Personeel & HR

Werkgevers eisen halt aan AOW-plannen: 'Afspraak is afspraak'

Werkgeversorganisatie VNO-NCW weigert mee te werken aan kabinetsplannen voor een hogere AOW-leeftijd en bezuinigingen op werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Voorzitter Coen van Oostrom stelt dat het Pensioenakkoord van 2019 bindend is en eist dat het AOW-onderwerp 'in de ijskast' gaat. Vakbonden dreigen met landelijke acties.

Β· 7 min lezen Β· Bron: NOS Economie (DEMO)
Werkgevers willen geen hogere AOW-leeftijd en andere ingrepen in sociale zekerheid
Werkgevers willen geen hogere AOW-leeftijd en andere ingrepen in sociale zekerheid Foto: leeftijd en andere ingrepen in soci
Deel

Werkgeversorganisatie VNO-NCW weigert mee te werken aan de kabinetsplannen voor aanpassingen in de sociale zekerheid. In een interview met De Telegraaf stelt nieuwe voorzitter Coen van Oostrom dat de AOW-leeftijd niet sneller mag stijgen dan in 2019 was afgesproken, en dat bezuinigingen op werkloosheidsuitkeringen (WW) en arbeidsongeschiktheidsverzekering (WIA) nu niet aan de orde zijn. "Afspraak is afspraak", zegt Van Oostrom. "Mijn voorgangers hebben daar hun handtekening onder gezet. Ik voel me er dus absoluut aan gecommitteerd."

De stellingname van VNO-NCW markeert een breekpunt in de onderhandelingen tussen werkgevers, vakbonden en kabinet over de toekomst van de Nederlandse sociale zekerheid. Het kabinet wil de AOW-leeftijd sneller laten stijgen dan in het Pensioenakkoord van 2019 was vastgesteld, en wil daarnaast de werkloosheidsuitkering verkorten en de arbeidsongeschiktheidsverzekering verslechteren. Deze maatregelen zouden jaarlijks miljarden euro's besparen, maar stuiten op massaal verzet van zowel werkgevers als vakbonden.

Van Oostrom maakt duidelijk dat VNO-NCW voorlopig ook geen alternatieve ingrepen in de AOW wil bespreken, zoals het verhogen van de pensioenpremies of het vergroten van de eigen bijdrage van gepensioneerden. "Misschien dat we ooit in het kader van ons belastingstelsel kunnen praten over die fiscalisering van de AOW. Maar nu moet het hele onderwerp AOW in de ijskast, doe die ijskast op slot en vries de sleutel in."

De weigering van VNO-NCW is opmerkelijk omdat werkgeversorganisaties traditioneel voorzichtiger zijn met het stellen van ultimatums dan vakbonden. Dat VNO-NCW nu zo stellig optreedt, wijst op de ernst waarmee het bedrijfsleven de huidige economische situatie beoordeelt. Van Oostrom noemt als redenen voor deze houding de oorlog in het Midden-Oosten, opnieuw oplopende inflatie en problemen met het volle stroomnet. "We hebben veel grotere problemen op dit moment", aldus de VNO-NCW-voorzitter.

Het Pensioenakkoord van 2019

Het Pensioenakkoord van 2019 was het resultaat van jarenlange onderhandelingen tussen werkgevers, vakbonden, verzekeraars en het kabinet. Het akkoord legde vast hoe de Nederlandse pensioenstelsel zou worden hervormd en moderniseerd. Een cruciaal onderdeel was de afspraak dat de AOW-leeftijd minder hard zou stijgen dan voorheen was gepland. In plaats van dat de AOW-leeftijd automatisch zou meestijgen met de levensverwachting, werd afgesproken dat de stijging zou worden vertraagd en dat werknemers meer tijd zouden krijgen om zich aan te passen.

De AOW-leeftijd zou volgens het akkoord in 2025 op 67 jaar en 3 maanden uitkomen, en zou daarna nog slechts zeer geleidelijk verder stijgen. Dit was een concessie van het kabinet aan werkgevers en werknemers, die beiden bezorgd waren over de gevolgen van een snelle stijging van de pensioenleeftijd. Voor werknemers in zware beroepen, zoals in de bouw en logistiek, is een hogere AOW-leeftijd bijzonder belastend. Voor werkgevers betekent het dat zij langer werknemers moeten employen die fysiek minder belastbaar worden.

