Actiegroep blokkeert Betuweroute: miljoenenschade voor logistiek en industrie
Activisten van Geef Tegengas hebben maandagmiddag de Betuweroute geblokkeerd. De 160 kilometer lange spoorlijn vervoert 30 procent van Nederlands spoorgoederenvervoer. Bedrijven in logistiek, chemie en voeding ondervinden directe schade.
Ongeveer 25 activisten van de actiegroep Geef Tegengas hebben maandagmiddag geprobeerd de Betuweroute te bezetten. Enkele demonstranten hebben zich vastgeketend aan het spoor, waardoor het goederenvervoer op een van Nederlands belangrijkste transportroutes verstoord is geraakt. Dit is niet de eerste blokkade: de actiegroep heeft in de afgelopen twee jaar meermaals dezelfde route geblokkeerd, telkens met tientallen activisten.
De Betuweroute is een 160 kilometer lange spoorlijn die Rotterdam via Arnhem met Duitsland verbindt. Dagelijks passeren honderden goederentreinen deze route, waarvan velen containers vervoeren van en naar de haven van Rotterdam. Ongeveer 30 procent van al het Nederlandse spoorgoederenvervoer maakt gebruik van deze lijn. Een blokkade van enkele uren leidt binnen korte tijd tot verstoringen in de supply chain van bedrijven die afhankelijk zijn van just-in-time-levering.
Geef Tegengas voert actie tegen het goederenvervoer en de uitstoot van diesellocomotieven. De groep stelt dat spoorgoederenvervoer schadelijk is voor het milieu en de gezondheid van omwonenden. Zij eisen dat het vervoer van goederen per spoor wordt verminderd en dat de overheid meer investeert in duurzame vervoersalternatieven. Dit standpunt staat in schril contrast met het officiële beleid: in het Klimaatakkoord is afgesproken dat het aandeel van spoorgoederenvervoer moet toenemen van ongeveer 10 procent naar 15 procent in 2030.
Betuweroute: onderbenut na miljardininvestering
De Betuweroute werd in 2007 geopend na jaren van voorbereiding en investeringen van meer dan 1,5 miljard euro. Het doel was het goederenvervoer van de weg af te halen en naar het spoor over te brengen, om zo files en vervuiling in Nederland te verminderen. De route zou een belangrijk onderdeel worden van de Europese transportcorridor van Rotterdam naar Genua en verder naar Italië.
In de praktijk is de Betuweroute echter niet het succes geworden dat was voorzien. Het vervoer per spoor groeit langzamer dan verwacht, en veel goederen worden nog steeds per vrachtwagen vervoerd. De route is weliswaar voorzien van bovenleiding voor elektrische treinen, maar veel spoorwegmaatschappijen gebruiken nog steeds diesellocomotieven. Dit komt doordat elektrische treinen duurder zijn in aanschaf en onderhoud, en omdat spoorwegmaatschappijen voorzichtig zijn met grote investeringen. Diesellocomotieven zijn flexibeler: zij kunnen op elk moment worden ingezet, zonder afhankelijkheid van de beschikbaarheid van elektriciteit.
De onderbenutting van de Betuweroute is een voortdurend probleem. Hoewel de capaciteit voor honderden treinen per dag beschikbaar is, rijden er gemiddeld slechts enkele tientallen treinen per dag. Dit betekent dat de investeringen van 1,5 miljard euro niet optimaal worden benut. Voor de Nederlandse overheid en de spoorwegmaatschappijen is dit een frustratie, omdat de route een cruciaal onderdeel van de logistieke infrastructuur zou moeten zijn.
Directe gevolgen voor bedrijven
De blokkade van de Betuweroute heeft directe gevolgen voor bedrijven die afhankelijk zijn van spoorgoederenvervoer. Logistieke bedrijven kunnen treinen niet op tijd afleveren, wat leidt tot vertragingen in de supply chain. Voor bedrijven die just-in-time-productie hanteren, kan een vertraging van enkele uren al leiden tot stilstand van de productie en verlies van omzet.
De impact is het grootst voor bedrijven in de chemie, staal, voeding en automotive. Deze sectoren zijn sterk afhankelijk van spoorgoederenvervoer voor de aanvoer van grondstoffen en de afvoer van eindproducten. Een vertraging van één dag kan voor een groot bedrijf betekenen dat miljoenen euro's aan productie verloren gaan. Voor kleinere bedrijven kan een blokkade van enkele uren al ernstige gevolgen hebben.
In Gelderland zijn de gevolgen bijzonder groot. De provincie herbergt belangrijke industriële clusters, waaronder chemische fabrieken in de regio Arnhem-Nijmegen, staalfabrieken en voedingsbedrijven. Deze bedrijven zijn sterk afhankelijk van de Betuweroute voor hun logistieke operaties. Een blokkade treft dus niet alleen bedrijven in Rotterdam of Amsterdam, maar ook Gelderse ondernemers direct.
Logistieke bedrijven moeten snel alternatieven zoeken. Sommige goederen kunnen per vrachtwagen worden vervoerd, maar dit is duurder en trager. Voor zware goederen zoals staal en chemicaliën is vrachtwagentransport vaak niet haalbaar. Bedrijven moeten afwachten tot de blokkade wordt opgeheven, wat onzekerheid creëert en kosten oplevert. Spoorwegmaatschappijen als NS Cargo en Captrain Nederland zijn afhankelijk van de Betuweroute en lijden schade door blokkades, maar hebben beperkte mogelijkheden om tegen de blokkades op te treden.
