Wetgeving

Utrecht waarschuwt: overvol stroomnet bedreigt bedrijfsgroei en energietransitie

Ondernemersorganisaties slaan alarm over netcongestie in Utrecht. Vanaf juli kunnen geen nieuwe of zwaardere stroomaansluitingen meer worden aangelegd. VNO-NCW eist dat het kabinet dit als nationale crisis behandelt.

Β· 7 min lezen Β· Bron: Regionaal β€” Utrecht
Utrecht als schrikbeeld: 'Behandel overvol stroomnet als nationale crisis'
Utrecht als schrikbeeld: 'Behandel overvol stroomnet als nationale crisis' Foto: RTV Utrecht
Deel

Ondernemersorganisaties in Utrecht en Brabant slaan alarm over een groeiend probleem dat bedrijven rechtstreeks raakt: het stroomnet raakt overvol. Vanaf juli kunnen delen van Utrecht geen nieuwe of zwaardere elektrische aansluitingen meer krijgen. Dit betekent dat bedrijven die willen uitbreiden, verhuizen of hun energieverbruik willen verhogen, tegen een muur oplopen. VNO-NCW Midden en VNO-NCW Brabant Zeeland roepen het kabinet op netcongestie als een nationale crisis te behandelen.

De situatie in Utrecht is het meest kritiek. Netbeheerder Stedin, die het elektriciteitsnetwerk in Utrecht, Gelderland en Overijssel beheert, kan vanaf juli geen nieuwe aansluitingen meer realiseren in delen van Utrecht. Dit geldt voor zowel huishoudens als bedrijven. Voor ondernemers is dit een directe bedreiging van hun groeimogelijkheden. Een bedrijf dat wil uitbreiden met een extra productiehal, een datacentrum dat meer servers wil plaatsen, of een winkel die meer koelkasten wil installeren, kan dit niet doen zonder een nieuwe of zwaardere stroomaansluiting.

De oorzaak van netcongestie ligt in een mismatch tussen vraag en aanbod. De vraag naar elektriciteit groeit sneller dan het netwerk kan leveren. Dit komt door meerdere factoren. Ten eerste de energietransitie: steeds meer huishoudens en bedrijven schakelen over op elektrische verwarming (warmtepompen), elektrische auto's en zonnepanelen. Ten tweede groeit het energieverbruik van datacentra, kunstmatige intelligentie en andere energieintensieve sectoren. Ten derde zijn veel delen van het elektriciteitsnet verouderd en niet ontworpen voor deze vraag.

Stedin heeft jaren nodig om het netwerk uit te breiden en te versterken. Het bedrijf investeert jaarlijks miljarden in netinfrastructuur, maar dit gaat niet snel genoeg. De aanleg van nieuwe stroomleidingen, transformatorstations en ondergrondse kabels kost tijd, geld en ruimte. In dicht bevolkte gebieden als Utrecht is dit extra lastig. Bovendien zijn er wettelijke procedures, milieubeoordelingen en onderhandelingen met gemeenten nodig voordat werk kan beginnen.

Het gevolg is dat Stedin in sommige gebieden een "aansluitstop" heeft ingesteld. Dit betekent dat bedrijven en huishoudens die een nieuwe aansluiting willen, op een wachtlijst terechtkomen. In sommige gevallen kan de wachttijd oplopen tot enkele jaren. Dit is voor bedrijven onaanvaardbaar. Een bedrijf kan niet jaren wachten op een stroomaansluiting om uit te breiden. Dit leidt tot uitstelling of verplaatsing van investeringen naar regio's waar het netwerk niet overvol is.

Gevolgen voor bedrijven in Utrecht

Netcongestie heeft directe gevolgen voor bedrijven in Utrecht. Voor het mkb is dit bijzonder problematisch. Kleine bedrijven hebben minder financiΓ«le buffer dan grote bedrijven en kunnen niet zomaar naar een ander land verhuizen. Een bakkerij die wil uitbreiden met een extra oven, een metaalbedrijf dat wil investeren in nieuwe machines, of een logistiek bedrijf dat meer koelcellen wil installeren, kan dit niet doen zonder een zwaardere stroomaansluiting.

