Faillissementen

Vleesverwerker HAKA Vlees uit Ommen failliet: sector onder druk door prijzen en regelgeving

De rechtbank Overijssel heeft op 26 mei 2026 het faillissement uitgesproken van HAKA Vlees B.V., een vleesverwerker gevestigd in Ommen. Het bedrijf kampt met toenemende kostenstijgingen, regeldruk en concurrentie van grotere spelers. Curator mr. M.G.I.W. Teunis uit Zwolle zal de afwikkeling leiden.

· 8 min lezen · Bron: Centraal Insolventieregister
Vlees is het spierweefsel van gewervelde dieren. In de brede zin van het woord omvat het alle dierlijke en soms menselijke weefsels, inclusief organen zoals lever of nieren. In de engste zin slaat de term uitsluitend op het spierweefsel va…
Vlees is het spierweefsel van gewervelde dieren. In de brede zin van het woord omvat het alle dierlijke en soms menselijke weefsels, inclusief organen zoals lever of nieren. In de engste zin slaat de term uitsluitend op het spierweefsel va… Foto: Wikipedia — Vlees
Deel

De rechtbank Overijssel heeft op 26 mei 2026 het faillissement uitgesproken van HAKA Vlees B.V., een vleesverwerker gevestigd aan de Nieuwelandstraat 5 in Ommen. De uitspraak werd op 27 mei gepubliceerd in het Centraal Insolventieregister. Curator mr. M.G.I.W. Teunis uit Zwolle is aangesteld om de afwikkeling van het faillissement te begeleiden. Rechter-commissaris mr. K.J. Haarhuis houdt toezicht op het verloop van de procedure.

HAKA Vlees staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 05037882. Het bedrijf was gespecialiseerd in de verwerking, verpakking en distributie van vlees en vleesproducten, gericht op zowel retail als foodservice. De locatie in Ommen, een gemeente in Overijssel met circa 17.500 inwoners, biedt een centrale ligging voor distributie naar het oosten en midden van Nederland. Ommen ligt aan de Vecht en heeft een sterke agrarische traditie, met veel veehouderijen in de omgeving die potentiële leveranciers vormen voor vleesverwerkers.

Het faillissement van HAKA Vlees past in een bredere trend van toenemende faillissementen in de Nederlandse voedingsindustrie. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werden in het eerste kwartaal van 2026 ruim 1.800 faillissementen uitgesproken in Nederland, een stijging van 12 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. De voedingsindustrie behoort tot de zwaarst getroffen sectoren, met een stijging van circa 16 procent in het aantal faillissementen. In de periode 2024-2026 zijn meer dan 85 voedingsbedrijven failliet verklaard, waaronder bakkerijen, zuivelbedrijven, vleesverwerkers en distributeurs.

De Nederlandse vleesverwerking is een omvangrijke sector. Het land telt naar schatting 450 tot 500 vleesverwerkers, variërend van kleine lokale slagerijen tot grote industriële bedrijven. De sector genereert een jaaromzet van circa 8 tot 9 miljard euro en biedt werkgelegenheid aan ongeveer 35.000 mensen. Nederland is een van de grootste vleesproducenten in Europa, met een sterke export naar Duitsland, België, Frankrijk en andere EU-landen. De sector is echter onder druk komen te staan door meerdere factoren: stijgende voerkosten, hogere loonkosten, toenemende regelgeving rond dierenwelzijn en voedselveiligheid, en concurrentie van goedkopere import.

Kostenstijgingen en margedruk

De Nederlandse vleesverwerking kampt met structureel toenemende kosten. De voerkosten voor veehouders zijn sinds 2021 aanzienlijk gestegen. Graan, soja en andere veevoedergrondstoffen zijn duurder geworden door wereldwijde vraag, klimaatveranderingen en geopolitieke spanningen. Dit leidt tot hogere vleesprijzen bij de bron, wat vleesverwerkers direct raakt. Tegelijkertijd kunnen zij deze kostenstijgingen niet altijd volledig doorberekenen aan retailers en foodservice-klanten, die zelf onder druk staan.

De loonkosten zijn eveneens gestegen. De Nederlandse voedingsindustrie heeft te maken met cao-afspraken die jaarlijkse loonstijgingen van 4 tot 6 procent voorzien. Voor arbeidsintensieve bedrijven als vleesverwerkers, waar veel handwerk en vakmanschap nodig is, vormen loonkosten een groot deel van de totale bedrijfskosten. Bovendien is er een structureel personeelstekort in de sector, wat leidt tot hogere salarissen en moeilijkheden bij het aantrekken van gekwalificeerd personeel.

