Faillissementen

Haardengoed B.V. uit Westerbork failliet: speciaalzaak in open haarden en gashaard-accessoires bezwijkt

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 26 mei 2026 het faillissement uitgesproken van Haardengoed B.V., een speciaalzaak in open haarden en gashaard-accessoires gevestigd in Westerbork (Drenthe). Het bedrijf opereerde onder meerdere handelsnamen, waaronder Anyfire en Beaufort.

· 8 min lezen · Bron: Centraal Insolventieregister
Camp Westerbork, also known as Westerbork transit camp, was a Nazi transit camp in the province of Drenthe in the Northeastern Netherlands, during World War II. It was located in the municipality of Westerbork, current-day Midden-Drenthe. …
Camp Westerbork, also known as Westerbork transit camp, was a Nazi transit camp in the province of Drenthe in the Northeastern Netherlands, during World War II. It was located in the municipality of Westerbork, current-day Midden-Drenthe. … Foto: Wikipedia — Westerbork transit camp
Deel

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 26 mei 2026 het faillissement uitgesproken van Haardengoed B.V., een speciaalzaak in open haarden en gashaard-accessoires gevestigd aan De Noesten 86 in Westerbork (Drenthe). De uitspraak werd op 27 mei gepubliceerd in het Centraal Insolventieregister. Mr. J. Knotter uit Emmen is benoemd tot curator en zal de afwikkeling van het faillissement begeleiden. Mr. H.J. Idzenga treedt op als rechter-commissaris.

Haardengoed B.V. staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 01126214 en opereerde onder meerdere handelsnamen: Haardengoed Anyfire, Anyfire en Beaufort. Deze namen wijzen op een gespecialiseerde retailbedrijf dat zich richtte op de verkoop van open haarden, gashaard-accessoires, onderdelen en bijbehorende diensten. De rechtbank Noord-Nederland behandelde de zaak onder nummer F.18/26/137, met toezichtzaaknummer NL:TZ:0000532274:F002.

Westerbork is een gemeente in Drenthe met circa 7.800 inwoners. De plaats ligt aan de rand van het Drentse Plateau en is historisch bekend als landbouwgemeente. In de afgelopen decennia heeft Westerbork zich ontwikkeld tot een gemengde economie met landbouw, kleine industrie, ambachten en detailhandel. De gemeente telt naar schatting 450 tot 500 bedrijven, waarvan ongeveer 60 procent in diensten en detailhandel. De vestiging van Haardengoed B.V. aan De Noesten, een bedrijvenpark aan de rand van het dorp, was een typische locatie voor gespecialiseerde retailbedrijven die zowel lokale als regionale klanten bedienen.

De Nederlandse haardensector

De Nederlandse markt voor open haarden en gashaard-accessoires is een niche-segment binnen de bouwmaterialen- en huishoudengoederensector. Het segment omvat de verkoop van open haarden, gashaard-inserts, schoorsteenonderdelen, brandstoffen (hout, gas, elektrisch), accessoires (schepjes, tangen, roosterhekken) en installatie- en onderhoudsservices.

De marktgrootte wordt geschat op 120 tot 150 miljoen euro per jaar in Nederland. Dit omvat zowel nieuwbouw als renovatie en onderhoud van bestaande haarden. Het aantal gespecialiseerde haardenbedrijven in Nederland wordt geschat op 200 tot 250, waarvan ongeveer 60 procent één tot vijf medewerkers telt. Daarnaast verkopen bouwmarkten (Hornbach, Gamma, Praxis) en tuincentra open haarden en accessoires als onderdeel van hun assortiment.

De vraag naar open haarden en gashaard-accessoires is sterk afhankelijk van consumententrends, energieprijzen en regelgeving. In de periode 2015-2020 groeide de vraag naar open haarden en gashaard-inserts aanzienlijk, gedreven door stijgende energieprijzen, groeiende interesse in duurzame verwarming en de populariteit van gezelligheid en ambiance in huiskamers. De gemiddelde prijs van een open haard varieerde tussen de 1.500 en 5.000 euro, afhankelijk van type en afwerking. Gashaard-inserts kostten tussen de 800 en 2.500 euro.

Sinds 2021 is de vraag echter onder druk komen te staan door meerdere factoren. Ten eerste is er toenemende regelgeving rond gasverbruik en emissies. De Nederlandse regering heeft aangekondigd dat vanaf 2030 geen nieuwe gasaansluitingen meer mogen worden aangelegd in nieuwbouwwoningen. Dit heeft geleid tot terughoudendheid bij consumenten die overwegen een gashaard aan te schaffen. Ten tweede is er groeiende aandacht voor duurzaamheid en elektrificatie. Consumenten kiezen steeds vaker voor elektrische verwarmingsalternatieven, warmtepompen en zonnepanelen in plaats van gashaarden.

