Nieuws

Gelderse musea worstelen met onopgehelderde oorlogskunst: miljoenencollectie zonder eigenaar

Gelderse musea bezitten nog altijd kunstwerken met een onduidelijk oorlogsverleden. Een schilderij in Paleis Het Loo, servies in Barneveld en recent opgedoken werken uit geroofde Joodse collecties blijven zonder duidelijke eigenaar, wat musea voor juridische en ethische dilemma's stelt.

Β· 7 min lezen Β· Bron: Regionaal β€” Gelderland
Van wie is deze kunst? Oorlogswerken blijven raadsel
Van wie is deze kunst? Oorlogswerken blijven raadsel Foto: Omroep Gelderland
Deel

In Gelderse musea hangen en staan nog altijd kunstwerken waarvan het oorlogsverleden onopgehelderd blijft. Een schilderij in Paleis Het Loo in Apeldoorn, servies in het Barneveld Museum en recent opgedoken doeken uit geroofde Joodse kunstcollecties roepen nog steeds vragen op over wie de rechtmatige eigenaar is. Deze werken vormen een klein maar significant deel van een groter Nederlands probleem: duizenden kunstobjecten in musea, particuliere collecties en opslagplaatsen waarvan de herkomst tijdens de Tweede Wereldoorlog onzeker is.

Het gaat niet om enkele werken. Naar schatting bevinden zich in Nederlandse musea tussen de 3.000 en 5.000 kunstobjecten met een onduidelijk oorlogsverleden. Dit omvat schilderijen, beeldhouwwerk, decoratieve kunst, textiel, munten, medailles en archeologische voorwerpen. De totale waarde van deze collecties wordt geschat op tientallen miljoenen euro's. Voor veel musea, vooral kleinere regionale instellingen, ontbreekt het geld en expertise om deze onderzoeken uit te voeren. Dit leidt tot een situatie waarin mogelijk gestolen kunstwerken decennialang in musea hangen zonder dat dit wordt opgemerkt of onderzocht.

De problematiek is niet nieuw. Na de Tweede Wereldoorlog werden veel kunstwerken teruggevonden, maar niet alle. Sommige werken raakten verloren, anderen werden opnieuw verkocht, en weer andere belandden in musea zonder dat hun herkomst volledig werd gedocumenteerd. De jaren zestig en zeventig, toen veel musea hun collecties uitbreidden, was documentatie vaak oppervlakkig. Pas sinds de jaren negentig, met de opkomst van digitale databases en internationaal onderzoek, is het mogelijk geworden om herkomst systematisch na te trekken.

De Gelderse musea zijn niet uniek in dit probleem. Ook grote instellingen als het Rijksmuseum in Amsterdam, het Mauritshuis in Den Haag en het Van Gogh Museum hebben in de afgelopen jaren onderzoeken naar hun collecties uitgevoerd. Dit heeft geleid tot enkele terugkeergevallen, maar ook tot de ontdekking dat veel werken nog steeds geen duidelijke eigenaar hebben. Het Rijksmuseum bijvoorbeeld heeft ongeveer 200 werken in zijn collectie waarvan het oorlogsverleden onzeker is.

De reden dat dit probleem zo hardnekkig is, ligt in de complexiteit van oorlogskunstroof. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden kunstwerken op verschillende manieren gestolen of ontvreemd. De nazi's voerden een systematische plunderingscampagne uit, waarbij vooral werken van Joodse verzamelaars werden geroofd. Maar ook particulieren, kunsthandelaren en soms zelfs autoriteiten waren betrokken bij diefstal, afpersing en onwettige verkoop. Na de oorlog werd veel kunst teruggevonden, maar niet alles. Sommige werken verdwenen voorgoed, anderen werden opnieuw verkocht en raakten spoor bijster.

Voor musea is het onderzoeken van herkomst een arbeidsintensief en kostbaar proces. Het vereist onderzoek in archieven, contact met erfgenamen, internationale samenwerking en soms forensisch onderzoek. Veel kleinere musea hebben geen budget of expertise voor dit werk. Bovendien is er een zekere terughoudendheid: het onderzoeken van herkomst kan leiden tot claims van erfgenamen, wat juridische en financiΓ«le gevolgen kan hebben. Sommige musea vrezen dat het erkennen van onzekere herkomst tot restitutieclaims leidt die zij niet kunnen betalen.

Juridische en ethische verplichtingen

De Nederlandse overheid en museale sector hebben zich echter verbonden aan internationale normen rond herkomstonderzoek en restitutie. Nederland is signatair van de Washingtoner Verklaring uit 1998, waarin landen zich committeren aan het onderzoeken van herkomst van kunstwerken uit de Tweede Wereldoorlog en het terugkeren van gestolen werken aan rechtmatige eigenaren of hun erfgenamen.

In 2002 stelde de Nederlandse regering een Restitutiecommissie in, die advies geeft over restitutieclaims. Tot nu toe heeft deze commissie ongeveer 100 zaken behandeld, waarvan het merendeel tot restitutie heeft geleid. Maar dit is slechts een fractie van het totale aantal werken met onduidelijke herkomst. Veel erfgenamen weten niet eens dat hun kunstwerken in Nederlandse musea hangen, omdat musea niet actief naar hen zoeken.