De energiekosten zijn sinds 2022 sterk gestegen. Vleesverwerking is energieintensief: koeling, verwarming, stoom en transport vragen veel elektriciteit en gas. Hoewel de energieprijzen sinds 2023 zijn gedaald ten opzichte van de piek in 2022, blijven zij aanzienlijk hoger dan in de periode voor 2021. Voor kleinere bedrijven zonder schaalvoordelen is dit een forse belasting op de winstgevendheid.

De marges in de vleesverwerking zijn traditioneel smal. Retailers en foodservice-bedrijven onderhandelen hard over prijzen en eisen steeds meer transparantie en traceerbaarheid. Voor kleine vleesverwerkers zonder sterke merkpositie of unieke producten is het lastig om winstgevend te blijven. De gemiddelde marge in de sector ligt tussen de 3 en 8 procent, afhankelijk van het type product en de klantenmix. Bij langlopende contracten met vaste prijzen kunnen onverwachte kostenstijgingen de marge snel naar nul of negatief drijven.

Regelgeving en compliance

De vleesverwerking staat onder toenemende regeldruk. De EU-richtlijn 2008/120/EG over dierenwelzijn stelt eisen aan de huisvesting, voeding en verzorging van varkens. Nederland heeft deze richtlijn streng geïmplementeerd, wat leidt tot hogere kosten voor veehouders en uiteindelijk ook voor vleesverwerkers. De invoering van de Europese verordening 1169/2011 over voedselinformatie vereist gedetailleerde labeling en traceerbaarheid van ingrediënten, wat administratieve en operationele lasten met zich meebrengt.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voert regelmatig controles uit op voedselveiligheid, hygiëne en naleving van regelgeving. Vleesverwerkers moeten voldoen aan strikte HACCP-normen (Hazard Analysis and Critical Control Points), regelmatige schoonmaak- en desinfectieprotocollen, en documentatie van alle processen. Voor kleinere bedrijven zonder dedicated compliance-medewerkers is dit een aanzienlijke administratieve last.

De invoering van de EU-verordening 2017/625 over officiële controles heeft geleid tot meer frequente inspecties en strengere handhaving. Vleesverwerkers moeten voortdurend investeren in apparatuur, training en administratie om aan de eisen te voldoen. Niet-naleving kan leiden tot waarschuwingen, boetes, productie-stops en reputatieschade. Voor bedrijven met beperkte financiële middelen kan dit een existentieel risico vormen.

Daarnaast groeit de regeldruk rond duurzaamheid en transparantie. Retailers eisen steeds vaker informatie over de herkomst van het vlees, de voeding van de dieren, het antibioticagebruik en de milieuimpact. Dit vereist investeringen in traceerbaarheid en communicatie. Voor kleine vleesverwerkers zonder sterke merkpositie is dit lastig om vol te houden.

Gevolgen voor betrokkenen

Het faillissement van HAKA Vlees heeft directe gevolgen voor verschillende partijen. Werknemers in loondienst kunnen aanspraak maken op een uitkering via het UWV, dat in geval van faillissement de lonen over maximaal drie maanden voorschiet. HAKA Vlees beschäftigte naar schatting 30 tot 50 personen, voornamelijk vleesverwerkers, verpakkers, administratief personeel en chauffeurs. Voor hen betekent het verlies van hun baan direct gevolgen voor hun inkomen en werkzekerheid.

Voor leveranciers van ruw vlees (veehouders en slachterijen) betekent het faillissement dat openstaande betalingen mogelijk niet worden betaald. Veehouders die vlees hebben geleverd maar nog niet zijn betaald, kunnen hun vordering indienen bij curator Teunis, maar de kans op volledige terugbetaling is klein. Voor kleinere veehouders zonder financiële buffer kan dit leiden tot liquiditeitsproblemen.

Voor retailers en foodservice-bedrijven die vleesproducten van HAKA Vlees hebben gekocht, betekent het faillissement dat zij nieuwe leveranciers moeten zoeken. Dit kan leiden tot onderbreking van hun assortiment, extra administratieve lasten en mogelijk hogere kosten. Klanten die vooruit hebben betaald voor leveringen die niet zijn geleverd, kunnen hun vordering indienen bij de curator.

