Subsidies

Alpacaboeren bouwen zelf wolfwerende hekken na subsidieweigering vanwege gemeentegrens

Alpacaboeren René en Sandra Verhoef uit Everdingen mogen vanwege wolven hun 94 dieren niet onbewaakt naar buiten laten. De subsidie voor wolfwerende hekken krijgen zij niet omdat zij net buiten de subsidiebegrenzingen van hun gemeente wonen.

R door Redactie ondernemers.net · 6 min lezen · Bron: Regionaal — Utrecht
Alpacaboeren wonen nét op verkeerde plek voor subsidie, dus bouwen ze zelf maar wolfwerende hekken
Alpacaboeren wonen nét op verkeerde plek voor subsidie, dus bouwen ze zelf maar wolfwerende hekken Foto: RTV Utrecht
Deel

René en Sandra Verhoef runnen een alpacaboerderij in Everdingen met 94 dieren. Sinds wolven zich in Nederland hebben gevestigd, kunnen de dieren niet meer vrijuit grazen. Zonder oppassers moeten de alpaca's binnen blijven of onder constant toezicht. Dit beperkt niet alleen de welzijn van de dieren, maar ook de bedrijfsvoering van de ondernemers. Toen zij advies kregen om wolfwerende rasters te plaatsen, leek een subsidie voor de hand te liggen. Maar vanwege een administratieve grens krijgen zij geen geld van de overheid. Daarom pakken Verhoef en zijn vrouw zelf de gereedschappen op.

De terugkeer van wolven in Nederland is een relatief recent fenomeen. De eerste wolf werd in 2015 waargenomen in Drenthe. Sindsdien zijn wolven geleidelijk uitgebreid naar andere provincies. In 2024 en 2025 zijn wolven ook waargenomen in Utrecht en omgeving. Dit heeft geleid tot een toename van aanvallen op schapen, geiten, alpaca's en andere vee. Volgens het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) zijn er jaarlijks honderden aanvallen op vee door wolven, vooral in gebieden waar wolven zich vestigen.

De Nederlandse overheid erkent het probleem en heeft verschillende regelingen ingesteld om veehouders te helpen. De belangrijkste is de Subsidieregeling Wolfschade en Wolfpreventie, beheerd door provincies en soms door gemeenten. Deze regeling voorziet in financiële steun voor wolfwerende hekken, rasters, nachtopvang van dieren en schadevergoeding voor gedode dieren. De subsidie kan tot 80 procent van de kosten dekken, met een maximum per project.

Het probleem waar Verhoef tegenaan loopt, is dat subsidieregelingen vaak gebonden zijn aan geografische grenzen. Sommige gemeenten en provincies hebben aparte regelingen, met verschillende voorwaarden en grenzen. Vijfheerenlanden, waar Everdingen onder valt, heeft blijkbaar een andere regeling dan omliggende gemeenten. Dit leidt tot situaties waarin boeren net buiten de subsidiebegrenzingen vallen en geen steun krijgen, terwijl boeren enkele kilometers verderop wel recht hebben op subsidie.

Dit is een klassiek probleem in het Nederlandse subsidiebeleid: regelingen zijn vaak gefragmenteerd over meerdere overheden, wat leidt tot ongelijke behandeling en bureaucratische obstakels. Voor ondernemers betekent dit dat zij veel tijd moeten besteden aan het navigeren door verschillende regelingen, het indienen van aanvragen en het omgaan met afwijzingen. In het geval van Verhoef betekent het dat hij zelf moet betalen voor beschermingsmaatregelen die in andere gemeenten door de overheid worden gefinancierd.

Wolfschade in Nederland groeit

De komst van wolven in Nederland is een gevolg van natuurherstel en migratiepatronen. Wolven zijn in de 19de eeuw uit Nederland verdwenen door jacht en habitatverlies. In de afgelopen twee decennia zijn wolven vanuit Duitsland en Polen teruggekeerd naar Nederland. Dit is ecologisch gezien positief — wolven helpen ecosystemen in balans te houden — maar voor veehouders brengt het risico's mee.

Aanvallen op vee door wolven zijn in Nederland nog relatief zeldzaam vergeleken met landen als Frankrijk, Italië en Spanje, waar wolven al langer aanwezig zijn. Maar het aantal aanvallen neemt toe. In 2024 werden in Nederland meer dan 200 aanvallen op vee door wolven geregistreerd, vooral op schapen en geiten. Alpaca's worden minder vaak aangevallen, maar zijn niet immuun. De dieren zijn groter en kunnen zich beter verdedigen dan schapen, maar een hongerige wolf kan ook alpaca's aanvallen.

De economische impact van wolfschade is aanzienlijk. Veehouders moeten investeren in wolfwerende hekken, wat duizenden euro's kan kosten per hectare. Een wolfwerend hek moet minstens 1,2 meter hoog zijn en goed onderhouden worden. Voor grotere bedrijven met veel weiland kan dit een forse investering betekenen. Daarnaast kunnen veehouders niet meer gebruik maken van goedkope nachtopvang in schuren — dieren moeten 's nachts binnenblijven of onder toezicht grazen.

De Europese Commissie erkent dit probleem en heeft richtlijnen opgesteld voor coëxistentie tussen wolven en veehouderij. Lidstaten worden aangemoedigd om veehouders financieel te steunen bij preventieve maatregelen. Nederland volgt deze richtlijnen, maar de uitvoering verschilt per provincie en gemeente. Dit leidt tot ongelijkheid.

