Schneider Electric waarschuwt: Europa betaalt twee tot vier keer meer voor energie dan concurrenten
Energieprijzen in Europa stijgen dit jaar met 24 procent naar recordhoogten, terwijl bedrijven twee tot vier keer meer betalen dan concurrenten in de VS en Azië. Schneider Electric waarschuwt dat zelfgenoegzaamheid Europa's grootste energierisico is en roept op tot versnelde energie-efficiëntie en elektrificatie.
Schneider Electric, wereldwijd leider in energietechnologie en industriële automatisering, waarschuwt dat Europa in een energiecrisis af stevent als beleidsmakers niet drastisch versnellen met energie-efficiëntie en elektrificatie. Het bedrijf baseert deze waarschuwing op een analyse van mondiale energiemarkttrends en de kwetsbaarheid van de Europese economie voor energieprijsschokken.
De wereldwijde energieprijzen zullen dit jaar naar verwachting met 24 procent stijgen — de grootste toename sinds 2022. Dit is een aanzienlijke stijging, vooral omdat de energiemarkt zich nog steeds herstelt van de schokken van 2022-2023, toen Russische gastoevoer naar Europa werd beperkt na de invasie van Oekraïne. Destijds stegen energieprijzen in Europa met meer dan 300 procent in sommige landen. Hoewel de prijzen sindsdien zijn genormaliseerd, blijven zij structureel hoger dan voor 2022.
Europa is bijzonder kwetsbaar voor deze prijsstijgingen. Energiekosten in Europa liggen doorgaans twee tot vier keer hoger dan in andere grote regio's, met name de Verenigde Staten en Azië. Dit verschil heeft meerdere oorzaken: Europa importeert veel energie (olie, gas, steenkool), heeft hogere transportkosten, hogere belastingen op energie, en kampt met een versnipperde energiemarkt met verschillende regelgeving per land. Voor Nederlandse bedrijven betekent dit dat zij structureel hogere energiekosten hebben dan Amerikaanse of Chinese concurrenten, wat hun competitiviteit aantast.
Schneider Electric, opgericht in 1836 en gevestigd in Rueil-Malmaison (Frankrijk), heeft wereldwijd circa 150.000 medewerkers en een omzet van ongeveer 34 miljard euro in 2025. Het bedrijf is marktleider in energiebeheer, industriële automatisering en duurzame energie. Schneider Electric levert onder meer energiebeheersystemen, transformatoren, zonnepanelen, batterijen en software voor energieoptimalisatie aan bedrijven, overheden en huishoudens. Het bedrijf heeft een sterke positie in Europa, met productie- en onderzoeksfaciliteiten in meerdere landen, waaronder Frankrijk, Duitsland, Spanje en Polen.
De waarschuwing van Schneider Electric komt op een moment dat Europa onder druk staat om zijn energiezekerheid te vergroten. De Europese Unie heeft zich gecommitteerd aan klimaatdoelstellingen (netto-nul emissies in 2050) en energieonafhankelijkheid (minder afhankelijkheid van Russische olie en gas). Dit vereist massieve investeringen in hernieuwbare energie, elektriciteitsnetwerk-uitbreiding en energie-efficiëntie in gebouwen en industrie. De Europese Commissie heeft hiervoor het Green Deal-programma gelanceerd, met een investeringsvolume van circa 1 biljoen euro tot 2030.
Schneider Electric stelt echter dat deze maatregelen onvoldoende zijn en niet snel genoeg worden ingevoerd. Het bedrijf roept op tot drie concrete stappen: (1) versnelde energie-efficiëntie in gebouwen en industrie, (2) versnelde elektrificatie van transport en verwarming, en (3) hervorming van het Europese energiebelastingsysteem, dat fossiele brandstoffen nog steeds bevoordeelt boven schone alternatieven.
