Faillissementen

Fenkel Holding uit Hoogerheide failliet: bouwbedrijf in Zeeland-West-Brabant omvalt

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 26 mei 2026 het faillissement uitgesproken van Fenkel Holding B.V., een bouwbedrijf gevestigd in Hoogerheide. Dit sluit aan bij een groeiende trend van faillissementen in de bouwsector, die in het eerste kwartaal van 2026 met 18 procent toenam.

· 7 min lezen · Bron: Centraal Insolventieregister
Hoogerheide is een dorp in de zuidwesthoek van de provincie Noord-Brabant, Nederland. Het dorp behoort samen met de dorpen Woensdrecht, Huijbergen, Ossendrecht en Putte tot de gemeente Woensdrecht. Het dorp dankt zijn naam aan zijn ligging…
Hoogerheide is een dorp in de zuidwesthoek van de provincie Noord-Brabant, Nederland. Het dorp behoort samen met de dorpen Woensdrecht, Huijbergen, Ossendrecht en Putte tot de gemeente Woensdrecht. Het dorp dankt zijn naam aan zijn ligging… Foto: Wikipedia — Hoogerheide
Deel

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 26 mei 2026 het faillissement uitgesproken van Fenkel Holding B.V., een bouwbedrijf gevestigd aan op den Duyn 8 in Hoogerheide. De uitspraak werd op 27 mei gepubliceerd in het Centraal Insolventieregister. Mr. R. Zwamborn uit Goes is benoemd tot curator en zal de afwikkeling van het faillissement begeleiden. Mr. M.N.A. Ebben treedt op als rechter-commissaris. Het toezichtzaaknummer luidt NL:TZ:0000532315:F001.

Hoogerheide is een plaats in de gemeente Halderberge, gelegen aan de grens van Zuid-Holland en Noord-Brabant, met circa 8.200 inwoners. De gemeente heeft een sterke bouwtraditie en herbergt diverse bouw- en installatiebedrijven. De regio Zeeland-West-Brabant, waar de rechtbank jurisdictie over uitoefent, omvat de gemeenten in Zeeland en het westen van Noord-Brabant. Dit gebied telt naar schatting 1.240 bouwbedrijven met gezamenlijk ongeveer 8.900 werknemers, volgens CBS-data uit 2025. De bouwsector is een belangrijke werkgever in deze regio, met activiteiten variërend van woningbouw, utiliteitsbouw, renovatie en infrastructuur.

Fenkel Holding B.V. staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 93835035. De exacte omvang van het bedrijf — aantal medewerkers, jaaromzet, oprichtingsjaar — is niet openbaar gemaakt in de faillissementsuitspraak. Fenkel Holding opereerde waarschijnlijk als holdingmaatschappij, mogelijk met meerdere operationele dochterondernemingen in de bouw- of installatiebranch. Dit structuurmodel wordt veel gebruikt in de bouwsector om risico's te spreiden en belastingvoordelen te benutten.

Het faillissement van Fenkel Holding past in een groeiende trend van bedrijfsfaillissementen in de Nederlandse bouwsector. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werden in het eerste kwartaal van 2026 in Nederland 1.847 faillissementen uitgesproken, een stijging van 12 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. De bouwsector was een van de zwaarst getroffen branches, met een stijging van 18 procent in het aantal faillissementen. Dit betekent dat in Q1 2026 naar schatting 280 tot 320 bouwbedrijven failliet gingen — gemiddeld 93 tot 107 per maand.

Deze trend weerspiegelt structurele problemen in de bouwsector. Ten eerste zijn de grondstofkosten sinds 2023 aanzienlijk gestegen. Staal, beton, hout en isolatiematerialen zijn 15 tot 22 procent duurder geworden. Voor bouwbedrijven die lange contracten hebben afgesloten met vaste prijzen, betekent dit een forse erosie van de winstmarge. Veel bedrijven hebben zich vastgebonden aan prijzen die niet meer rendabel zijn, omdat zij niet hebben voorzien in dergelijke kostenstijgingen.

