties eisen actie. Lokale politici voelen zich onder druk gezet om hun kiezers te beschermen. Dit leidt tot snelle besluitvorming, soms zonder grondige afweging van gevolgen voor ondernemers.

De Fietsersbond en andere belangengroepen van fietsgebruikers pleiten tegen een volledig verbod. Zij stellen dat fatbikes geen groter gevaar vormen dan andere voertuigen en dat het probleem vooral ligt bij onverantwoord rijgedrag, niet bij de fiets zelf. Zij pleiten voor betere handhaving van bestaande verkeersregels en voor educatie van gebruikers.

De komende maanden zullen meerdere Gelderse gemeenten formele regelgeving aankondigen. Naar verwachting zullen verboden in het najaar van 2026 of begin 2027 ingaan. Dit geeft ondernemers enige tijd om zich aan te passen, maar onzekerheid blijft groot zolang niet duidelijk is welke gemeenten precies welke regels invoeren.

Op landelijk niveau zal waarschijnlijk druk ontstaan voor uniformering. Het kabinet kan worden opgeroepen om nationale richtlijnen vast te stellen. Dit zou ondernemers helderheid geven, maar zou ook kunnen betekenen dat een landelijk verbod wordt ingesteld.

Voor ondernemers in de fietsbranche is het zaak om alert te blijven op regelgeving in hun regio en zich voor te bereiden op mogelijke veranderingen. Diversificatie van het productaanbod, focus op andere regio's en innovatie in diensten kunnen helpen om de impact van verboden te beperken. Ook kan lobbying via brancheorganisaties helpen om de belangen van ondernemers in het politieke proces naar voren te brengen.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: Regionaal β€” Gelderland. Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.