Energie-efficiëntie als economisch imperatief
Energie-efficiëntie — het verminderen van energieverbruik zonder verlies van productie of comfort — is een van de meest kosteneffectieve manieren om energiekosten te verlagen en CO2-emissies te reduceren. Volgens de Internationale Energieagentschap (IEA) kan energie-efficiëntie 40 procent van de reductie van CO2-emissies tot 2050 opleveren, meer dan enig ander instrument.
In Nederland zijn gebouwen goed voor ongeveer 35 procent van het energieverbruik en 30 procent van de CO2-emissies. Veel gebouwen zijn slecht geïsoleerd, hebben verouderde verwarmingssystemen en inefficiënte verlichting. Een gemiddeld kantoor kan 20 tot 30 procent energiebesparing bereiken door isolatie, LED-verlichting, slimme thermostaten en energiebeheer-software. Voor een kantoor met een jaarlijkse energierekening van 50.000 euro betekent dit een besparing van 10.000 tot 15.000 euro per jaar.
In de industrie is het potentieel nog groter. Veel fabrieken gebruiken verouderde machines en processen die veel energie verspillen. Volgens Schneider Electric kan industriële energie-efficiëntie 25 tot 35 procent energiebesparing opleveren, met terugverdientijden van 2 tot 5 jaar. Voor een middelgrote fabriek met een jaarlijkse energierekening van 500.000 euro betekent dit een besparing van 125.000 tot 175.000 euro per jaar.
Ondanks dit potentieel verloopt de implementatie van energie-efficiëntie in Europa traag. Volgens Eurostat was in 2024 slechts 12 procent van de Europese gebouwen gerenoveerd met energie-efficiëntie als doel. Dit is veel lager dan nodig om de EU-doelstellingen te halen. Redenen zijn onder meer hoge investeringskosten, onzekerheid over terugverdientijd, gebrek aan financiering, en bureaucratische obstakels.
Schneider Electric pleit voor gerichte financiële steun en stimulansen om bedrijven en huishoudens te helpen sneller energiebesparende maatregelen te nemen. Dit kan inhouden: subsidies, belastingvoordelen, lage-renteleningen, energiebesparingscontracten (waarbij besparing wordt gebruikt om investeringen terug te betalen), en vereenvoudigde regelgeving.
Elektrificatie als energietransitie-motor
Elektrificatie — het vervangen van fossiele brandstoffen door elektriciteit — is essentieel voor het bereiken van klimaatdoelstellingen. Dit geldt vooral voor transport (elektrische auto's), verwarming (warmtepompen in plaats van gasketels) en industrie (elektrische processen in plaats van fossiele brandstoffen).
In Nederland zijn transport goed voor ongeveer 25 procent van het energieverbruik en 28 procent van de CO2-emissies. Het aantal elektrische auto's groeit snel: in 2025 waren ongeveer 1,2 miljoen elektrische auto's geregistreerd in Nederland, tegenover 300.000 in 2020. Dit is een groei van 300 procent in vijf jaar. Echter, het totale aantal auto's in Nederland bedraagt ongeveer 8,5 miljoen, dus elektrische auto's zijn nog steeds een minderheid.
Voor verwarming is het potentieel groot. Ongeveer 90 procent van de Nederlandse huishoudens en bedrijven verwarmt zich met aardgas. Warmtepompen kunnen aardgasketels vervangen en zijn veel efficiënter: zij leveren 3 tot 4 kWh warmte per kWh elektriciteit. Echter, de installatie van warmtepompen verloopt langzaam. In 2025 werden ongeveer 150.000 warmtepompen geïnstalleerd in Nederland, tegenover ongeveer 1 miljoen gasketels die jaarlijks vervangen moeten worden.
Schneider Electric stelt dat elektrificatie moet worden versneld door: (1) investeringen in laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen, (2) subsidies voor warmtepompen en andere elektrische verwarmingssystemen, (3) uitbreiding en modernisering van het elektriciteitsnet, en (4) versnelde uitbouw van hernieuwbare energie (wind, zon).