Het Pensioenakkoord van 2019 was ook een compromis op het gebied van pensioenbijdragen en uitkeringen. Werkgevers en werknemers zouden beiden meer bijdragen aan het pensioenstelsel, maar de uitkeringen zouden ook beter worden beschermd tegen inflatie. Dit akkoord werd gezien als een historisch moment, omdat het voor het eerst in decennia lukte om werkgevers, vakbonden en kabinet op één lijn te krijgen over pensioenen.

De kabinetsplannen van 2026

Het huidige kabinet wil echter afwijken van het Pensioenakkoord van 2019. Het kabinet stelt voor om de AOW-leeftijd sneller te laten stijgen, zodat deze in 2030 al op 68 jaar zou uitkomen in plaats van 67 jaar en 3 maanden. Dit zou betekenen dat ongeveer 1,2 miljoen werknemers die nu tussen de 45 en 55 jaar oud zijn, langer moeten doorwerken dan zij hadden verwacht. Voor veel werknemers, vooral in fysiek zware beroepen, is dit een aanzienlijke belasting.

Daarnaast wil het kabinet de werkloosheidsuitkering verkorten van 2 jaar naar 1 jaar voor werknemers ouder dan 57,5 jaar. Dit zou betekenen dat ongeveer 180.000 werklozen per jaar minder lang recht hebben op een uitkering. Ook wil het kabinet de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WIA) verslechteren door de uitkeringsduur te beperken en de uitkeringshoogte te verlagen. Dit zou ongeveer 220.000 mensen met een arbeidsbeperking treffen.

De financiΓ«le impact van deze maatregelen is aanzienlijk. Volgens berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) zouden de AOW-verhoging, WW-verkorting en WIA-verlaging samen ongeveer 6 miljard euro per jaar besparen. Dit geld zou kunnen worden gebruikt voor belastingverlaging, schuldenafbouw of investeringen in onderwijs en infrastructuur. Het kabinet stelt dat deze besparingen nodig zijn om de overheidsfinanciΓ«n op orde te houden en om investeringen in toekomstgebieden mogelijk te maken.

Vakbonden eisen schrappping van plannen

De vakbonden hebben nog stelliger gereageerd dan VNO-NCW. De FNV, CNV en andere vakbonden eisen dat de kabinetsplannen volledig van tafel gaan. Zij willen pas onderhandelen met het kabinet als de ingrepen in AOW, WW en WIA zijn geschrapt. Als het kabinet hier niet aan tegemoetkomt voor het einde van mei 2026, volgen er landelijke acties.

De eerste actie is inmiddels aangekondigd: een staking bij het openbaar vervoer op 24 juni 2026. Dit zou betekenen dat treinen, bussen en trams in heel Nederland stilstaan. Dit zou aanzienlijke gevolgen hebben voor het bedrijfsleven, omdat veel werknemers niet naar hun werk kunnen. Schattingen van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) geven aan dat een volledige staking in het openbaar vervoer de economie ongeveer 300 miljoen euro per dag kost.

De vakbonden hebben ook aangekondigd dat er vervolgacties zullen volgen als het kabinet niet toegeeft. Dit zou kunnen betekenen stakingen in andere sectoren, zoals onderwijs, zorg, energie en haven. Een reeks van stakingen zou de economie ernstig kunnen schaden en zou druk op het kabinet kunnen uitoefenen om de plannen aan te passen.

Economische context: inflatie, energie en Midden-Oosten

De stellingname van VNO-NCW moet worden begrepen tegen de achtergrond van de huidige economische situatie in Nederland. De inflatie, die in 2023 en 2024 op recordhoogte was, is weliswaar gedaald, maar stijgt opnieuw. In mei 2026 bedraagt de inflatie ongeveer 3,2 procent, hoger dan de doelstelling van de Europese Centrale Bank van 2 procent. Dit betekent dat bedrijven en werknemers te maken hebben met stijgende kosten voor grondstoffen, energie en arbeid.

