Personeel & HR

Overheid kent miljoen Nederlanders in nood, maar wacht tot zij zelf hulp vragen

De Nederlandse overheid beschikt over gegevens om miljoen burgers in financiële nood op te sporen, maar wacht af tot zij zelf hulp aanvragen. Dit leidt tot gemiste kansen en spiralen van schuld, armoede en gezondheidsklachten, concludeert de Nationale ombudsman in het jaarverslag 2025.

· 7 min lezen · Bron: NOS Economie (DEMO)
Nationale ombudsman: overheid weet wie hulp nodig heeft, maar grijpt niet in
Nationale ombudsman: overheid weet wie hulp nodig heeft, maar grijpt niet in Foto: Nationale ombudsman
Deel

De Nationale ombudsman, de Kinderombudsman en de Veteranenombudsman ontvingen in 2025 in totaal 25.000 klachten en signalen van burgers. Dit aantal is stabiel gebleven ten opzichte van voorgaande jaren, maar de aard van de klachten wijst op een hardnekkig probleem: burgers begrijpen overheidsberichten niet, krijgen geen contact met instanties, en missen regelingen waar zij recht op hebben omdat de overheid niet proactief naar hen toe gaat.

Ombudsman Reinier van Zutphen stelt vast dat het gebrek aan initiatief niet voortkomt uit onwetendheid. "De overheid weet al heel lang wat er moet gebeuren", zegt Van Zutphen. "Soms is het geldgedreven, omdat ze moeten bezuinigen. Dan gaan ze ervan uit dat niet iedereen die aanspraak mag maken op iets, zich ook meldt." Dit is een bewuste keuze: de overheid verlaat zich erop dat burgers zelf hun weg naar regelingen vinden, in plaats van hen proactief te benaderen.

De gevolgen zijn aanzienlijk. Burgers die in financiële nood verkeren, missen ondersteuning waar zij recht op hebben. Dit leidt tot schuldenspiralen, gezondheidsklachten en onderwijsachterstanden bij kinderen. De ombudsman wijst erop dat gezondheid in deze groepen "te wensen overlaat" en dat de impact op gezinnen "enorm" is. Voor ondernemers en werkgevers betekent dit ook indirect gevolgen: werknemers in financiële stress presteren slechter, nemen vaker ziektedag, en hebben minder focus op hun werk.

Het Noodfonds Energie als voorbeeld van falen

Van Zutphen noemt het Tijdelijk Noodfonds Energie als concrete voorbeeld van hoe de overheid haar doelgroep mist. Dit fonds werd in 2025 voor de derde keer opengesteld en was bedoeld om huishoudens met een lager inkomen en een relatief hoge energierekening te helpen. De voorwaarde: aanvragen via DigiD, het digitale inlogmiddel van de overheid.

Dit is een kritieke drempel. Niet alle burgers beschikken over digitale vaardigheden of hebben toegang tot een computer en internet. Ouderen, laaggeletterde personen en migranten zonder Nederlands hebben vaak moeite met DigiD-aanvragen. Bovendien vereist het systeem actieve actie van de burger: zij moeten zelf weten dat het fonds bestaat, zelf de aanvraag indienen, en zelf alle vereiste documenten verzamelen. "Degenen die het hardst nodig hebben, die komen niet aan de beurt", concludeert Van Zutphen.

De energiecrisis van 2022-2024 heeft veel huishoudens getroffen. Energieprijzen verdubbelden of verdrievoudigden, waardoor gezinnen met lage inkomens tot 30-40 procent van hun netto-inkomen aan energie moesten besteden. Het Noodfonds Energie bood financiële hulp, maar alleen voor diegenen die het wisten en zich konden aanmelden. Onderzoek van het Sociaal Planbureau (SCP) uit 2024 toonde aan dat slechts 35-40 procent van de gerechtigde huishoudens daadwerkelijk steun ontving. Dit betekent dat 60-65 procent van de doelgroep buiten de boot viel.

Waarom de overheid niet proactief werkt

De overheid beschikt over voldoende gegevens om burgers in nood op te sporen. Belastingdienst, UWV, gemeenten en zorginstellingen hebben informatie over inkomens, werkloosheid, schulden en gezondheid. Technisch gezien zou het mogelijk zijn om deze gegevens te combineren en burgers automatisch te benaderen met aanbiedingen van hulp.

Dat gebeurt echter niet op grote schaal. De redenen zijn divers. Ten eerste: bezuinigingen. In april 2025 kondigde het kabinet aan de proactieve benadering van bijstandsgerechtigden terug te schroeven. Dit zou jaarlijks enkele miljoenen euro's besparen. De logica: als je minder actief mensen benadert, zullen minder mensen aanspraak maken op regelingen. Dit is een vorm van "selectie door inactiviteit" — de overheid verlaat zich erop dat niet alle gerechtigden zich melden, waardoor de uitgaven lager uitvallen.

Ten tweede: organisatorische versnippering. Veel regelingen vallen onder verschillende ministeries, gemeenten en uitvoeringsorganisaties. De Belastingdienst beheert inkomstengegevens, gemeenten beheren bijstandsregelingen, UWV beheert werkloosheidsuitkeringen, en zorginstellingen beheren gezondheidsgegevens. Deze organisaties werken niet altijd goed samen, waardoor een integraal beeld van een huishouden ontbreekt.

Ten derde: privacyzorgen. Het combineren van gegevens uit verschillende bronnen roept privacyvragen op. Hoewel dit technisch en juridisch mogelijk is, aarzelen veel organisaties om dit te doen zonder expliciete toestemming van burgers.

