Heijmans test nieuw filtersysteem tegen bandenslijpsel op A58
Bouwbedrijf Heijmans test samen met Joosten Groep en Rijkswaterstaat een filtersysteem dat bandenslijpsel uit regenwater haalt voordat het grondwater vervuilt. De proef loopt deze week op de A58 tussen Eindhoven en Tilburg.
Bouwbedrijf Heijmans uit Rosmalen werkt samen met de Joosten Groep en Rijkswaterstaat aan een nieuw systeem dat vervuiling van grondwater langs snelwegen moet tegengaan. Van maandag tot en met woensdag wordt het Eco Roadside Filtration System (ERF) getest langs de A58 tussen Eindhoven en Tilburg. Het systeem moet bandenslijpsel opvangen dat tijdens het rijden van autobanden afkomt en normaal gesproken via regenwater in de natuur terecht komt.
Bandenslijpsel is een aanzienlijk milieuprobleem. Jaarlijks slijten autobanden wereldwijd miljoenen tonnen materiaal af. In Nederland alleen wordt geschat dat jaarlijks tussen de 50.000 en 100.000 ton bandenslijpsel vrijkomt. Dit fijnstof bevat zware metalen, olie en andere chemische stoffen die zich ophopen in bodem en grondwater. Tijdens regenbuien spoelen deze deeltjes van de weg af naar de bermen en infiltreren vervolgens in het grondwater. Dit vormt een groeiend probleem voor drinkwaterbronnen en ecosystemen.
Het ERF-systeem werkt als volgt: het vangt bandenslijpsel op voordat het regenwater de berm bereikt. Na filtratie stroomt het water schoon de berm in, waardoor zowel de grondwaterkwaliteit wordt beschermd als de ondergrond tegen uitdroging wordt behoed. Dit laatste aspect is relevant omdat droogte in Nederland een toenemend probleem wordt. Gefilterd regenwater kan beter infiltreren en het grondwaterpeil aanvullen.
De Joosten Groep, het bedrijf achter het systeem, richt zich op het duurzamer maken van infrastructuur. Het bedrijf werkt aan oplossingen voor waterbeheer, bodemkwaliteit en circulaire economie in de wegenbouw. De samenwerking met Heijmans, een van Nederlands grootste bouwbedrijven, geeft het project schaal en geloofwaardigheid. Heijmans heeft jaarlijks een omzet van ruim 1,5 miljard euro en is actief in wegenbouw, waterbouw en vastgoedontwikkeling. Het bedrijf heeft zich in recent jaren meer gericht op duurzaamheid en innovatie.
Rijkswaterstaat, de directie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, beheert de Nederlandse snelwegen en waterkeringen. Het agentschap heeft belang bij innovaties die de duurzaamheid van infrastructuur verbeteren en milieubelasting verminderen. De A58 is een drukke verbinding tussen Eindhoven en Tilburg, met dagelijks tienduizenden voertuigen. Dit maakt het een ideale testlocatie voor nieuwe technologieën.
De testlocatie bevindt zich in InnovA58, een innovatielab van Rijkswaterstaat langs de A58. Dit lab is speciaal ingericht om nieuwe infrastructuuroplossingen te testen onder reële omstandigheden. Rijkswaterstaat werkt hier samen met bedrijven, kennisinstellingen en ondernemers aan innovaties op het gebied van verkeersveiligheid, duurzaamheid, slimme mobiliteit en waterbeheer. De testfase van het ERF-systeem duurt drie dagen, van maandag tot en met woensdag. In het najaar van 2026 worden de onderzoeksresultaten gedeeld.
Bandenslijpsel als groeiend milieuprobleem
Bandenslijpsel is een van de meest onderschatte vervuilingsbronnen in Nederland. Terwijl veel aandacht uitgaat naar uitlaatgassen en plastic afval, krijgt bandenslijpsel veel minder aandacht. Toch is de hoeveelheid aanzienlijk. Onderzoeken van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en Europese onderzoeksinstituten wijzen uit dat bandenslijpsel een belangrijk deel van de microplasticvervuiling vormt.
Bandenslijpsel bevat niet alleen rubber, maar ook vulkanisatiemiddelen, weekmakers, antioxidanten en zware metalen zoals zink, cadmium en lood. Deze stoffen kunnen in het grondwater terechtkomen en daar jaren blijven. Voor drinkwaterbedrijven vormt dit een groeiende uitdaging. Steeds meer waterbedrijven moeten hun zuiveringscapaciteit opvoeren om bandenslijpsel en andere microverontreinigingen uit het water te halen.
De Europese Commissie heeft bandenslijpsel in 2023 aangemerkt als een prioritaire vervuilingsbron. De EU werkt aan regelgeving om de uitstoot van bandenslijpsel te beperken, onder meer door strengere eisen aan bandenkwaliteit en verplichte filtersystemen op wegen. Nederland volgt deze ontwikkelingen nauwlettend. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft in 2024 een onderzoek gestart naar de omvang van bandenslijpsel in Nederlandse wateren en mogelijke maatregelen.
De huidige aanpak in Nederland is vooral reactief: waterbedrijven zuiveren vervuild water, en wegenonderhoudsbedrijven schoonmaken bermen. Dit is kostbaar en niet volledig effectief. Het ERF-systeem van Joosten Groep en Heijmans beoogt een preventieve aanpak: het slijpsel wordt al aan de bron tegengehouden, voordat het in het milieu terechtkomt. Dit is een paradigmaverschuiving in de aanpak van wegvervuiling.