De gevolgen zijn meervoudig. Ten eerste worden investeringen uitgesteld of geannuleerd. Bedrijven zien geen zin in investeringen als zij niet zeker weten of zij stroomaansluiting krijgen. Dit leidt tot verminderde groei en werkgelegenheid. Ten tweede verhuizen bedrijven naar regio's met beter beschikbare netcapaciteit. Dit kan betekenen dat bedrijven uit Utrecht naar Duitsland, BelgiΓ« of andere delen van Nederland verhuizen. Dit is verlies voor de lokale economie.

Ten derde worden innovatieve bedrijven afgeschrikt. Startups in technologie, duurzame energie en kunstmatige intelligentie hebben veel stroom nodig. Als zij in Utrecht geen stroomaansluiting kunnen krijgen, gaan zij naar Amsterdam, Rotterdam of het buitenland. Dit is verlies voor innovatie en werkgelegenheid in Utrecht.

Voor grote bedrijven is netcongestie ook problematisch, maar zij hebben meer opties. Zij kunnen bijvoorbeeld zelf zonnepanelen of windmolens installeren, hun energieverbruik optimaliseren, of in andere regio's investeren. Maar ook voor hen geldt dat netcongestie hun groeimogelijkheden beperkt.

De werkgelegenheid in Utrecht staat onder druk. De provincie Utrecht heeft circa 2,5 miljoen inwoners en is een belangrijke economische regio met veel bedrijvigheid in logistiek, technologie, voeding en diensten. Netcongestie kan leiden tot verminderde groei en werkgelegenheid in deze sectoren. Dit heeft gevolgen voor werknemers, die minder banen hebben, en voor de gemeentelijke inkomstenbelasting, die onder druk komt te staan.

Bredere context: energietransitie en netinfrastructuur

Netcongestie is geen probleem dat alleen Utrecht treft. Het is een landelijk probleem dat samenhangt met de energietransitie. Nederland heeft zich gecommitteerd aan het doel om in 2050 volledig op duurzame energie over te stappen. Dit vereist massale investeringen in zonnepanelen, windmolens en elektrische voertuigen. Maar dit vereist ook een volledig vernieuwd en uitgebreid elektriciteitsnetwerk.

Het huidige elektriciteitsnetwerk is grotendeels gebouwd in de 20e eeuw, toen de vraag naar elektriciteit veel lager was en veel meer gecentraliseerd. Centrales produceerden elektriciteit die via grote leidingen naar steden en dorpen werd getransporteerd. Nu is het netwerk veel complexer. Zonnepanelen op daken, windmolens in het land, batterijen in auto's en huizen, en warmtepompen die stroom gebruiken in plaats van gas, maken het netwerk veel dynamischer en moeilijker te beheren.

Netbeheerders als Stedin, Liander en Enexis moeten miljarden investeren om het netwerk uit te breiden en te versterken. Stedin investeert jaarlijks circa 1,5 miljard euro in netinfrastructuur. Liander en Enexis investeren vergelijkbare bedragen. Toch gaat dit niet snel genoeg. De vraag naar elektriciteit groeit sneller dan het netwerk kan worden uitgebreid.

Dit is een klassiek probleem van infrastructuur: het duurt jaren om uit te breiden, maar de vraag groeit sneller. Dit leidt tot knelpunten. In sommige gebieden, vooral in dicht bevolkte regio's als Utrecht, Amsterdam en Rotterdam, raakt het netwerk overvol. In andere gebieden, vooral in dunbevolkte regio's, is er nog capaciteit.

De regering heeft dit probleem erkend. In 2024 lanceerde het kabinet het Programma Netcongestie, gericht op het versnellen van netuitbreiding en het beter beheren van vraag en aanbod. Dit programma voorziet in extra investeringen, vereenvoudigde procedures en experimenten met vraagrespons (waarbij bedrijven hun energieverbruik aanpassen aan de beschikbare capaciteit). Maar veel deskundigen zeggen dat dit niet genoeg is.

