Wetgeving

Hoge Raad buigt zich over vraag: mag rechter Shell dwingen tot 45% CO2-reductie?

De Hoge Raad behandelde vandaag een uitzonderlijke mondelinge zitting in de zaak Milieudefensie tegen Shell. Centraal staat de vraag of een rechter een oliebedrijf kan dwingen tot een concrete CO2-reductie van 45 procent in 2030. De uitspraak volgt naar verwachting in het voorjaar van 2027.

Β· 7 min lezen Β· Bron: NOS Economie (DEMO)
Uitzonderlijke zitting bij Hoge Raad in zaak Milieudefensie tegen Shell
Uitzonderlijke zitting bij Hoge Raad in zaak Milieudefensie tegen Shell Foto: Uitzonderlijke zitting bij Hoge Raa
Deel

De Hoge Raad, de hoogste rechterlijke instantie in Nederland, behandelde vandaag een uitzonderlijke mondelinge zitting in de zaak Milieudefensie tegen Shell. Dit is opmerkelijk, omdat procedures bij de Hoge Raad doorgaans schriftelijk verlopen. De mondelinge behandeling onderstreept het belang en de complexiteit van de zaak. Centraal staat een fundamentele juridische vraag: mag een rechter een individueel bedrijf verplichten tot een concrete CO2-reductie van een bepaald percentage, of is dit disproportioneel en onuitvoerbaar?

Dit is het derde moment in een zeven jaar durende juridische strijd tussen Milieudefensie en Shell. In 2019 diende Milieudefensie een civiele zaak in tegen het oliebedrijf, stellende dat Shell in strijd handelt met de mensenrechten en het klimaat schadigt. In mei 2021 gaf de rechtbank van Den Haag Milieudefensie gelijk. De rechter oordeelde dat Shell de CO2-uitstoot versneld moet terugdringen en legde het bedrijf op om de emissies tegen 2030 met 45 procent te verminderen ten opzichte van 2019. Dit was een historische uitspraak: voor het eerst in Nederland werd een bedrijf door een rechter verplicht tot een concrete klimaatdoelstelling.

Shell ging in hoger beroep. In maart 2024 oordeelde het gerechtshof van Amsterdam dat Shell weliswaar de CO2-uitstoot moet verminderen, maar dat het geen zin heeft het bedrijf meer te laten doen dan andere energieproducenten. Het hof trok de eis van 45 procent reductie in en stelde dat het onredelijk is één bedrijf aan een concreet percentage te binden. Dit was een forse tegenslag voor Milieudefensie, maar de organisatie stapte onmiddellijk naar de Hoge Raad.

Milieudefensie, onder leiding van raadsman Roger Cox, betoogde vandaag dat Shell een grote rol speelt in de klimaatverandering en daarom verplicht moet worden tot een aanzienlijke reductie van CO2-uitstoot. "Shell moet de uitstoot zeer fors reduceren", herhaalde Cox in de zaal in Den Haag. "Een verplichting van Shell om de uitstoot aanzienlijk te verlagen zal een belangrijke en grote bijdrage leveren aan het tegengaan van klimaatverandering." Milieudefensie wees erop dat klimaatscenario's aantonen welke vermindering van CO2 nodig is om de opwarming van de aarde te beperken. Volgens de organisatie volgt uit deze scenario's een absolute ondergrens van 30 procent reductie, en zijn andere factoren nog niet eens meegenomen.

De advocaten van Shell, onder leiding van Freerk Vermeulen, begonnen hun pleidooi met een punt van overeenstemming: "De partijen zijn het eens dat een urgente transformatie in het energiesysteem nodig is." Shell erkent ook dat "ondernemingen als Shell hierin een rol hebben." Maar daarna lopen de meningen uiteen, zei Vermeulen. Shell wijst erop dat wereldwijd de vraag naar olie en gas nog groeit. "Olie en gas houden nog aanzienlijke tijd een belangrijke functie om in de vraag naar energie te voorzien." Shell stelt dat het bedrijf al forse investeringen doet in hernieuwbare energie en dat het onredelijk is het bedrijf tot een hoger percentage te verplichten dan andere energieproducenten. Bovendien, betoogt Shell, is een concreet percentage "niet alleen weinig zinvol, maar ook disproportioneel".

De rechters en leden van het parket stelden kritische vragen aan beide partijen. Zij wilden onder meer weten hoe Milieudefensie tot het concrete percentage van 45 procent was gekomen. Dit is een cruciaal punt: als de Hoge Raad oordeelt dat een rechter wel concrete percentages kan opleggen, moet duidelijk zijn hoe die percentages worden bepaald en op welke basis.

Zeven jaar juridische strijd

De zaak Milieudefensie tegen Shell is een van de langstlopende en meest complexe klimaatzaken in Nederland. Het begon in 2019, toen Milieudefensie een civiele zaak indiende tegen Shell op basis van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat het recht op eerbiediging van het privΓ©- en gezinsleven beschermt. Milieudefensie stelde dat Shell door zijn CO2-uitstoot dit recht schendt.

In mei 2021 gaf de rechtbank van Den Haag Milieudefensie gelijk. Dit was wereldwijd een van de eerste uitspraken waarin een rechter een bedrijf verplichte tot een concrete klimaatdoelstelling. De rechter oordeelde dat Shell de CO2-uitstoot tegen 2030 met 45 procent moet verminderen ten opzichte van 2019. Dit percentage was gebaseerd op klimaatscenario's van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change), die aantonen welke reductie nodig is om de opwarming tot 1,5 graden Celsius te beperken.

