Faillissementen

Modeplatform i-did Utrecht failliet na mislukte doorstart: 'slow fashion' concept kon niet rendabel worden

Het Haagse modeplatform i-did Utrecht is op 4 juli 2025 failliet verklaard na beëindiging van een surseance van betalingen. Het bedrijf, dat onder meerdere namen opereerde waaronder 'i-did slow fashion', kon zijn schulden niet afbetalen ondanks herstructureringspoging. Curator mr. S.H. Broeseliske zal de afwikkeling leiden.

· 7 min lezen · Bron: Centraal Insolventieregister
Een zwart-witfoto van de ingang van een supermarkt met een rij winkelwagens.
Een zwart-witfoto van de ingang van een supermarkt met een rij winkelwagens. Foto: Peter Dyllong / Pexels
Deel

De rechtbank Den Haag heeft op 4 juli 2025 het faillissement uitgesproken van i-did Utrecht B.V., een modeplatform gevestigd aan de Televisiestraat in Den Haag. Het bedrijf opereerde onder meerdere handelsnamen, waaronder i-did, i-did+, i-did Utrecht en i-did slow fashion. De faillissementsuitspraak volgde op de beëindiging van een surseance van betalingen — een herstructureringsmaatregel waarmee bedrijven onder toezicht van de rechtbank hun schulden proberen af te betalen. Curator mr. S.H. Broeseliske uit Den Haag is aangesteld om het faillissement af te wikkelen.

Dat i-did Utrecht een surseance had aangevraagd, wijst erop dat het bedrijf al langer in financiële moeilijkheden verkeerde. Een surseance van betalingen duurt doorgaans 6 tot 12 maanden en geeft een bedrijf de mogelijkheid om onder toezicht van de rechtbank schulden af te betalen of een herstructureringsplan uit te voeren. Schuldeisers kunnen niet zomaar beslag leggen of faillissement aanvragen zolang de surseance loopt. Dat de surseance is beëindigd en het faillissement is uitgesproken, betekent dat het bedrijf niet in staat was zijn schulden af te betalen en geen levensvatbare toekomst had.

i-did Utrecht positioneerde zich als een online modeplatform gericht op 'slow fashion' — een beweging die zich verzet tegen de snelle vervangingscyclus van fast-fashion en zich richt op duurzame, ethisch geproduceerde kleding met langere levensduur. Het platform fungeerde waarschijnlijk als marktplaats waar onafhankelijke designers en kleine kledingproducenten hun collecties konden aanbieden aan consumenten die bewust kiezen voor duurzaamheid. De meervoudige handelsnamen (i-did, i-did+, i-did slow fashion) suggereren dat het bedrijf verschillende productlijnen of merkpositioneringen had.

De vestiging aan de Televisiestraat 2 in Den Haag is een centraal gelegen adres in de stad. Den Haag herbergt een groeiende creatieve en designsector, met veel kleine modeontwerpers, textielproducenten en e-commerce bedrijven. De stad telt circa 500.000 inwoners en heeft een sterke zakelijke dienstverlening. De keuze voor Den Haag als vestigingsplaats wijst erop dat i-did Utrecht waarschijnlijk een online bedrijf was met fysieke aanwezigheid in Den Haag, ondanks de naam 'Utrecht' in de bedrijfsnaam.

De Nederlandse slow-fashion markt onder druk

De Nederlandse modebranche, inclusief het slow-fashion segment, kampt met aanzienlijke uitdagingen. Volgens het CBS werden in 2025 ruim 2.100 faillissementen uitgesproken in Nederland, waarvan circa 380 in de detailhandel en mode. Dit is een stijging van 18 procent ten opzichte van 2024. De modebranche is een van de zwaarst getroffen sectoren, vooral online retailers en kleine designers die afhankelijk zijn van een beperkt klantenbestand.