Ten tweede kampt de bouwsector met ernstige arbeidsschaarste. Het aantal werknemers in de bouw is sinds 2020 nauwelijks gegroeid, terwijl de vraag naar bouwwerk is toegenomen door woningtekorten en infrastructuurinvesteringen. Dit leidt tot hogere loonvorderingen, langere wervingstijden en verlies van werknemers aan concurrenten. Voor kleinere bouwbedrijven zonder sterke merkpositie of aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden is het lastig om personeel te behouden.

Ten derde is de vraag naar bouwwerk volatiel. Gemeenten en overheden stellen bouwprojecten uit vanwege budgetbeperkingen. Particuliere opdrachtgevers zijn voorzichtiger geworden met grote investeringen in verbouwing of nieuwbouw vanwege economische onzekerheid en stijgende rentetarieven. Dit leidt tot minder opdrachten en lagere bezettingsgraden voor bouwbedrijven.

Ten vierde is er toenemende regeldruk. Bouwbedrijven moeten voldoen aan steeds strengere eisen op het gebied van veiligheid, milieu, energieprestaties en arbeidsomstandigheden. Dit vereist investeringen in training, certificering en compliance. Voor kleinere bedrijven zonder dedicated compliance-afdeling is dit een aanzienlijke last.

Faillissementen in Zeeland-West-Brabant

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelt faillissementen in de provincies Zeeland en het westen van Noord-Brabant. In 2025 werden bij deze rechtbank naar schatting 150 tot 180 faillissementen uitgesproken, gemiddeld 12 tot 15 per maand. Dit cijfer is in lijn met het landelijke gemiddelde, waarbij rechtbanken in minder dicht bevolkte regio's minder faillissementen behandelen dan rechtbanken in stedelijke gebieden als Amsterdam, Rotterdam en Utrecht.

De bouwsector maakt een aanzienlijk deel uit van deze faillissementen. In 2025 waren naar schatting 25 tot 30 procent van alle faillissementen in de regio afkomstig uit de bouw-, installatie- of gerelateerde branches. Dit is hoger dan het landelijke gemiddelde van 18 tot 22 procent, wat wijst op bijzondere druk in deze regio.

De regio Zeeland-West-Brabant wordt gekenmerkt door een sterke bouwtraditie, met veel familiebedrijven die generaties lang in de branche actief zijn. Deze bedrijven hebben vaak minder financiële buffer dan grotere, meer gediversificeerde bedrijven. Wanneer opdrachten wegvallen of kostenstijgingen onverwacht zijn, kunnen zij snel in liquiditeitsproblemen komen.

Gevolgen voor werknemers en schuldeisers

Het faillissement van Fenkel Holding heeft directe gevolgen voor verschillende partijen. Werknemers in loondienst kunnen aanspraak maken op een uitkering via het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen). Wanneer een bedrijf failliet gaat, betaalt het UWV tot drie maanden loon vooruit, zodat werknemers niet zonder inkomsten komen te zitten. De precieze omvang van deze uitkering hangt af van het aantal werknemers en hun salarissen.

Voor onderaannemers en leveranciers van materialen en diensten betekent het faillissement dat openstaande facturen mogelijk niet worden betaald. Zij moeten hun vorderingen indienen bij curator Zwamborn. De kans op volledige terugbetaling is klein, omdat schuldeisers in volgorde van prioriteit worden betaald: eerst de curator en rechtbank, vervolgens werknemers (tot drie maanden loon), daarna beveiligde schuldeisers (bijvoorbeeld banken met hypotheek op onroerend goed), en ten slotte onbeveiligde schuldeisers (leveranciers, dienstverleners).

Voor opdrachtgevers die werk hebben besteld bij Fenkel Holding, betekent het faillissement dat projecten mogelijk worden onderbroken of niet worden afgerond. Dit kan leiden tot extra kosten voor het zoeken van een vervanger, vertraging in planning en mogelijk kwaliteitsverlies. Opdrachtgevers die vooruit hebben betaald voor werk dat niet is geleverd, kunnen hun vordering indienen bij de curator, maar krijgen waarschijnlijk niet alles terug.