Ten derde zijn de energieprijzen sinds 2022 sterk gestegen, wat heeft geleid tot een verschuiving in consumentengedrag. Hoewel hogere energieprijzen theoretisch de vraag naar alternatieve verwarmingsbronnen zou kunnen stimuleren, heeft de economische onzekerheid en de focus op energiebesparing ertoe geleid dat consumenten voorzichtiger zijn met grote investeringen in haarden. Ten vierde is er toenemende concurrentie van online retailers en bouwmarkten, die haarden tegen lagere prijzen aanbieden.

De combinatie van deze factoren heeft geleid tot een afname van de vraag naar open haarden en gashaard-accessoires. Volgens brancheschattingen is de markt sinds 2021 met circa 15 tot 20 procent gekrompen. Voor gespecialiseerde haardenbedrijven zoals Haardengoed B.V., die afhankelijk zijn van een beperkt klantenbestand en hoge vaste kosten, is dit een ernstige bedreiging.

Uitdagingen voor gespecialiseerde retailbedrijven

Haardengoed B.V. kampte met meerdere structurele uitdagingen die kenmerkend zijn voor gespecialiseerde retailbedrijven in niche-segmenten. Ten eerste is de vraag volatiel en seizoensgebonden. De vraag naar open haarden piekt in de herfst en winter, wanneer consumenten zich voorbereiden op de koude maanden. In de lente en zomer is de vraag veel lager. Dit leidt tot onregelmatige inkomsten en maakt het lastig om vaste kosten goed in te plannen.

Ten tweede is de concurrentie toegenomen. Bouwmarkten als Hornbach, Gamma en Praxis hebben hun assortiment haarden en accessoires uitgebreid en kunnen tegen lagere prijzen aanbieden door schaalvoordelen. Daarnaast zijn er online retailers zoals Amazon, eBay en gespecialiseerde webshops die haarden en accessoires tegen concurrerende prijzen verkopen. Voor een klein gespecialiseerd bedrijf is het lastig om tegen deze concurrentie op te boksen.

Ten derde zijn de marges onder druk. De gemiddelde winstmarge in de haardensector bedraagt 20 tot 30 procent, afhankelijk van het type product en de omvang van het bedrijf. Voor kleine bedrijven zonder schaalvoordelen kunnen de marges lager liggen. Wanneer de vraag afneemt, moeten bedrijven hun prijzen verlagen om competitief te blijven, wat de marges verder onder druk zet.

Ten vierde is er toenemende regeldruk. Haarden moeten voldoen aan strenge veiligheidsnormen (CE-markering, emissienormen). Dit stelt eisen aan de kwaliteit van producten en de documentatie. Voor kleine bedrijven kan dit een administratieve en financiële belasting zijn.

Ten vijfde is de cashflow kwetsbaar. Haardenbedrijven moeten voorraad aanhouden van diverse haarden en accessoires, wat kapitaal bindt. Wanneer de vraag afneemt, raakt de voorraad verouderd en kan deze niet meer worden verkocht. Dit leidt tot waardevermindering en verlies.

Energietransitie en regelgeving

De energietransitie vormt een structurele bedreiging voor de haardensector. De Nederlandse regering streeft naar een CO2-neutraal energiesysteem in 2050 en heeft daartoe diverse maatregelen aangekondigd. De belangrijkste zijn:

**Gasverbod in nieuwbouw**: Vanaf 2030 mogen nieuwe woningen geen gasaansluitingen meer hebben. Dit betekent dat gashaard-inserts niet meer kunnen worden geïnstalleerd in nieuwbouwwoningen. Dit raakt vooral bedrijven die zich richten op gashaard-accessoires.

**Elektrificatie van bestaande woningen**: De regering stimuleert eigenaren van bestaande woningen om over te stappen van gas naar elektrische verwarming (warmtepompen, elektrische haarden). Dit kan leiden tot een verschuiving van vraag naar elektrische haarden, maar ook tot een algehele afname van de vraag naar traditionele haarden.

**Emissienormen**: Haarden moeten voldoen aan steeds strengere emissienormen. Dit kan leiden tot hogere kosten voor fabrikanten en leveranciers, die doorberekend worden aan consumenten.

Deze regelgeving heeft geleid tot onzekerheid in de sector. Consumenten aarzelen om te investeren in gashaard-inserts of open haarden, omdat zij onzeker zijn over de toekomst van gasverwarming. Dit onzekerheid werkt door in de vraag naar haarden en accessoires.