De energiecrisis, die in 2022 en 2023 acuut was, is weliswaar minder ernstig geworden, maar blijft een probleem. Het stroomnet in Nederland is vol, wat betekent dat bedrijven die willen investeren in duurzame energie of elektrificatie, tegen capaciteitsproblemen aanlopen. Dit remt innovatie en investeringen af. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zal Nederland tot 2030 minstens 50 miljard euro moeten investeren in het uitbreiden van het stroomnet.

De oorlog in het Midden-Oosten heeft ook gevolgen voor de Nederlandse economie. Handelswegen worden verstoord, energieprijzen kunnen stijgen, en bedrijven moeten voorzichtiger zijn met investeringen. Veel Nederlandse bedrijven zijn afhankelijk van internationale handel, en onzekerheid over geopolitieke situaties leidt tot voorzichtigheid.

Van Oostrom stelt dat het kabinet zich eerst moet richten op het vergroten van de "weerbaarheid" van Nederland: het versterken van de financiΓ«le positie, het oplossen van energieproblemen en het waarborgen van economische stabiliteit. Pas daarna, stelt hij, kan het kabinet gaan bezuinigen op sociale zekerheid.

Gevolgen voor werkgevers en werknemers

De impasse tussen kabinet, werkgevers en vakbonden heeft gevolgen voor zowel bedrijven als werknemers. Voor werkgevers betekent de onzekerheid dat zij moeilijker kunnen plannen. Veel bedrijven willen investeren in nieuwe technologie, uitbreiding of innovatie, maar de onzekerheid over de toekomst van de sociale zekerheid en de dreiging van stakingen maakt dit lastig.

Voor werknemers is de situatie nog ongunstiger. Zij moeten rekening houden met mogelijke stakingen, wat hun inkomsten kan aantasten. Tegelijkertijd dreigen zij te worden geconfronteerd met een hogere AOW-leeftijd, kortere werkloosheidsuitkeringen en slechtere arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Dit creΓ«ert onzekerheid en angst, vooral onder werknemers die dicht bij de pensioenleeftijd zijn.

Voor sectoren die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer, zoals detailhandel, horeca en diensten, zou een staking op 24 juni aanzienlijke gevolgen hebben. Veel werknemers kunnen niet naar hun werk, en klanten kunnen niet naar winkels en restaurants. Volgens het Koninklijk Horeca Nederland (KHN) zou een volledige staking in het openbaar vervoer de horeca-omzet met ongeveer 8 tot 10 procent doen dalen.

Vooruitzicht: naar een breed akkoord?

Van Oostrom zegt dat hij snel met de vakbonden en het kabinet aan tafel wil zitten. Zijn doel is om tot een integraal "breed akkoord" te komen, vergelijkbaar met het Pensioenakkoord van 2019. Dit zou betekenen dat werkgevers, vakbonden en kabinet gezamenlijk een plan opstellen voor de toekomst van de Nederlandse economie en sociale zekerheid.

De kans op succes is echter onzeker. Het kabinet heeft duidelijk gemaakt dat het de AOW-leeftijd wil verhogen en op sociale zekerheid wil bezuinigen. Werkgevers en vakbonden weigeren hier aan mee te werken. Dit is een fundamenteel verschil van mening dat moeilijk te overbruggen is.

De deadline die de vakbonden hebben gesteld β€” het einde van mei 2026 β€” nadert snel. Als het kabinet niet toegeeft, volgen er stakingen. Dit zou de druk op het kabinet aanzienlijk vergroten, maar het is ook mogelijk dat het kabinet volhardt in zijn plannen en de stakingen accepteert.

De komende weken zullen cruciaal zijn. Het is de vraag of Van Oostrom en de vakbonden erin slagen het kabinet aan tafel te krijgen en of er een compromis kan worden bereikt. Het alternatief β€” een reeks van stakingen en economische schade β€” is voor niemand aantrekkelijk.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: NOS Economie (DEMO). Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.