Betekenis voor de bouwsector en waterbeheer
De test op de A58 is relevant voor meerdere sectoren. Voor bouwbedrijven als Heijmans biedt het nieuwe systeem een mogelijkheid om hun dienstenangebot uit te breiden. Duurzame wegenbouw wordt steeds meer een vereiste in aanbestedingen. Gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat stellen eisen aan duurzaamheid, circulariteit en milieubelasting. Bedrijven die innovatieve oplossingen hebben, krijgen concurrentievoordeel.
Voor waterbedrijven is het systeem interessant omdat het hun zuiveringslast kan verminderen. Waterbedrijven als PWN, Evides en Vitens investeren jaarlijks miljoenen in zuiveringstechnologie. Als het ERF-systeem effectief is, kunnen zij hun zuiveringscapaciteit beter inzetten op andere vervuilingsbronnen. Dit kan kostenbesparing opleveren, die doorwerkt in lagere waterprijzen voor consumenten.
Voor gemeenten en provincies is duurzame wegenbouw een onderdeel van hun klimaat- en waterstofbeleid. Veel regio's hebben doelstellingen voor het terugdringen van microplasticvervuiling en het verbeteren van grondwaterkwaliteit. Het ERF-systeem kan helpen deze doelstellingen te bereiken. Bovendien past het in het bredere streven naar circulaire economie: in plaats van vervuiling te bestrijden na het feit, wordt het voorkomen.
De test op de A58 is ook een signaal naar de Europese markt. Als het systeem effectief blijkt, kan het worden uitgerold naar andere snelwegen in Nederland en daarbuiten. Dit zou voor Heijmans en Joosten Groep een aanzienlijke marktmogelijkheid opleveren. Andere Europese landen kampen met dezelfde problemen van bandenslijpsel, en regelgeving dwingt hen tot actie. Nederlandse innovaties kunnen hier een rol spelen.
Gevolgen voor wegenbeheer en duurzaamheid
Als het ERF-systeem succesvol is, kan het de manier waarop wegen worden onderhouden en beheerd fundamenteel veranderen. Momenteel is wegenonderhoud vooral gericht op het behoud van de wegstructuur en veiligheid. Milieuaspecten krijgen minder aandacht. Een systeem dat vervuiling tegengaat, zou wegenonderhoud kunnen transformeren naar een meer integrale aanpak.
De kosten van implementatie zijn nog onduidelijk. Het systeem moet worden geïnstalleerd langs de weg, wat arbeids- en materiaalkosten met zich meebrengt. Rijkswaterstaat zal moeten bepalen of deze kosten opwegen tegen de baten van schonere grondwater en lagere zuiveringslast. Dit zal waarschijnlijk afhangen van de schaal waarop het systeem wordt ingezet. Voor een enkele snelweg kan het duur zijn, maar voor een netwerk van wegen kan het kosteneffectief worden.
De test geeft ook inzicht in de technische haalbaarheid. Vragen die moeten worden beantwoord zijn: hoe effectief is het systeem in het opvangen van bandenslijpsel? Hoe gaat het om met extreme regenval? Hoe onderhoudsgevoelig is het systeem? Hoe lang gaat het mee voordat het moet worden vervangen? Deze praktische vragen kunnen alleen worden beantwoord door echte tests onder reële omstandigheden.
De resultaten van de test worden in het najaar van 2026 gedeeld. Rijkswaterstaat zal dan bepalen of het systeem geschikt is voor bredere implementatie. Als de resultaten positief zijn, kan het ERF-systeem worden opgenomen in de richtlijnen voor duurzame wegenbouw. Dit zou betekenen dat het systeem een standaardonderdeel wordt van nieuwe wegen of renovaties.
De volgende stap zou zijn om het systeem op meer locaties te testen, bijvoorbeeld op provinciale wegen of in stedelijke gebieden waar bandenslijpsel ook een probleem vormt. Ook zou het systeem kunnen worden aangepast voor andere vervuilingsbronnen, zoals olielekkages van voertuigen of zout van winterse wegen.
Voor Heijmans en Joosten Groep is dit project een kans om zich te positioneren als innovators in duurzame infrastructuur. Als het systeem succesvol is, kunnen zij het aanbieden aan andere wegbeheerders in Nederland en Europa. Dit zou hun marktpositie versterken en bijdragen aan hun duurzaamheidsdoelstellingen.
De test op de A58 is ook een voorbeeld van hoe publiek-private samenwerking kan bijdragen aan innovatie. Rijkswaterstaat biedt de testlocatie en expertise, Heijmans en Joosten Groep brengen technologie en ondernemerschap in. Dit model kan worden gebruikt voor andere infrastructuuruitdagingen, van verkeersveiligheid tot slimme mobiliteit.
Voor ondernemers in de bouw-, water- en milieubranche is het duidelijk dat duurzaamheid geen randkwestie meer is, maar een kernonderdeel van bedrijfsvoering. Bedrijven die innovatieve oplossingen hebben voor milieuuitdagingen, krijgen steeds meer kansen in aanbestedingen en samenwerking met overheden. De test op de A58 illustreert deze trend en biedt een voorbode van hoe infrastructuur in de toekomst kan worden ontworpen en beheerd.