Hogeschool Utrecht schrapt bindend studieadvies: gevolgen voor werkgevers en stagemarkt
Hogeschool Utrecht schrapt het bindend studieadvies en vervangt het door een dringend advies. Dit kan leiden tot langere studieduren, hogere uitvalpercentages en onzekerheid voor werkgevers die stagiairs en afgestudeerden inplannen. Andere hogescholen handhaven strenger beleid.
De Hogeschool Utrecht (HU) stopt met het bindend studieadvies voor studenten die onvoldoende voortgang boeken. In plaats daarvan voert de school een zogenoemd dringend studieadvies in. Dit betekent dat studenten die na het eerste jaar onvoldoende studiepunten hebben behaald, niet meer automatisch worden uitgeschreven, maar een waarschuwing ontvangen en begeleiding krijgen aangeboden.
Volgens de HU kan het bindend studieadvies bijdragen aan stress en prestatiedruk bij studenten, en houdt het niet altijd voldoende rekening met persoonlijke omstandigheden zoals ziekte, financiΓ«le problemen of psychische belasting. De school stelt dat een dringend advies, gecombineerd met intensievere begeleiding en ondersteuning, een betere aanpak is. Het dringend advies geeft studenten meer tijd en ruimte om hun studie af te ronden, zonder het risico van automatische uitschrijving.
De Hogeschool Utrecht is een van de grootste hogescholen in Nederland met ongeveer 35.000 studenten. Jaarlijks schrijven zich circa 8.400 eerstejaars in voor bachelorstudia. Het bindend studieadvies gold voor studenten die na het eerste jaar minder dan 45 studiepunten (van de 60 studiepunten per jaar) hadden behaald. Deze studenten kregen een bindend advies om hun studie te staken. Wie niet aan het advies voldeed, werd uitgeschreven.
De invoering van het dringend studieadvies betekent dat deze drempel komt te vervallen. Studenten die onvoldoende voortgang boeken, krijgen intensievere begeleiding en ondersteuning, maar kunnen hun studie voortzetten. Dit geeft hen meer tijd om hun studie af te ronden, maar kan ook leiden tot langere studieduren en hogere uitvalpercentages op latere momenten.
Landelijk beleid: bindend advies nog steeds norm
De beslissing van de HU staat in contrast met het beleid van veel andere Nederlandse hogescholen. Het bindend studieadvies is sinds 2010 een landelijk instrument om studievertraging tegen te gaan en studenten te helpen die niet geschikt zijn voor hun gekozen studie. Het is ingebed in de Wet studiefinanciering en studietoeslagen (WSF), die bepaalt dat hogescholen en universiteiten bindend advies mogen geven aan studenten die onvoldoende voortgang boeken.
De meeste grote hogescholen handhaven het bindend studieadvies. Fontys Hogescholen (Eindhoven), met ongeveer 30.000 studenten, hanteert een bindend advies na het eerste jaar voor studenten met minder dan 45 studiepunten. De Hanzehogeschool (Groningen), met ongeveer 27.000 studenten, hanteert een vergelijkbare regeling. De Hogeschool van Amsterdam (HvA), met ongeveer 36.000 studenten, hanteert een bindend advies na het eerste jaar en een vervolgadvies na het tweede jaar.
De HU is daarmee een uitzondering. Enkele andere hogescholen hebben het bindend advies al eerder afgeschaft of verzwakt. De Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Universiteit Utrecht (UU) hebben het bindend advies al jaren niet meer. Deze universiteiten stellen dat het advies niet aansluit bij de werkelijkheid van studenten en dat intensievere begeleiding en ondersteuning effectiever zijn.
De Hogeschool Utrecht volgt nu het voorbeeld van deze universiteiten. De school stelt dat het bindend advies niet altijd effectief is en dat het kan bijdragen aan stress en prestatiedruk. Onderzoeken van de HU tonen aan dat studenten die een bindend advies ontvangen, vaak in een moeilijke situatie zitten: zij hebben persoonlijke problemen, financiΓ«le moeilijkheden, of zijn niet goed geΓ―nformeerd over hun studieprogramma. Een bindend advies helpt hen niet; intensievere begeleiding en ondersteuning is effectiever.
Gevolgen voor werkgevers en stagemarkt
De afschaffing van het bindend studieadvies heeft gevolgen voor werkgevers die stagiairs en afgestudeerden in dienst nemen. Het bindend advies zorgde voor voorspelbaarheid: werkgevers wisten dat studenten die onvoldoende voortgang boeken, hun studie zouden staken en niet langer beschikbaar zouden zijn als stagiair. Dit maakte het gemakkelijker om stageplekken in te plannen en stagiairs in te werken.
Met het dringend studieadvies vervalt deze voorspelbaarheid. Studenten kunnen langer in hun studie blijven, ook als zij onvoldoende voortgang boeken. Dit kan leiden tot langere studieduren en onzekerheid over wanneer studenten afstuderen. Voor werkgevers betekent dit dat zij niet meer kunnen rekenen op een vaste afstudeertijdschema. Stagiairs kunnen langer in hun stage blijven, wat de planning bemoeilijkt.