Shell ging in hoger beroep. Het gerechtshof van Amsterdam oordeelde in maart 2024 anders. Het hof erkende dat Shell een rol speelt in klimaatverandering, maar stelde dat het onredelijk is één bedrijf aan een concreet percentage te binden. Het hof wees erop dat Shell slechts verantwoordelijk is voor ongeveer 0,5 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot, en dat het bedrijf niet alleen kan worden belast met een oplossing voor een wereldwijd probleem. Bovendien, aldus het hof, is het niet duidelijk hoe een rechter kan bepalen welk percentage redelijk is.

Milieudefensie stapte naar de Hoge Raad. De organisatie stelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat een rechter geen concreet percentage kan opleggen. Milieudefensie betoogt dat dit wel kan, mits het percentage is gebaseerd op wetenschappelijke gegevens en redelijk is.

Gevolgen voor Nederlandse bedrijven

De uitspraak van de Hoge Raad zal niet alleen gevolgen hebben voor Shell, maar voor alle Nederlandse bedrijven die CO2 uitstoten. Als de Hoge Raad oordeelt dat een rechter wel concrete percentages kan opleggen, opent dit de deur voor soortgelijke zaken tegen andere bedrijven in de energie-, industrie- en transportsector.

De Nederlandse industrie is al onder druk. Veel bedrijven kampen met stijgende energiekosten, toenemende regelgeving en toenemende druk van maatschappelijke organisaties. Een uitspraak die bedrijven verplicht tot concrete CO2-reductiepercentages zou een aanzienlijke extra belasting betekenen. Bedrijven zouden moeten investeren in duurzame technologieΓ«n, hun productieprocessen omstellen en mogelijk hun bedrijfsmodel aanpassen.

Aan de andere kant stellen milieuorganisaties dat bedrijven verantwoordelijk moeten worden gehouden voor hun impact op het klimaat. Zij wijzen erop dat vrijwillige maatregelen onvoldoende zijn en dat juridische verplichtingen nodig zijn om bedrijven tot actie te dwingen.

Voor Shell specifiek zou een uitspraak in het voordeel van Milieudefensie betekenen dat het bedrijf zijn CO2-uitstoot aanzienlijk moet versnellen. Shell heeft al aangekondigd dat het tegen 2030 de CO2-uitstoot met 20 procent wil verminderen ten opzichte van 2016. Een verplichting tot 45 procent reductie zou veel agressiever zijn en zou grote investeringen in hernieuwbare energie vereisen.

Shell heeft al forse investeringen gedaan in hernieuwbare energie. Het bedrijf bezit windparken in Europa en heeft investeringen gedaan in zonne-energie en waterstof. Maar deze investeringen zijn nog relatief klein vergeleken met de totale bedrijfsactiviteiten. In 2025 behaalde Shell een omzet van ongeveer 380 miljard dollar, waarvan het merendeel afkomstig was van olie- en gasverkoop. De omzet uit hernieuwbare energie bedroeg slechts enkele miljarden dollar.

Een verplichting tot 45 procent CO2-reductie zou Shell dwingen veel sneller over te schakelen naar hernieuwbare energie. Dit zou grote kapitaaluitgaven vereisen, mogelijk in de orde van tientallen miljarden dollars. Het zou ook betekenen dat Shell minder olie en gas kan verkopen, wat de omzet en winst zou drukken.

Vooruitzicht en timing

De Hoge Raad zal naar verwachting in het najaar van 2026 een advies ontvangen van het parket (de openbare aanklager). Dit advies is zwaarwegend en wordt doorgaans gevolgd door de Hoge Raad. De uitspraak zelf zal naar verwachting in het voorjaar van 2027 volgen.

Dit betekent dat Shell en de energiesector nog minstens 18 maanden in onzekerheid verkeren. Dit is problematisch voor bedrijfsplanning. Shell en andere energiebedrijven willen weten wat hun juridische verplichtingen zijn, zodat zij hun investeringen en strategie kunnen plannen. De lange duur van deze procedure is een kritiekpunt van bedrijven op het Nederlandse rechtsstelsel.

Intussen heeft Milieudefensie een nieuwe zaak aangespannen tegen Shell. Daarin stelt de organisatie dat Shell moet stoppen met het aanboren van nieuwe olie- en gasbronnen. Dit zou nog veel verder gaan dan de huidige zaak, omdat het niet alleen gaat om reductie van bestaande uitstoot, maar om het voorkomen van nieuwe uitstoot.

De zaak Milieudefensie tegen Shell is onderdeel van een bredere trend van klimaatzaken tegen bedrijven. In andere landen zijn soortgelijke zaken ingediend. In Duitsland oordeelde het Bundesverfassungsgericht in 2021 dat de Duitse klimaatwet onvoldoende is en dat de regering meer moet doen om toekomstige generaties te beschermen. In Frankrijk veroordeel de rechter TotalEnergies tot het betalen van schadevergoeding voor klimaatschade. Deze zaken tonen aan dat rechters steeds vaker bereid zijn om bedrijven en overheden ter verantwoording te roepen voor hun rol in klimaatverandering.

Voor Nederlandse ondernemers is het belangrijk om deze zaak nauwlettend te volgen. Een uitspraak in het voordeel van Milieudefensie zou kunnen betekenen dat meer bedrijven met soortgelijke vorderingen te maken krijgen. Dit zou gevolgen hebben voor investeringen, operationele kosten en bedrijfsplanning. Bedrijven zouden goed moeten nadenken over hun CO2-voetafdruk en hoe zij deze kunnen verminderen, niet alleen om aan regelgeving te voldoen, maar ook om juridische risico's te beperken.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: NOS Economie (DEMO). Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.