Gevolgen voor de haven van Rotterdam
De blokkade heeft ook gevolgen voor de haven van Rotterdam. De haven verwerkt jaarlijks meer dan 500 miljoen ton goederen, waarvan een groot deel per spoor wordt vervoerd. Een blokkade van de Betuweroute leidt tot opstopping in de haven, omdat containers niet kunnen worden afgevoerd. Dit kan leiden tot extra opslagkosten en vertragingen in de afhandeling van schepen.
Voor de Nederlandse economie als geheel is de blokkade schadelijk. Nederland is een transitland voor goederenvervoer tussen Noordwest-Europa en Duitsland. Een verstoring van de Betuweroute kan leiden tot vertragingen in de hele Europese supply chain. Dit kan gevolgen hebben voor bedrijven in Duitsland, Frankrijk en andere landen die afhankelijk zijn van goederenvervoer via Nederland. Duitse bedrijven, die veel goederen via Rotterdam importeren en exporteren, kunnen last hebben van vertragingen en extra kosten.
Elektrificatie als kernkwestie
Een kernpunt van kritiek van Geef Tegengas is dat veel goederentreinen nog steeds door diesellocomotieven worden getrokken. Dit is terecht: diesellocomotieven zijn schadelijk voor het milieu en de gezondheid. Elektrische treinen zijn veel schoner en efficiënter. Echter, de elektrificatie van het goederenvervoer is een langzaam proces.
De overheid kan de elektrificatie van het goederenvervoer versnellen door subsidies te verstrekken voor de aanschaf van elektrische treinen en door regelgeving in te voeren die diesellocomotieven ontmoedigt. Dit zou echter kosten met zich meebrengen en kan leiden tot hogere tarieven voor spoorgoederenvervoer, wat bedrijven kan treffen. Spoorwegmaatschappijen zullen moeten investeren in nieuwe treinen, wat miljarden euro's kost. Deze kosten zullen deels worden doorberekend aan klanten, wat kan leiden tot hogere transportkosten voor bedrijven.
De elektrificatie van het goederenvervoer zal versneld moeten worden om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen. Dit vereist investeringen van miljarden euro's en samenwerking tussen overheid, spoorwegmaatschappijen en bedrijven. De blokkades door Geef Tegengas kunnen als katalysator dienen voor deze noodzakelijke veranderingen, maar kunnen ook bedrijven schaden die afhankelijk zijn van spoorgoederenvervoer.
Positie van de overheid
De Nederlandse overheid heeft zich tot nu toe terughoudend opgesteld ten aanzien van de blokkades. De politie treedt op tegen activisten die zich vastketenen of het spoor blokkeren, maar de overheid heeft niet aangekondigd dat zij strengere maatregelen zal nemen. Dit staat in contrast met andere landen, waar de overheid sneller ingrijpt tegen blokkades van kritieke infrastructuur.
De blokkade roept vragen op over het recht op protest en de gevolgen daarvan voor bedrijven. Activisten hebben het recht om hun mening uit te drukken en te protesteren tegen beleid dat zij schadelijk vinden. Dit recht is in de Nederlandse grondwet verankerd. Tegelijkertijd hebben bedrijven recht op ongestoorde bedrijfsvoering en kunnen zij schade lijden door blokkades. De vraag is hoe deze rechten tegen elkaar moeten worden afgewogen.
Een mogelijke aanpak is dat de overheid de dialoog aangaat met Geef Tegengas en duidelijk maakt welke maatregelen zij neemt om het goederenvervoer duurzamer te maken. Dit kan leiden tot minder blokkades en meer steun voor het spoorgoederenvervoer als duurzaam alternatief. Tegelijkertijd moet de overheid duidelijk maken dat blokkades van kritieke infrastructuur niet acceptabel zijn en dat zij handhaving zal toepassen.
Vooruitzicht: meer blokkades waarschijnlijk
De blokkade van de Betuweroute door Geef Tegengas zal waarschijnlijk niet het laatste incident zijn. De actiegroep heeft aangekondigd dat zij verdere acties zal ondernemen als de overheid niet snel maatregelen neemt om het goederenvervoer per spoor te verminderen en de elektrificatie te versnellen. Dit kan leiden tot verdere blokkades en verstoringen van het goederenvervoer.
Voor bedrijven is het belangrijk om zich bewust te zijn van de risico's van blokkades en hun supply chain robuuster in te richten. Dit kan inhouden: diversificatie van transportmodi, opbouw van voorraden, en samenwerking met logistieke partners om alternatieven te vinden. De onzekerheid rond de Betuweroute zal waarschijnlijk aanhouden zolang de overheid niet duidelijk maakt hoe zij het goederenvervoer duurzamer wil maken en hoe zij blokkades van kritieke infrastructuur zal aanpakken.
De blokkades brengen ook een paradox aan het licht: Geef Tegengas protesteert tegen diesellocomotieven en wil meer duurzaamheid, maar door blokkades van spoorgoederenvervoer te organiseren, ondermijnt de groep het vertrouwen in spoor als transportmiddel. Dit kan ertoe leiden dat bedrijven vaker kiezen voor vrachtwagentransport, wat schadelijker is voor het milieu dan spoorvervoer, zelfs met diesellocomotieven. Dit is contraproductief voor de klimaatdoelstellingen die Geef Tegengas nastreeft.
De Nederlandse overheid zal moeten bepalen hoe zij omgaat met deze blokkades. Een sterke handhaving kan de blokkades voorkomen, maar kan ook tot escalatie leiden. Een dialoog met Geef Tegengas kan tot begrip en samenwerking leiden, maar vereist ook concrete maatregelen van de overheid. De komende maanden zullen cruciaal zijn voor het bepalen van de koers.