Bovendien kan de afschaffing van het bindend advies leiden tot hogere uitvalpercentages op latere momenten. Studenten die in het eerste jaar onvoldoende voortgang boeken, zullen waarschijnlijk ook in latere jaren moeite hebben. Als zij niet worden uitgeschreven na het eerste jaar, kunnen zij langer in hun studie blijven en uiteindelijk toch uitvallen. Dit kan leiden tot hogere totale uitvalpercentages en meer studenten die hun studie niet afmaken.
Voor werkgevers in de regio Utrecht, waar veel bedrijven stagiairs en afgestudeerden van de HU aannemen, kan dit betekenen dat zij minder voorspelbaarheid hebben. Bedrijven in de IT, zorg, onderwijs en administratie zijn afhankelijk van een regelmatige instroom van afgestudeerden van de HU. Als deze instroom onzekerder wordt, kan dit gevolgen hebben voor hun personeelsplanning en bedrijfsvoering.
FinanciΓ«le gevolgen voor de HU
De afschaffing van het bindend studieadvies heeft ook financiΓ«le gevolgen voor de HU. De bekostiging van hogescholen is gebaseerd op het aantal afgestudeerden, niet op het aantal ingeschrevenen. Als studenten langer in hun studie blijven, kost dit de HU geld. De school moet immers meer begeleiding en ondersteuning bieden, terwijl de bekostiging niet toeneemt.
Bovendien kan de afschaffing van het bindend advies leiden tot hogere uitvalpercentages. Studenten die langer in hun studie blijven zonder voldoende voortgang te boeken, zullen waarschijnlijk uiteindelijk toch uitvallen. Dit betekent dat de HU minder afgestudeerden heeft, wat leidt tot lagere bekostiging. Het DUO-systeem (Dienst Uitvoering Onderwijs) bekostigt hogescholen op basis van het aantal afgestudeerden per jaar. Als dit aantal daalt, daalt ook de bekostiging.
De HU zal daarom moeten investeren in betere begeleiding en ondersteuning om ervoor te zorgen dat studenten hun studie afmaken. Dit vereist extra middelen voor studiebegeleiders, mentoren en ondersteunend personeel. De school zal deze kosten moeten opvangen uit haar bestaande budget, tenzij zij extra subsidies ontvangt van de overheid.
Landelijke trend: meer aandacht voor studentenwelzijn
De afschaffing van het bindend studieadvies past in een bredere landelijke trend naar meer aandacht voor studentenwelzijn en mentale gezondheid. Onderzoeken tonen aan dat stress, angst en depressie onder studenten zijn toegenomen. Het bindend studieadvies kan bijdragen aan deze problemen, omdat het studenten onder druk zet en hen kan ontmoedigen.
De Hogeschool Utrecht stelt dat intensievere begeleiding en ondersteuning een betere aanpak is. Dit sluit aan bij aanbevelingen van onderzoeksinstituties en studentenorganisaties. Het Nederlands Studentendekanaat (NSD) en de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) hebben gepleit voor afschaffing van het bindend advies en meer aandacht voor begeleiding en ondersteuning.
Andere hogescholen volgen dit voorbeeld. De Hogeschool van Amsterdam (HvA) heeft in 2024 het bindend advies verzwakt en meer nadruk gelegd op begeleiding. De Hogeschool Leiden heeft in 2025 een nieuw begeleidingsprogramma ingevoerd voor studenten met onvoldoende voortgang. Deze trend wijst op een verschuiving van punitieve maatregelen (bindend advies) naar ondersteunende maatregelen (begeleiding en ondersteuning).
Vooruitzicht en vervolgstappen
De Hogeschool Utrecht zal het dringend studieadvies invoeren vanaf het academisch jaar 2026-2027. Dit geeft studenten die momenteel in het eerste jaar zitten, meer zekerheid. Zij weten dat zij niet automatisch worden uitgeschreven als zij onvoldoende voortgang boeken.
De school zal tegelijkertijd investeren in betere begeleiding en ondersteuning. Dit omvat meer studiebegeleiders, mentoren, psychologische ondersteuning en financiΓ«le hulp. De HU zal ook de communicatie met studenten verbeteren, zodat zij beter begrijpen wat van hen wordt verwacht en welke ondersteuning beschikbaar is.
Voor werkgevers in de regio Utrecht is het belangrijk om zich bewust te zijn van deze verandering. De instroom van stagiairs en afgestudeerden van de HU kan veranderen. Bedrijven zullen hun personeelsplanning mogelijk moeten aanpassen en meer flexibiliteit moeten inbouwen. Tegelijkertijd kunnen zij profiteren van beter begeleide en ondersteunde studenten, die mogelijk beter voorbereidt zijn op het arbeidsproces.
De komende jaren zullen uitwijzen of het dringend studieadvies effectief is. De HU zal de resultaten monitoren en eventueel bijstellen. Andere hogescholen zullen waarschijnlijk ook kijken naar de ervaringen van de HU en overwegen of zij soortgelijke maatregelen willen nemen.