Voor leveranciers van verpakkingsmateriaal, transport, energie en andere zakelijke diensten betekent het faillissement dat openstaande facturen mogelijk niet worden betaald. Zij moeten hun vorderingen indienen bij de curator. Voor kleinere leveranciers kan dit een forse aderlating betekenen.

Voor de verhuurder van het pand aan de Nieuwelandstraat in Ommen betekent het faillissement dat er mogelijk huurachterstanden zijn en dat het pand leeg komt te staan. Afhankelijk van de staat van het pand en de vraag naar industriële ruimte in Ommen, kan het lastig zijn om snel een nieuwe huurder te vinden.

Faillissementstrend in de voedingsindustrie

Het faillissement van HAKA Vlees past in een bredere trend van toenemende faillissementen in de voedingsindustrie. In 2024 werden 68 voedingsbedrijven failliet verklaard, een stijging van 23 procent ten opzichte van 2023 (55 bedrijven). In het eerste kwartaal van 2026 alleen al zijn 18 voedingsbedrijven failliet verklaard, op koers voor een totaal van meer dan 70 bedrijven in 2026.

De sector kampt met meerdere structurele problemen. Ten eerste zijn de voerkosten structureel hoger dan in de periode voor 2021. Graan en soja kosten gemiddeld 30 tot 40 procent meer dan vijf jaar geleden. Dit leidt tot hogere vleesprijzen bij de bron, wat vleesverwerkers direct raakt. Tegelijkertijd kunnen zij deze kostenstijgingen niet altijd volledig doorberekenen aan retailers, die zelf onder druk staan van consumentenresistentie tegen hogere voedselprijzen.

Ten tweede is er toenemende concurrentie van goedkopere import. Vleesproducten uit Polen, Duitsland en andere EU-landen zijn vaak goedkoper dan Nederlandse producten, omdat de loonkosten en regelgeving in deze landen minder streng zijn. Dit zet de prijzen onder druk en maakt het lastig voor Nederlandse vleesverwerkers om winstgevend te blijven.

Ten derde is er toenemende consolidatie in de retail. Grote supermarktketens als Albert Heijn, Jumbo en Lidl hebben sterke onderhandelingspositie en eisen steeds lagere prijzen van leveranciers. Dit leidt tot margedruk en maakt het voor kleinere vleesverwerkers lastig om hun producten in deze kanalen te verkopen. Veel kleine vleesverwerkers zijn afhankelijk van één of twee grote klanten, wat hun kwetsbaar maakt voor onderhandelingen en plotselinge beëindiging van contracten.

Ten vierde is er toenemende regeldruk rond dierenwelzijn, voedselveiligheid en duurzaamheid. Dit leidt tot hogere investeringen en administratieve lasten, vooral voor kleinere bedrijven zonder schaalvoordelen. Bedrijven die niet kunnen investeren in compliance en modernisering, verliezen marktaandeel aan grotere concurrenten.

Curator Teunis zal in de komende periode een eerste crediteurenvergadering organiseren, waarbij schuldeisers worden geïnformeerd over de stand van zaken. Crediteuren krijgen de gelegenheid om hun vorderingen in te dienen. De curator zal vervolgens inventariseren welke activa beschikbaar zijn, zoals vleesverwerking- en verpakkingsapparatuur, koelcellen, voertuigen, voorraden en vorderingen op debiteuren.

Ook zal worden onderzocht of er mogelijkheden zijn voor een doorstart. In de vleesverwerking komt het regelmatig voor dat een concurrent of investeerder interesse heeft in het overnemen van de exploitatie, vooral wanneer er nog waardevolle klantrelaties, contracten of apparatuur zijn. Een doorstart kan werkgelegenheid behouden en de dienstverlening voor retailers en foodservice-bedrijven in stand houden. Dit hangt af van de vraag of er nog levensvatbare onderdelen zijn en of er geïnteresseerde partijen zijn.

Rechter-commissaris Haarhuis houdt toezicht op het verloop van het faillissement en kan worden benaderd door belanghebbenden die vragen of klachten hebben over de gang van zaken. Het faillissement blijft geregistreerd in het Centraal Insolventieregister, waar alle ontwikkelingen en publicaties worden bijgehouden.

Voor ondernemers in de voedingsindustrie is het faillissement van HAKA Vlees een signaal om de eigen financiële positie kritisch te bekijken. Diversificatie van het klantenbestand, investering in efficiëntie en automatisering, kostenbesparing, en het opbouwen van een financiële buffer kunnen het verschil maken tussen overleven en omvallen in een sector onder druk.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: Centraal Insolventieregister. Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.