De ethische verplichting is echter duidelijk. Kunstwerken die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gestolen of ontvreemd, behoren terug te gaan naar de rechtmatige eigenaren of hun erfgenamen. Dit is niet alleen een kwestie van juridische verplichting, maar ook van morele verantwoordelijkheid. Voor veel Joodse families betekent de terugkeer van kunstwerken meer dan alleen financieel herstel; het is een erkenning van het onrecht dat hun is aangedaan en een manier om hun erfgoed terug te krijgen.

Voor musea brengt dit echter ook dilemma's met zich mee. Enerzijds willen musea hun verantwoordelijkheid nemen en onderzoek doen naar herkomst. Anderzijds ontbreekt het hen aan middelen en expertise. Bovendien kan het terugkeren van werken betekenen dat zij hun collecties moeten verkleinen, wat gevolgen heeft voor hun missie en publieke aanbod.

Gevolgen voor musea en erfgenamen

De onopgehelderde herkomst van kunstwerken heeft gevolgen voor zowel musea als erfgenamen. Voor musea betekent het dat zij kunstwerken in hun collectie hebben waarvan zij niet zeker weten of zij deze rechtmatig bezitten. Dit kan leiden tot reputatieschade als bekend wordt dat een museum mogelijk gestolen kunst tentoongesteld. Het kan ook leiden tot juridische claims van erfgenamen, die jaren kunnen duren en kostbaar kunnen zijn.

Voor erfgenamen is het probleem nog groter. Veel families weten niet dat hun kunstwerken in Nederlandse musea hangen. Zij hebben geen mogelijkheid om hun erfgoed terug te krijgen omdat zij niet weten waar het is. Bovendien is het onderzoeken van herkomst voor particulieren moeilijk en kostbaar. Veel erfgenamen hebben niet de middelen om onderzoeken uit te voeren of juridische procedures te voeren.

De Gelderse musea zijn zich van dit probleem bewust. Paleis Het Loo, een van de belangrijkste musea in de regio met een collectie van meer dan 100.000 objecten, heeft in de afgelopen jaren enkele herkomstonderzoeken uitgevoerd. Het museum heeft echter aangegeven dat het meer middelen nodig heeft om systematisch alle werken met onduidelijke herkomst te onderzoeken. Het Barneveld Museum, een kleiner regionaal museum, heeft eveneens aangegeven dat herkomstonderzoek een prioriteit is, maar dat het geld ontbreekt.

De recente ontdekking van een doek uit een geroofde Joodse kunstcollectie in een Gelderse museum toont aan dat het probleem nog steeds actueel is. Dit werk was waarschijnlijk decennialang in het museum zonder dat iemand zich realiseerde dat het gestolen was. De ontdekking ervan is het resultaat van toevallige onderzoeken en internationale samenwerking, niet van systematische herkomstonderzoeken door het museum zelf.

Financiering en expertise

Een van de grootste obstakels voor herkomstonderzoek is financiering. Veel musea, vooral kleinere regionale instellingen, hebben beperkte budgetten. Herkomstonderzoek is arbeidsintensief en kan jaren duren. Voor een museum met een beperkt budget betekent dit dat andere activiteiten, zoals conservering, restauratie en tentoonstellingen, moeten worden uitgesteld of geschrapt.

De Nederlandse overheid heeft in de afgelopen jaren enige steun geboden. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft subsidies beschikbaar gesteld voor herkomstonderzoek, maar deze zijn beperkt. In 2023 stelde de regering 2 miljoen euro beschikbaar voor herkomstonderzoek in musea, maar dit is onvoldoende voor de omvang van het probleem.

Bovendien is expertise een probleem. Herkomstonderzoek vereist kennis van kunstgeschiedenis, archievenonderzoek, internationale contacten en juridische kennis. Veel kleinere musea hebben geen medewerkers met deze expertise. Zij zijn afhankelijk van externe deskundigen, wat kostbaar is.

Er zijn initiatieven om deze problemen op te lossen. Het Centraal Museum in Utrecht en het Rijksmuseum hebben samenwerkingsverbanden opgezet met universiteiten en onderzoeksinstituten om herkomstonderzoek uit te voeren. Ook zijn er internationale netwerken ontstaan, zoals het Art Loss Register en het Provenance Index, die informatie delen over gestolen kunstwerken. Deze initiatieven helpen, maar zijn nog niet voldoende om het volledige probleem op te lossen.

De komende jaren zal herkomstonderzoek waarschijnlijk een groeiende prioriteit worden voor Nederlandse musea. Dit is deels het gevolg van toenemende internationale druk en deels van een groeiend bewustzijn van de ethische verplichting om dit onderzoek uit te voeren. De Gelderse musea zullen waarschijnlijk meer middelen nodig hebben om hun collecties systematisch te onderzoeken.

Er zijn enkele positieve ontwikkelingen. In 2024 kondigde de Nederlandse regering aan dat zij meer geld zou vrijmaken voor herkomstonderzoek. Ook zijn er plannen voor een centraal register van kunstwerken met onduidelijke herkomst, wat het onderzoeksproces zou vergemakkelijken. Bovendien groeien de mogelijkheden van digitale databases en kunsthistorische onderzoeken, wat het onderzoeken van herkomst gemakkelijker maakt.

Voor erfgenamen van geroofde kunstwerken is het belangrijk dat musea actief naar hen zoeken en onderzoeken naar herkomst uitvoeren. Dit vereist echter meer financiering en expertise dan momenteel beschikbaar is. De Gelderse musea, samen met andere Nederlandse instellingen, zullen zich moeten inspannen om dit probleem op te lossen en hun verantwoordelijkheid jegens erfgenamen na te komen.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: Regionaal β€” Gelderland. Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.