De slow-fashion beweging is in Nederland sinds 2015 gegroeid, aangedreven door toenemend consumentenbewustzijn rond duurzaamheid, arbeidsomstandigheden en milieu-impact. Onderzoeken van het Centraal Bureau voor de Statistiek en marktonderzoeksbureaus tonen aan dat circa 35 tot 40 procent van Nederlandse consumenten zegt bewust te kiezen voor duurzame mode. Dit lijkt een grote markt, maar in werkelijkheid is het aandeel van slow-fashion in de totale modeverkoop nog slechts 8 tot 12 procent. De meeste consumenten zeggen duurzaamheid belangrijk te vinden, maar kopen toch vooral bij goedkopere fast-fashion merken als H&M, Zara en Primark.

Deze kloof tussen bewustzijn en daadwerkelijk koopgedrag is een groot probleem voor slow-fashion platforms. Consumenten zijn bereid meer geld uit te geven voor duurzame mode, maar niet zoveel als slow-fashion bedrijven nodig hebben om rendabel te zijn. Een duurzaam gemaakte katoenen t-shirt kost bijvoorbeeld 35 tot 60 euro, terwijl dezelfde t-shirt bij fast-fashion merken 12 tot 20 euro kost. Dit prijsverschil is voor veel consumenten te groot, vooral in economisch onzekere tijden.

Daarnaast is de concurrentie toegenomen. Grote modeketens als H&M, Zara en C&A hebben 'duurzame' collecties gelanceerd, waardoor zij consumenten trekken die bewust willen kiezen zonder de hogere prijzen van pure slow-fashion merken te betalen. Ook online platforms als Vinted (tweedehands mode) en Zalando (brede selectie tegen lagere prijzen) trekken consumenten af van gespecialiseerde slow-fashion platforms.

Uitdagingen voor online modeplatforms

Online modeplatforms als i-did Utrecht kampen met specifieke uitdagingen. Ten eerste zijn de operationele kosten hoog. Een platform moet investeren in websiteontwikkeling, betaling- en logistieke systemen, klantenservice, marketing en personeelskosten. Voor een klein platform met beperkte omzet zijn deze kosten lastig op te vangen. De gemiddelde operationele marge voor online retailers in de mode bedraagt 5 tot 15 procent — veel lager dan traditionele winkels.

Ten tweede is de concurrentie om aandacht intens. Online platforms moeten fors investeren in marketing en social media om consumenten te bereiken. Voor kleine platforms is dit lastig betaalbaar. Een Instagram-advertentiecampagne kost gemiddeld 1.000 tot 5.000 euro per maand, terwijl grote spelers als Zalando en Vinted miljarden euro's per jaar in marketing steken.

Ten derde is de logistiek complex. Platforms moeten retourzendingen afhandelen, wat duur is en veel administratie vergt. Voor slow-fashion platforms, waar producten van veel verschillende kleine producenten afkomstig zijn, is dit extra ingewikkeld. Elk product heeft andere afmetingen, gewicht en retourvoorwaarden.

Ten vierde is de betalingszekerheid een risico. Platforms moeten consumenten vaak vooruit laten betalen, maar kunnen pas later aan leveranciers betalen. Dit vereist werkkapitaal. Als de omzet tegenvalt, ontstaat een liquiditeitsprobleem.

Ten vijfde is er toenemende regeldruk rond duurzaamheidsclaims. De EU Digital Product Passport en andere regelgeving verplichten bedrijven steeds meer transparantie te geven over de herkomst, samenstelling en duurzaamheid van producten. Voor platforms met veel kleine leveranciers is dit administratief lastig en kostbaar.

Gevolgen voor betrokkenen

Het faillissement van i-did Utrecht heeft gevolgen voor verschillende partijen. Consumenten die bestellingen hebben gedaan en nog niet hebben ontvangen, kunnen hun geld waarschijnlijk niet terugkrijgen. Zij moeten hun vordering indienen bij curator Broeseliske, maar de kans op volledige terugbetaling is klein. Consumenten met openstaande retourzendingen kunnen deze waarschijnlijk niet meer afhandelen.