Hervorming energiebelastingsysteem
Een cruciaal punt in de oproep van Schneider Electric is de hervorming van het Europese energiebelastingsysteem. Dit systeem dateert grotendeels uit de jaren 1990 en begunstigt fossiele brandstoffen boven schone alternatieven. Bijvoorbeeld: aardgas is in veel EU-landen onderworpen aan een lagere belastingtarief dan elektriciteit, wat het gebruik van gas stimuleert en elektrificatie ontmoedigt.
Volgens de Europese Commissie bedragen de impliciete subsidies voor fossiele brandstoffen in de EU ongeveer 55 miljard euro per jaar. Dit zijn belastingvoordelen, lage energiebelastingen en andere maatregelen die fossiele brandstoffen goedkoper maken dan zij eigenlijk zouden moeten zijn. Dit vervormt de markt en ontmoedigt investeringen in schone alternatieven.
Schneider Electric pleit voor een hervorming van het energiebelastingsysteem, zodat schone energie en energie-efficiëntie beter worden beloond en fossiele brandstoffen hoger worden belast. Dit zou de markt rechtvaardigen en investeringen in duurzame energie en efficiëntie stimuleren.
Gevolgen voor Nederlandse bedrijven
De waarschuwing van Schneider Electric heeft directe gevolgen voor Nederlandse bedrijven. Energiekosten zijn voor veel bedrijven een significant deel van de bedrijfsvoering. Voor energieïntensieve sectoren zoals chemie, staal, papier en voedsel kunnen energiekosten 10 tot 30 procent van de totale productiekosten bedragen. Voor minder energieïntensieve sectoren zoals diensten en detailhandel zijn energiekosten doorgaans 2 tot 5 procent van de totale kosten.
De stijging van energieprijzen met 24 procent dit jaar betekent voor een gemiddeld bedrijf met jaarlijkse energiekosten van 100.000 euro een toename van 24.000 euro. Dit is een aanzienlijke kostenverhoging die niet zomaar kan worden doorberekend aan klanten, vooral in competitieve markten.
De waarschuwing van Schneider Electric onderstreept het belang van energie-efficiëntie en elektrificatie voor Nederlandse bedrijven. Door energiebesparende maatregelen te nemen, kunnen bedrijven hun energiekosten verlagen en hun competitiviteit verbeteren. Dit is vooral relevant voor mkb-bedrijven, die vaak minder financiële middelen hebben om energieprijsstijgingen op te vangen.
De Nederlandse regering heeft erkend dat energie-efficiëntie en elektrificatie prioriteiten zijn. In het Klimaatakkoord (2019) en het Nationaal Energie- en Klimaatplan (2023) zijn doelstellingen gesteld voor energie-efficiëntie en elektrificatie. Echter, de voortgang is traag. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zal Nederland zijn energieefficiëntiedoelstellingen niet halen zonder aanvullende maatregelen.
De oproep van Schneider Electric sluit aan bij een bredere beweging in Europa om energie-efficiëntie en elektrificatie te versnellen. De Europese Commissie werkt aan een herziene Energieefficiëntierichtlijn, die strengere eisen stelt aan energie-efficiëntie in gebouwen en industrie. Ook zijn er plannen voor een hervorming van het energiebelastingsysteem, hoewel dit politiek gevoelig is.
Voor Nederlandse bedrijven is het belangrijk om nu al stappen te zetten om energiekosten te verlagen. Dit kan door energie-efficiëntie-audits uit te voeren, investeringen in isolatie, LED-verlichting en slimme energiebeheer-systemen, en het vervangen van gasketels door warmtepompen. De Nederlandse regering biedt hiervoor diverse subsidies en financieringsmogelijkheden.
De komende jaren zullen energieprijzen waarschijnlijk onder druk blijven staan door geopolitieke onzekerheid, groeiende vraag naar elektriciteit (door elektrificatie) en investeringsbehoeften in het elektriciteitsnet. Bedrijven die nu investeren in energie-efficiëntie en elektrificatie zullen op lange termijn beter gepositioneerd zijn om met hogere energiekosten om te gaan en hun competitiviteit te behouden.