Wetgeving

Noord-Brabant stelt zich onwetend op over rijksplannen voor opheffing Moerdijk

De provincie Noord-Brabant zegt geen signalen te hebben ontvangen van het Rijk over plannen om dorp Moerdijk op te heffen, hoewel het Rijk dit al in maart 2025 als beste optie zag. GS spreekt van ambtelijke verkenningen, geen officiΓ«le besluiten.

Β· 7 min lezen Β· Bron: Regionaal β€” Noord-Brabant
Gratis stockfoto met #binnen, advocaat, afspraak
Gratis stockfoto met #binnen, advocaat, afspraak Foto: Towfiqu barbhuiya / Pexels
Deel

De provincie Noord-Brabant stelt zich onwetend op over rijksplannen voor de opheffing van dorp Moerdijk. Gedeputeerde Staten (GS) zeggen in antwoorden op vragen van PvdA en GroenLinks geen enkel signaal te hebben gekregen dat het Rijk het verdwijnen van het dorp als beste optie beschouwde. Dit terwijl onderzoek van Omroep Brabant aantoont dat betrokken ministeries al in maart 2025, zes maanden voordat gesprekken met dorpsbewoners begonnen, het opheffen van Moerdijk als voorkeurstrategie zagen.

De provincie geeft toe dat zij de rijksnotitie waarin deze voorkeur staat uitsluitend via mediaberichtgeving heeft vernomen. GS omschrijft de rijksactiviteiten als "ambtelijke verkenningen" en geen officiΓ«le besluiten. "Voor zover wij weten heeft het Rijk geen bestuurlijk besluit genomen", aldus het provinciaal bestuur. Deze formulering suggereert dat GS zich bewust is van de beperkte zichtbaarheid van rijksprocessen en mogelijk ook van de ambiguΓ―teit in de communicatie tussen overheidslagen.

De provincie reageert voorts kritisch op de mediaberichtgeving zelf. GS stelt dat "onjuiste berichtgeving in de media de beeldvorming rond dit ingewikkelde dossier niet ten goede komt". Welke onderdelen van de berichtgeving onjuist zouden zijn, wordt echter niet gespecificeerd. Dit gebrek aan concretisering roept vragen op over wat de provincie precies betwist: de feiten, de interpretatie, of de timing van de publicatie.

Tijdens Bestuurlijke Overleggen op 11 juni en 1 december 2025 heeft de provincie volgens eigen zeggen geen expliciete of impliciete signalen ontvangen dat het Rijk uitging van opheffing als voorkeursoptie. GS benadrukt dat de interne ambtelijke verkenningen van het Rijk geen onderdeel waren van deze bestuurlijke gesprekken. Ook zegt de provincie geen druk te hebben ervaren vanuit het Rijk om tot een bepaalde uitkomst te komen. Deze verklaringen staan in schril contrast met de documenten die Omroep Brabant heeft verkregen.

De rol van Moerdijk en de gemeente

Moerdijk is een dorp in Noord-Brabant met ongeveer 8.500 inwoners, gelegen in de gelijknamige gemeente. Het dorp staat al jaren onder druk vanwege bodemdaling en wateroverlast. De onderliggende grond zakt jaarlijks enkele centimeters weg, wat leidt tot structurele schade aan huizen, wegen en infrastructuur. Waterschap Hollandse Delta en andere waterbeheerders hebben herhaaldelijk gewaarschuwd dat de situatie onhoudbaar wordt en dat ingrijpende maatregelen nodig zijn.

In oktober 2025 kondigde het Rijk aan dat het een onderzoek zou starten naar de toekomst van Moerdijk. Drie opties werden in het openbaar genoemd: aanpassing van het dorp aan de bodemdaling, versterking van de dijken en waterkeringen, of opheffing van het dorp met verplaatsing van inwoners. Het Rijk stelde voor dat alle betrokkenen gezamenlijk tot een voorkeur zouden komen.

Op 11 november 2025 maakte de gemeente Moerdijk bekend dat zij, na overleg met dorpsbewoners en bestuurders, voor opheffing koos. Dit was een schok voor veel inwoners, die hoopten dat het dorp kon blijven bestaan met aanpassingen. De gemeente baseerde haar voorkeur op analyses die aantoonden dat aanpassing en versterking op lange termijn niet houdbaar waren vanwege de snelheid van de bodemdaling en de stijgende kosten.

De hoop was dat het Rijk en de provincie op 1 december 2025 zouden volgen met dezelfde voorkeur, wat zou betekenen dat de opheffing kon beginnen. Dit gebeurde echter niet. Zowel het Rijk als de provincie kozen voor uitstel tot juni 2026, om meer onderzoek te doen en alle opties opnieuw te evalueren. Dit besluit veroorzaakte grote frustratie onder inwoners en bestuurders van Moerdijk, die voelden dat de zaak werd uitgesteld zonder duidelijke reden.

Wat de documenten onthullen

Uit documenten die Omroep Brabant heeft verkregen, blijkt dat het Rijk veel eerder dan publiekelijk bekend een voorkeur had gevormd. In maart 2025, toen het openbare proces nog niet eens was gestart, hadden betrokken ministeries al geconcludeerd dat opheffing de beste optie was. Dit roept vragen op over de oprechtheid van het openbare consultatieproces en de mate waarin het Rijk werkelijk open stond voor andere opties.

De ministeries die betrokken waren, zijn onder meer Infrastructuur en Waterstaat (onder leiding van Mona Keijzer van de VVD) en Binnenlandse Zaken. Deze ministeries hebben gezamenlijk het onderzoek naar Moerdijk geleid en de communicatie met gemeente en provincie verzorgd. Het feit dat zij al in maart een voorkeur hadden, maar dit niet openlijk maakten, suggereert dat het openbare proces meer een formaliteit was dan een echte deliberatie.