Gevolgen voor betrokkenen

Het faillissement van Haardengoed B.V. heeft gevolgen voor verschillende partijen. Voor werknemers van het bedrijf betekent het verlies van hun baan directe gevolgen voor hun inkomen. Gezien de aard van het bedrijf gaat het waarschijnlijk om een klein team van 3 tot 8 personen, voornamelijk verkopers, monteurs en administratief personeel. Zij kunnen aanspraak maken op een uitkering via het UWV, dat in geval van faillissement de lonen over maximaal drie maanden voorschiet.

Voor leveranciers van haarden, accessoires en onderdelen betekent het faillissement dat openstaande facturen mogelijk niet worden betaald. Zij moeten hun vorderingen indienen bij curator Knotter. Voor kleinere leveranciers kan dit een aanzienlijke financiële tegenslag betekenen. Naar schatting kunnen de openstaande vorderingen oplopen tot 50.000 tot 150.000 euro, afhankelijk van de omvang van het bedrijf en de duur van de samenwerking met leveranciers.

Voor klanten die een haard hebben besteld of onderhoud hebben aangevraagd, betekent het faillissement dat contracten mogelijk niet worden nagekomen. Klanten kunnen hun vorderingen indienen bij de curator, maar de kans op volledige terugbetaling is klein.

Voor de verhuurder van het pand aan De Noesten betekent het faillissement dat er mogelijk huurachterstanden zijn en dat het pand leeg komt te staan. Afhankelijk van de staat van het pand en de vraag naar bedrijfsruimte in Westerbork, kan het lastig zijn om snel een nieuwe huurder te vinden.

Trend faillissementen in retailsector

Het faillissement van Haardengoed B.V. past in een bredere trend van toenemende faillissementen in de retailsector. Volgens het CBS werden in het eerste kwartaal van 2026 ruim 1.800 faillissementen uitgesproken in Nederland, een stijging van 12 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. De retailsector behoort tot de zwaarst getroffen branches, met een stijging van circa 16 procent in het aantal faillissementen.

De retailsector kampt met meerdere structurele problemen. Ten eerste is er toenemende concurrentie van online retailers, die lagere kosten hebben en tegen lagere prijzen kunnen aanbieden. Ten tweede zijn de vaste kosten (huur, energie, personeel) gestegen, terwijl de omzetten onder druk staan. Ten derde is er toenemende consumentenvoorzichtigheid door economische onzekerheid en inflatie. Consumenten geven minder uit aan luxeartikelen en grote aankopen.

Gespecialiseerde retailbedrijven in niche-segmenten, zoals haardenbedrijven, zijn extra kwetsbaar. Zij hebben een beperkt klantenbestand, hoge vaste kosten en zijn afhankelijk van seizoensgebonden vraag. Wanneer de vraag afneemt, hebben zij weinig mogelijkheden om kosten te besparen of hun assortiment aan te passen.

Vervolgstappen

Curator Knotter zal in de komende periode een eerste crediteurenvergadering organiseren, waarbij schuldeisers worden geïnformeerd over de stand van zaken. Crediteuren krijgen de gelegenheid om hun vorderingen in te dienen. De curator zal vervolgens inventariseren welke activa beschikbaar zijn, zoals haarden, accessoires, gereedschap, kantoorinventaris en vorderingen op debiteuren.

Ook zal worden onderzocht of er mogelijkheden zijn voor een doorstart. In de haardensector komt het regelmatig voor dat een concurrent interesse heeft in het overnemen van de klantenbasis, voorraad of bepaalde onderdelen van de exploitatie. Een doorstart kan werkgelegenheid behouden en de dienstverlening voor klanten in stand houden. Dit hangt af van de vraag of er nog waardevolle onderdelen zijn en of er geïnteresseerde partijen zijn.

Rechter-commissaris Idzenga houdt toezicht op het verloop van het faillissement en kan worden benaderd door belanghebbenden die vragen of klachten hebben over de gang van zaken. Het faillissement blijft geregistreerd in het Centraal Insolventieregister, waar alle ontwikkelingen en publicaties worden bijgehouden.

Voor ondernemers in de haardensector is het faillissement van Haardengoed B.V. een signaal om de eigen bedrijfsvoering kritisch te bekijken. Diversificatie van het assortiment, investering in online verkoop, samenwerking met bouwmarkten en tuincentra, en anticipatie op regelgeving rond gasverbod kunnen het verschil maken tussen overleven en omvallen in een sector onder druk.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: Centraal Insolventieregister. Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.