Wetgeving

Utrecht en Zuid-Holland bundelen krachten tegen gaswinning Papekop: 'Risico's voor grondwater en bedrijven onacceptabel'

De provincies Utrecht en Zuid-Holland hebben gezamenlijk bij de Tweede Kamer bezwaar gemaakt tegen gaswinning uit het Papekopveld bij Woerden. De gasboringen zouden grondwaterkwaliteit, bodemdaling en de economie van 850.000 inwoners en 12.000 bedrijven in gevaar brengen.

Β· 6 min lezen Β· Bron: Regionaal β€” Utrecht
Gemeenten en provincies trekken samen op tegen gasboringen in Papekop
Gemeenten en provincies trekken samen op tegen gasboringen in Papekop Foto: RTV Utrecht
Deel

De provincies Utrecht en Zuid-Holland hebben samen met een aantal gemeenten een formele brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin zij hun bezwaren tegen gaswinning uit het Papekopveld bij Woerden uiteenzetten. In de brief stellen zij duidelijk dat "gaswinning uit het Papekopveld ongewenst is". Dit is een zeldzame stap van provinciale en gemeentelijke overheden, die normaal gesproken via bureaucratische kanalen werken, maar nu openlijk politieke druk uitoefenen op het Haagse besluitvormingsproces.

Het Papekopveld ligt onder het gebied tussen Woerden, Bodegraven en Nieuwegein, op de grens van Utrecht en Zuid-Holland. Het veld bevat naar schatting 1,5 tot 2 miljard kubieke meter aardgas. De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), een joint venture van Shell en ExxonMobil, heeft een vergunning voor gaswinning die tot 2028 loopt. De NAM heeft aangegeven dat gaswinning uit dit veld economisch aantrekkelijk is, vooral gezien de huidige energieprijzen en de vraag naar alternatieve energiebronnen in de energietransitie.

De provincies en gemeenten vrezen echter dat gaswinning ernstige gevolgen zal hebben voor grondwater, bodemdaling en de economie van de regio. Het Papekopveld ligt in een gebied met intensieve landbouw, voeding- en drankindustrie, en tuinbouw. Bovendien is het gebied afhankelijk van grondwaterwinning voor drinkwatervoorziening. Ongeveer 850.000 inwoners in Utrecht en Zuid-Holland zijn afhankelijk van grondwater uit deze regio.

Waarom gaswinning risicovol is

Gaswinning uit ondergrondse gasvelden gaat gepaard met drie hoofdrisico's: bodemdaling, grondwaterbesmetting en seismische activiteit (aardbevingen). Bij gaswinning wordt gas uit poreuze zandlagen onder hoge druk naar boven gepompt. Dit veroorzaakt een drukverlies in de ondergrond, waardoor de bovenliggende lagen kunnen zakken. Dit proces heet "bodemdaling" of "subsidence".

In het geval van Papekop zou bodemdaling naar schatting 0,5 tot 1,5 meter bedragen over een periode van 20 tot 30 jaar. Dit klinkt misschien gering, maar heeft grote gevolgen voor een laaggelegen gebied als Utrecht en Zuid-Holland. Veel van dit gebied ligt op of onder zeeniveau en is afhankelijk van dijk- en waterbeheersystemen. Bodemdaling verslechtert de waterkwaliteit, verhoogt het risico op wateroverlast en verzwakt de dijk- en drainagesystemen.

Voor bedrijven in de regio betekent bodemdaling concrete problemen. Landbouwbedrijven zijn afhankelijk van drainage- en irrigatiesystemen die op precieze hoogteverschillen zijn afgestemd. Bodemdaling van 0,5 tot 1,5 meter zou betekenen dat deze systemen moeten worden aangepast of vervangen. Volgens berekeningen van de Universiteit Utrecht zou dit voor de circa 3.500 landbouwbedrijven in de directe invloedssfeer kosten van 8 tot 12 miljoen euro betekenen. Voedings- en drankindustrie, waarvan zich circa 280 bedrijven in de regio bevinden, is afhankelijk van stabiele grondwaterkwaliteit en -hoeveelheid. Bodemdaling en grondwaterbesmetting zouden hun productieprocessen verstoren.

Grondwaterbesmetting is het tweede risico. Gaswinning kan leiden tot lekkage van zout grondwater uit diepere lagen naar bovenliggende zoetwater-aquifers. Dit zou de drinkwaterkwaliteit aantasten en de watervoorziening voor 850.000 inwoners in gevaar brengen. Watermaatschappijen als Vitens en PWN zouden gedwongen zijn om dure zuiveringsinstallaties te bouwen of alternatieve waterbronnen aan te boren.

Het derde risico is seismische activiteit. Gaswinning kan aardbevingen veroorzaken door drukverlies in de ondergrond. Het meest bekende voorbeeld is het Groningenveld, waar sinds 1986 meer dan 500 aardbevingen zijn geregistreerd, waarvan enkele met een magnitude van 3,6 (voelbaar voor veel mensen). De schadeclaims uit Groningen hebben tot nu toe meer dan 3 miljard euro gekost, en veel huizen hebben structurele schade opgelopen.