Opmerkelijk is dat het ministerie van Keijzer kort na de bekendmaking van de gemeente op 11 november alsnog van koers veranderde. In plaats van de voorkeur voor opheffing te ondersteunen, koos het Rijk voor uitstel. Dit kan duiden op politieke overwegingen of interne meningsverschillen binnen het Rijk. Het ministerie van Keijzer staat bekend als relatief marktgericht en voorzichtig met grote overheidsinvesteringen, wat zou kunnen verklaren waarom het uitstel prefereerde boven een snelle opheffing.

Gevolgen voor bestuurlijke transparantie

De situatie rond Moerdijk werpt vragen op over transparantie en integriteit in bestuurlijke processen. Als het Rijk al in maart 2025 een voorkeur had voor opheffing, maar dit niet openlijk maakte, kan dit worden gezien als misleidend tegenover de gemeente, de provincie en vooral tegenover de inwoners van Moerdijk. Het openbare consultatieproces zou dan geen echte deliberatie zijn geweest, maar een ritueel om een vooraf bepaald besluit te legitimeren.

Voor de provincie Noord-Brabant is de situatie lastig. GS stelt dat zij geen signalen hebben ontvangen, maar dit roept de vraag op waarom de provincie niet proactief informatie heeft gevraagd aan het Rijk. Als het Rijk al in maart een voorkeur had, had de provincie dit kunnen ontdekken door kritische vragen te stellen. Het feit dat GS zegt de rijksnotitie alleen via de media te hebben vernomen, suggereert een passieve houding en mogelijk ook een gebrek aan interne communicatie tussen verschillende bestuurslagen.

De kritiek van GS op de mediaberichtgeving is ook opmerkelijk. Door te stellen dat de berichtgeving "onjuist" is zonder dit nader toe te lichten, probeert GS mogelijk de aandacht af te leiden van de kernvraag: waarom was het Rijk niet transparant over zijn voorkeur? In plaats van zich te verdedigen tegen kritiek op het proces, zou GS beter kunnen aangeven wat zij gaat doen om transparantie in de toekomst te verbeteren.

Gevolgen voor Moerdijk en omgeving

Voor de inwoners van Moerdijk is de situatie zeer onzeker. Zij weten niet of hun dorp zal worden opgeheven, en zo ja, wanneer en onder welke voorwaarden. De uitstelperiode tot juni 2026 geeft enige ademruimte, maar ook onzekerheid. Huizenprijzen in Moerdijk zijn al gedaald vanwege de bodemdaling en de onzekerheid over de toekomst. Veel inwoners durven niet te investeren in hun huizen of bedrijven.

Voor bedrijven in Moerdijk is de situatie eveneens lastig. Ondernemers in sectoren als horeca, retail en diensten hebben te maken met dalende omzetten vanwege de onzekerheid. Werknemers vertrekken uit het dorp omdat zij niet zeker weten of zij daar nog een toekomst hebben. Dit veroorzaakt een neerwaartse spiraal van economische activiteit.

Voor de gemeente Moerdijk is de situatie ook ingewikkeld. De gemeente moet voorzien in diensten en onderhoud van infrastructuur, terwijl de toekomst onzeker is. Investeringen in bijvoorbeeld riolering, wegen en openbare ruimte zijn lastig te rechtvaardigen als het dorp mogelijk wordt opgeheven. Dit kan leiden tot achterstallig onderhoud en verdere achteruitgang van de leefomgeving.

Voor Noord-Brabant als geheel is de zaak een test voor de bestuurlijke samenwerking tussen gemeente, provincie en Rijk. Hoe deze zaak wordt afgehandeld, zal invloed hebben op het vertrouwen van burgers en bedrijven in de overheid. Als het proces wordt gezien als ondoorzichtig of oneerlijk, kan dit leiden tot politieke polarisatie en weerstand tegen toekomstige overheidsbeslissingen.

De volgende fase is juni 2026, wanneer het Rijk en de provincie opnieuw moeten besluiten over de toekomst van Moerdijk. Tot die tijd zal onderzoek worden voortgezet naar de haalbaarheid en kosten van de drie opties: aanpassing, versterking en opheffing. Dit onderzoek zal cruciaal zijn voor het uiteindelijke besluit.

De vragen van PvdA en GroenLinks, en de antwoorden van GS, zullen waarschijnlijk leiden tot verdere politieke discussie in de provincie. Mogelijk zullen andere partijen ook vragen stellen over de communicatie tussen Rijk en provincie, en over de rol van GS in het proces. Dit kan druk opleveren op GS om meer transparantie te bieden.

Voor het Rijk zal het belangrijk zijn om duidelijk te communiceren over de voorkeur voor opheffing, als dat inderdaad de uitkomst wordt. Dit vereist eerlijkheid over de redenen, de kosten, de gevolgen voor inwoners en bedrijven, en de ondersteuning die beschikbaar is voor verplaatsing en herinvesting. Een gebrek aan transparantie zal alleen maar tot meer weerstand en wantrouwen leiden.

De zaak Moerdijk is een voorbeeld van hoe bestuurlijke processen kunnen worden bemoeilijkt door gebrek aan transparantie en communicatie. Voor ondernemers en bedrijven in onzekere situaties is het belangrijk om kritische vragen te stellen aan de overheid en niet blindelings te vertrouwen op officiΓ«le uitspraken. In dit geval hebben inwoners en bedrijven van Moerdijk gelijk gehad om sceptisch te zijn over het openbare proces.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: Regionaal β€” Noord-Brabant. Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.