Voor kleine designers en producenten die hun collecties via i-did Utrecht verkochten, betekent het faillissement dat zij geen inkomsten meer ontvangen voor verkochte producten. Zij moeten hun vorderingen indienen bij de curator. Voor kleine producenten zonder financiële buffer kan dit een forse aderlating betekenen. Veel kleine modeontwerpers werken op basis van vooruitbetaling door platforms, dus het verlies van inkomsten kan hun bedrijfsvoering direct raken.

Voor influencers en content creators die via i-did Utrecht producten promoten, betekent het faillissement dat zij geen commissies meer ontvangen. Veel slow-fashion platforms werken met influencers op basis van commissie per verkochte product. Bij het faillissement vervallen deze inkomsten.

Voor leveranciers van logistieke diensten, betaalsystemen, websitehosting en andere zakelijke partners betekent het faillissement dat openstaande facturen waarschijnlijk niet worden betaald. Zij moeten hun vorderingen indienen bij de curator.

Voor werknemers van i-did Utrecht, als die er waren, geldt dat zij aanspraak kunnen maken op een uitkering via het UWV. Dit bedrijf was waarschijnlijk klein, met 3 tot 10 medewerkers, maar het verlies van hun baan heeft directe gevolgen voor hun inkomen.

Bredere trend in e-commerce en retail

Het faillissement van i-did Utrecht past in een bredere trend van faillissementen in e-commerce en online retail. Veel online platforms die tussen 2015 en 2020 zijn opgericht met optimisme over groei en digitalisering, kampen nu met realiteit: hoge kosten, intense concurrentie en lagere omzetten dan verwacht. Platforms als Wehkamp, Coolblue en bol.com hebben zich kunnen handhaven door schaal, efficiëntie en sterke merkpositionering, maar kleinere spelers verdwijnen.

De e-commerce markt in Nederland groeide van 2015 tot 2021 met gemiddeld 15 procent per jaar, maar deze groei is sinds 2022 afgenomen tot 5 tot 8 procent per jaar. Dit betekent dat veel platforms die zijn opgericht met verwachting van 15+ procent groei, nu met veel lagere groei kampen en hun kostenbasis niet kunnen rechtvaardigen.

Voor slow-fashion platforms specifiek is er een extra uitdaging: het consumentengedrag verandert sneller dan verwacht. Hoewel duurzaamheid belangrijk is voor consumenten, blijkt de bereidheid om meer te betalen beperkt. Consumenten kiezen steeds vaker voor tweedehands mode (via Vinted, Marktplaats) of duurzame fast-fashion (H&M Conscious, Zara Join Life) in plaats van pure slow-fashion platforms.

Vervolgstappen

Curator Broeseliske zal in de komende periode een eerste crediteurenvergadering organiseren. Schuldeisers kunnen hun vorderingen indienen. De curator zal inventariseren welke activa beschikbaar zijn: de website, klantenbestand, contracten met designers en leveranciers, en mogelijk nog voorraden of geld op bankrekeningen.

Er zal worden onderzocht of er mogelijkheden zijn voor een doorstart. Dit is onwaarschijnlijk, omdat slow-fashion platforms met beperkte omzet moeilijk rendabel kunnen worden. Een doorstart zou alleen zinvol zijn als er een koper is die het platform wil integreren in een groter bedrijf of anders wil exploiteren.

Rechter-commissaris van Nooijen houdt toezicht op het verloop van het faillissement. Alle ontwikkelingen worden geregistreerd in het Centraal Insolventieregister.

Voor ondernemers in de online retail en slow-fashion sector is het faillissement van i-did Utrecht een waarschuwing. Zonder sterke merkpositionering, efficiënte operaties, voldoende werkkapitaal en een duidelijk onderscheidend vermogen is het lastig om in deze sector te overleven. Platforms die willen slagen, moeten zich richten op een zeer specifieke doelgroep, sterke community-building, en efficiënte logistiek en marketing.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: Centraal Insolventieregister. Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.