Subsidieregeling gefragmenteerd

De Subsidieregeling Wolfschade en Wolfpreventie in Nederland is niet één landelijke regeling, maar een verzameling van provinciale en lokale regelingen. Elke provincie bepaalt zelf de voorwaarden, maximale bedragen en geografische grenzen. Sommige provincies hebben ook gemeentelijke varianten. Dit fragmentatie leidt tot situaties zoals die van Verhoef.

In Utrecht is de regeling beheerd door de provincie, maar de uitvoering gebeurt deels via gemeenten. Vijfheerenlanden, waar Everdingen onder valt, heeft blijkbaar een beperktere regeling dan bijvoorbeeld Utrecht-stad of andere delen van de provincie. Dit kan te maken hebben met budget, prioriteiten of historische redenen.

Voor veehouders is dit frustrerend. Zij moeten uitzoeken welke regeling voor hen geldt, welke voorwaarden er zijn, en of zij kwalificeren. Als zij afgewezen worden, hebben zij weinig mogelijkheden om bezwaar te maken. De subsidie wordt gezien als een gunst, niet als een recht.

Verhoef's besluit om zelf wolfwerende hekken te bouwen, is een rationele reactie op deze situatie. In plaats van tijd en energie te besteden aan het aanvechten van de subsidieweigering, pakt hij zelf de gereedschappen op. Dit is kenmerkend voor veel ondernemers: zij nemen zelf initiatief in plaats van op de overheid te wachten. Maar het betekent ook dat Verhoef zelf de volledige kosten draagt, terwijl boeren in andere gemeenten gefinancierd worden.

Gevolgen voor alpacaboeren en kleine veehouders

De situatie van Verhoef is niet uniek. In heel Nederland zijn honderden kleine veehouders — schapenboerenboeren, geitenhouders, alpacaboeren — geconfronteerd met wolven en moeten zij investeren in beschermingsmaatregelen. Voor veel van deze ondernemers zijn de kosten substantieel.

Alpacaboerderijen zijn vaak kleinschalige bedrijven met 50 tot 200 dieren. De dieren worden gehouden voor wol, vlees, of als hobby- en trekdieren. Veel alpacaboeren zijn niet primair landbouwers, maar ondernemers die alpaca's als bedrijfstak hebben gekozen. Voor hen zijn de kosten van wolfwering extra pijnlijk, omdat alpaca's niet de primaire inkomstenbron zijn.

De investering in wolfwerende hekken kan voor een bedrijf met 94 alpaca's oplopen tot 10.000 tot 20.000 euro, afhankelijk van de omvang van het weiland en de kwaliteit van het hek. Met een subsidie van 80 procent zou Verhoef slechts 2.000 tot 4.000 euro hoeven betalen. Zonder subsidie moet hij het volledige bedrag zelf dragen. Dit kan het verschil betekenen tussen winstgevendheid en verlies.

Bovendien heeft de wolf ook indirecte kosten. Verhoef kan zijn alpaca's niet meer onbewaakt laten grazen, wat betekent dat hij meer tijd moet besteden aan toezicht. Dit kost arbeid en beperkt de flexibiliteit van het bedrijf. Ook kan het welzijn van de dieren lijden onder beperkte bewegingsvrijheid.

Voor grotere veehouders, vooral schapenboerenboeren, zijn de gevolgen nog ernstiger. Schapen zijn veel kwetsbaarder voor wolven dan alpaca's. Een wolf kan in één nacht tientallen schapen doden. Voor schapenboerenboeren is wolfwering niet optioneel, maar noodzakelijk. Zonder subsidie kunnen veel kleine schapenboerenboeren niet overleven.

Vooruitzicht en mogelijke oplossingen

De situatie van Verhoef wijst op een groter probleem in het Nederlandse subsidiebeleid: fragmentatie en ongelijke behandeling. Als wolven zich verder uitbreiden in Nederland — wat waarschijnlijk is — zullen meer veehouders geconfronteerd worden met deze problemen.

Er zijn enkele mogelijke oplossingen. Ten eerste zou de Nederlandse overheid kunnen kiezen voor één landelijke subsidieregeling voor wolfwering, met uniforme voorwaarden en grenzen. Dit zou ongelijkheid voorkomen en administratie vereenvoudigen. Ten tweede zouden gemeenten kunnen worden gestimuleerd om hun regelingen op elkaar af te stemmen, zodat veehouders niet tegen grenzen aanlopen. Ten derde zou de subsidie kunnen worden verhoogd naar 100 procent voor kleine bedrijven, om de drempel te verlagen.

Verhoef's zelfbouw-aanpak is creatief, maar niet duurzaam. Op lange termijn hebben veehouders professionele ondersteuning en financiering nodig om met wolven te kunnen coëxisteren. Dit vereist een meer gecoördineerde en inclusieve benadering van de overheid.

De komst van wolven in Nederland is onvermijdelijk en ecologisch waardevol. Maar dit betekent niet dat veehouders alleen moeten worden gelaten met de gevolgen. Een goed beleid erkent dat coëxistentie tussen wolven en veehouderij mogelijk is, maar wel investeringen vereist. Regelingen zoals die van Verhoef moeten eerder de uitzondering zijn dan de regel.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: Regionaal — Utrecht. Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.
R

Redactie ondernemers.net

De redactie van ondernemers.net brengt dagelijks nieuws voor Nederlandse ondernemers, op basis van publieke databronnen zoals het CIR (faillissementen), RVO (subsidies), CBS (sectorcijfers) en officiële persberichten.