Hoewel het Papekopveld kleiner is dan het Groningenveld, kunnen vergelijkbare risico's niet worden uitgesloten. Een aardbeving van magnitude 3,0 zou in een dicht bevolkt gebied als Utrecht ernstige schade kunnen veroorzaken aan huizen, bedrijven en infrastructuur.

Economische gevolgen voor het mkb

De regio rond Papekop is economisch belangrijk. Het gebied herbergt circa 12.000 bedrijven in landbouw, voeding en tuinbouw, waarvan ongeveer 8.500 mkb-bedrijven met minder dan 50 medewerkers. Deze bedrijven zijn sterk afhankelijk van stabiele grondwaterkwaliteit en -hoeveelheid, en van een stabiele bodem.

Landbouwbedrijven vormen de grootste groep. De regio is een belangrijk centrum voor intensieve veehouderij, akkerbouw en groenteteelt. Veel van deze bedrijven hebben kleine marges en kunnen niet goed tegen onvoorziene kosten. Bodemdaling zou drainage- en irrigatiesystemen moeten worden aangepast, wat kosten met zich meebrengt. Grondwaterbesmetting zou kunnen betekenen dat bedrijven hun grondwater niet meer kunnen gebruiken, wat hun productie zou verstoren.

De voedings- en drankindustrie is een tweede belangrijke sector. Bedrijven als Unilever (met een fabriek in Bodegraven), Friesland Campina (melkverwerking) en talloze kleinere voedingsbedrijven zijn afhankelijk van schoon grondwater. Grondwaterbesmetting zou hun productieprocessen verstoren en dure zuiveringsmaatregelen noodzakelijk maken.

Tuinbouwbedrijven, vooral in de glastuinbouw rond Woerden, zijn afhankelijk van stabiele grondwaterkwaliteit voor irrigatie. Bodemdaling zou hun drainage- en irrigatiesystemen verstoren.

De provincies en gemeenten stellen dat de risico's voor deze bedrijven onacceptabel zijn, vooral gezien de huidige energietransitie. Zij betogen dat gaswinning uit Papekop niet nodig is voor de energiezekerheid van Nederland, omdat het land zich richt op duurzame energie en omdat er andere gasvelden beschikbaar zijn.

Vergelijking met Groningen

De brief van de provincies en gemeenten verwijst impliciet naar de ervaringen met gaswinning in Groningen. Het Groningenveld, ontdekt in 1959, is het grootste aardgasveld van Europa. Gaswinning begon in 1963 en bereikte een piek van 80 miljard kubieke meter per jaar in de jaren 1970. Dit was cruciaal voor de Nederlandse economie en energiezekerheid, maar had ook ernstige gevolgen.

Since 1986 zijn meer dan 500 aardbevingen geregistreerd in Groningen, waarvan enkele met een magnitude van 3,6. Deze aardbevingen hebben ernstige schade veroorzaakt aan huizen, bedrijven en infrastructuur. Naar schatting 160.000 huizen hebben schade opgelopen. De schadeclaims hebben tot nu toe meer dan 3 miljard euro gekost, en veel huizen zijn nog steeds niet hersteld.

De NAM en het Rijk hebben veel kritiek ontvangen op hun omgang met de schadeclaims. Veel huiseigenaren hebben jaren moeten wachten op schadevergoeding, en veel claims zijn afgewezen of ondergewaardeerd. Dit heeft geleid tot grote maatschappelijke onrust en politieke druk. In 2019 besloot het Rijk om gaswinning uit Groningen geleidelijk af te bouwen, met als doel in 2030 volledig te stoppen.

De ervaringen in Groningen hebben duidelijk gemaakt dat gaswinning ernstige maatschappelijke en economische gevolgen kan hebben. De provincies Utrecht en Zuid-Holland willen niet dat Papekop hetzelfde lot ondergaat.

Politieke context en vervolgstappen

De brief van de provincies en gemeenten is gericht aan de Tweede Kamer, omdat gaswinning onder de Mijnbouwwet valt en vergunningen worden verleend door de Minister van Economische Zaken. De Tweede Kamer speelt een rol in het toezicht op mijnbouwactiviteiten en kan druk uitoefenen op de regering.

De NAM-vergunning voor Papekop loopt tot 2028. De NAM zal waarschijnlijk een aanvraag indienen voor verlenging of uitbreiding van de vergunning. Dit zou een moment zijn waarop de Tweede Kamer kan ingrijpen en de vergunning kan weigeren.

De energietransitie speelt ook een rol. Nederland richt zich op het bereiken van klimaatdoelstellingen en het afbouwen van fossiele brandstoffen. Gaswinning uit Papekop past niet goed in deze doelstellingen. Aan de andere kant stelt de regering dat gaswinning nodig is voor energiezekerheid, vooral gezien de oorlog in OekraΓ―ne en de afhankelijkheid van Russisch gas.

De komende maanden zullen uitwijzen hoe de regering en de Tweede Kamer op de brief van de provincies en gemeenten reageren. Een besluit wordt verwacht in het derde kwartaal van 2026. Voor de bedrijven en inwoners in de regio is duidelijk dat gaswinning uit Papekop ernstige risico's met zich meebrengt, en dat de provincies en gemeenten bereid zijn om deze risico's openlijk aan de kaak te stellen.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: Regionaal β€” Utrecht. Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.