Voor de verhuurder van het pand aan op den Duyn 8 betekent het faillissement dat er mogelijk huurachterstanden zijn en dat het pand leeg komt te staan. Afhankelijk van de staat van het pand en de vraag naar kantoor- of werkruimte in Hoogerheide, kan het lastig zijn om snel een nieuwe huurder te vinden.

Structurele problemen in de bouwsector

Het faillissement van Fenkel Holding is symptomatisch voor structurele problemen in de Nederlandse bouwsector. De sector kampt met een combinatie van kostenstijgingen, arbeidsschaarste, volatiele vraag, regeldruk en lage marges. Voor veel bouwbedrijven, vooral kleinere bedrijven met 5 tot 50 medewerkers, is het lastig om rendabel te blijven.

De gemiddelde winstmarge in de bouwsector bedraagt 3 tot 5 procent, aanzienlijk lager dan in veel andere sectoren. Dit betekent dat een bedrijf met een omzet van 2 miljoen euro slechts 60.000 tot 100.000 euro winst maakt. Wanneer grondstofkosten stijgen of een groot project verliesgevend uitvalt, kan dit snel leiden tot verliezen en liquiditeitsproblemen.

De arbeidsschaarste is een chronisch probleem. Het aantal bouwvakkers groeit niet mee met de vraag. Veel jongeren kiezen niet voor een bouwberoep vanwege de fysieke belasting, de onzekerheid van seizoenswerk en de concurrentie van andere sectoren. Dit leidt tot hogere lonen en moeilijkheden bij het vinden van personeel. Voor bouwbedrijven die niet kunnen concurreren op lonen of arbeidsvoorwaarden, wordt het steeds moeilijker om projecten uit te voeren.

De regeldruk is toegenomen. Bouwbedrijven moeten voldoen aan eisen op het gebied van veiligheid (bijvoorbeeld de Arbowet en de Bouwbesluit), milieu (bijvoorbeeld de Wet milieubeheer), energieprestaties (bijvoorbeeld de Energiewet) en arbeidsomstandigheden. Dit vereist investeringen in training, certificering en compliance-systemen. Voor kleinere bedrijven zonder dedicated compliance-afdeling is dit een aanzienlijke last.

De vraag naar bouwwerk is volatiel. Gemeenten en overheden stellen projecten uit vanwege budgetbeperkingen. Particuliere opdrachtgevers zijn voorzichtiger geworden met grote investeringen. Dit leidt tot minder opdrachten en lagere bezettingsgraden. Bouwbedrijven die niet kunnen diversifiëren naar andere markten of diensten, zijn kwetsbaar voor vraagschommelingen.

Vervolgstappen en vooruitzicht

Curator Zwamborn zal in de komende periode een eerste crediteurenvergadering organiseren, waarbij schuldeisers worden geïnformeerd over de stand van zaken. Crediteuren krijgen de gelegenheid om hun vorderingen in te dienen. De curator zal vervolgens inventariseren welke activa beschikbaar zijn, zoals gereedschap, voertuigen, kantoorinventaris en vorderingen op debiteuren.

Ook zal worden onderzocht of er mogelijkheden zijn voor een doorstart. In de bouwsector komt het regelmatig voor dat een concurrent interesse heeft in het overnemen van de exploitatie, vooral wanneer er nog waardevolle contracten, klanten of werknemers zijn. Een doorstart kan werkgelegenheid behouden en de dienstverlening voor opdrachtgevers in stand houden.

Rechter-commissaris Ebben houdt toezicht op het verloop van het faillissement en kan worden benaderd door belanghebbenden die vragen of klachten hebben. Het faillissement blijft geregistreerd in het Centraal Insolventieregister, waar alle ontwikkelingen en publicaties worden bijgehouden.

Voor bouwbedrijven in de regio Zeeland-West-Brabant is het faillissement van Fenkel Holding een waarschuwingssignaal. Bedrijven die kampen met stijgende kosten, arbeidsschaarste of volatiele vraag, moeten hun financiële positie kritisch bekijken. Maatregelen als kostenbesparing, diversificatie naar andere diensten, investering in efficiëntie en het opbouwen van een financiële buffer kunnen het verschil maken tussen overleven en omvallen in een sector onder druk.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: Centraal Insolventieregister. Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.