Kritiek van ondernemersorganisaties

VNO-NCW Midden en VNO-NCW Brabant Zeeland zeggen dat het kabinet netcongestie als een nationale crisis moet behandelen. Dit betekent dat netuitbreiding topprioriteit moet worden, met extra middelen, vereenvoudigde procedures en samenwerking tussen overheid, netbeheerders en bedrijven. Ondernemers wijzen erop dat netcongestie een bedreiging is voor de economische groei, werkgelegenheid en de energietransitie zelf.

De kritiek is terecht. Als bedrijven niet kunnen uitbreiden vanwege netcongestie, dan groeit de economie niet. Als bedrijven verhuizen naar het buitenland vanwege netcongestie, dan verliest Nederland werkgelegenheid en belastinginkomsten. En als bedrijven niet kunnen investeren in duurzame energie vanwege netcongestie, dan vertraagt de energietransitie.

Bovendien wijzen ondernemers erop dat netcongestie een gevolg is van regeringsbeleid. Het kabinet heeft de energietransitie als topprioriteit gesteld en bedrijven aangemoedigd om over te stappen op duurzame energie en elektrische voertuigen. Maar het kabinet heeft niet genoeg geΓ―nvesteerd in de netinfrastructuur die nodig is om deze transitie mogelijk te maken. Dit is een klassieke mismatch tussen doelstellingen en middelen.

Mogelijke oplossingen

Er zijn meerdere mogelijke oplossingen voor netcongestie. Ten eerste meer investeringen in netuitbreiding. Dit vereist meer geld, maar ook vereenvoudigde procedures. Momenteel duurt het jaren voordat een nieuwe stroomleiding kan worden aangelegd vanwege milieubeoordelingen, onderhandelingen met gemeenten en andere procedures. Deze kunnen worden vereenvoudigd.

Ten tweede beter beheer van vraag en aanbod. Dit kan door bedrijven aan te moedigen hun energieverbruik aan te passen aan de beschikbare capaciteit. Dit kan via prijsprikkels (hogere stroomtarieven op piekmomenten) of via directe afstemming met netbeheerders. Dit vereist investeringen in slimme meters en software, maar kan helpen om de druk op het netwerk te verlichten.

Ten derde decentralisatie van energieproductie. In plaats van alles van centrales af te halen, kunnen bedrijven en huishoudens meer zelf produceren via zonnepanelen en windmolens. Dit vermindert de druk op het netwerk. Dit vereist investeringen in batterijen en andere opslagtechnologieΓ«n.

Ten vierde betere planning en coΓΆrdinatie. Netbeheerders, gemeenten, bedrijven en de overheid moeten beter samenwerken om netuitbreiding te plannen en uit te voeren. Dit kan via regionale energietafels en betere informatieuitwisseling.

De komende jaren zal netcongestie waarschijnlijk erger worden voordat het beter wordt. De vraag naar elektriciteit groeit sneller dan het netwerk kan worden uitgebreid. Dit zal leiden tot meer aansluitstops, meer vertraging en meer bedrijven die verhuizen naar regio's met betere netcapaciteit.

Het kabinet zal moeten kiezen: ofwel massaal investeren in netuitbreiding en vereenvoudigde procedures, ofwel accepteren dat de energietransitie vertraagt en bedrijven naar het buitenland verhuizen. Dit is een strategische keuze met grote gevolgen voor de economie, werkgelegenheid en de energietransitie.

Voor bedrijven in Utrecht is het advies duidelijk: zorg nu al voor duidelijkheid over je energiebehoefte en neem contact op met Stedin om te zien of een aansluiting mogelijk is. Wacht niet tot juli, want dan kunnen aansluitstops van kracht worden. Overweeg ook alternatieven als zonnepanelen, batterijen of energiebesparing om je afhankelijkheid van het netwerk te verminderen.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: Regionaal β€” Utrecht. Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.