Ten vierde: cultuur. De overheid is traditioneel reactief ingesteld: burgers dienen aanvragen in, en de overheid verwerkt deze. Een proactieve benadering vereist een cultuurverandering, waarbij de overheid zelf initiatief neemt en burgers benadert. Dit vereist andere vaardigheden, andere processen en andere incentives.

Gemeenten die het wel doen

De ombudsman ziet echter ook voorbeelden van gemeenten en organisaties die burgers wél proactief benaderen. Deze gemeenten informeren burgers over regelingen waar zij gebruik van kunnen maken, of bieden hulp automatisch aan zonder dat burgers zelf een aanvraag hoeven in te dienen.

Een voorbeeld is de gemeente Utrecht, die in 2023 een proactief beleid invoerde voor kinderarmoede. De gemeente identificeerde gezinnen met lage inkomens en bood automatisch hulp aan via schoolmaaltijden, kleding en huiswerkbegeleiding. Dit leidde tot een toename van deelname van ongeveer 40 procent ten opzichte van het traditionele aanvraagmodel. Een ander voorbeeld is Amsterdam, dat in 2024 een proactief systeem invoerde voor energiehulp: burgers met lage inkomens ontvingen automatisch een voucher voor energiebesparing zonder zelf aanvraag in te dienen.

Deze voorbeelden tonen aan dat proactiviteit werkt. Deelname stijgt, bereik verbetert, en burgers voelen zich beter ondersteund. Echter, deze aanpak gebeurt nog niet op grote schaal. De meeste gemeenten en organisaties werken nog steeds volgens het traditionele reactieve model.

Gevolgen voor gezinnen en kinderen

De gevolgen van het gebrek aan proactiviteit zijn ernstig. Burgers in financiële nood komen in schuldenspiralen terecht. Schulden groeien uit tot onbetaalbaarheid, wat leidt tot incasso, loonbeslag en uiteindelijk schuldsaneringsregelingen. Dit proces kan jaren duren en heeft grote impact op gezinnen.

Voor kinderen zijn de gevolgen bijzonder ernstig. Onderzoek van het SCP (2024) toont aan dat kinderen in arme gezinnen vaker schoolverzuim hebben, lagere schoolresultaten behalen, en meer gezondheidsklachten hebben. Armoede in de kinderjaren heeft langetermijneffecten: deze kinderen hebben later lagere inkomens, hogere werkloosheid, en meer gezondheidsklachten als volwassenen. Dit leidt tot intergenerationele armoede.

De gezondheidseffecten zijn ook aanzienlijk. Burgers in financiële stress hebben meer stress-gerelateerde aandoeningen, depressie, angststoornissen en chronische ziekten. Dit leidt tot hogere zorgkosten, meer ziekenhuisopnames en meer uitval in het arbeidsproces. Voor werkgevers betekent dit meer ziekteverzuim en lagere productiviteit.

De maatschappelijke kosten zijn aanzienlijk. Onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) uit 2023 schat dat de maatschappelijke kosten van armoede en schulden in Nederland jaarlijks 8-10 miljard euro bedragen. Dit omvat directe kosten (uitkeringen, schuldhulp) en indirecte kosten (gezondheid, onderwijs, criminaliteit). Dit is een veelvoud van wat de overheid zou besparen door niet proactief te werken.

Wat moet veranderen

Volgens Van Zutphen is het belangrijk dat "de muurtjes bij de overheid verdwijnen". De overheid moet zich reorganiseren zodat zij weet wat er speelt in een huishouden en in een gezin. Dit vereist:

**Integratie van gegevens**: De overheid moet gegevens uit verschillende bronnen (Belastingdienst, UWV, gemeenten, zorginstellingen) kunnen combineren om een integraal beeld van burgers te krijgen. Dit moet gebeuren onder strikte privacyregels en met toestemming van burgers.

**Proactieve benadering**: De overheid moet niet wachten tot burgers aanvragen indienen, maar moet zelf contact opnemen met burgers die hulp nodig hebben. Dit kan via brieven, telefoongesprekken, of digitale berichten.

**Vereenvoudiging van regelingen**: Veel regelingen zijn ingewikkeld en moeilijk te begrijpen. De overheid moet regelingen vereenvoudigen en de administratieve last voor burgers verminderen.

**Digitale inclusie**: Niet alle burgers zijn digitaal vaardig. De overheid moet alternatieve kanalen bieden (telefoon, post, persoonlijk contact) voor burgers die niet digitaal kunnen aanvragen.

**Organisatorische verandering**: De overheid moet van een reactieve naar een proactieve cultuur overgaan. Dit vereist andere vaardigheden, andere processen, andere incentives en ander leiderschap.

Gevolgen voor ondernemers

De conclusies van de ombudsman hebben ook gevolgen voor ondernemers. Werknemers in financiële nood presteren slechter, nemen vaker ziektedag, en hebben minder focus. Dit leidt tot lagere productiviteit en hogere personeelskosten. Bovendien: als werknemers in schuldenspiralen terechtkomen, kunnen zij hun werk verliezen, wat weer leidt tot werkloosheid en verdere armoede.

Voor ondernemers in de sociale sector (schuldhulp, maatschappelijk werk, kinderopvang) biedt de situatie echter ook kansen. Als de overheid meer gaat investeren in proactieve hulp, zullen deze organisaties meer werk krijgen. Ook kunnen ondernemers zelf initiatieven nemen om burgers in hun buurt te helpen, bijvoorbeeld door informatie over regelingen beschikbaar te stellen of door samenwerking met gemeenten.

De ombudsman roept het kabinet op om prioriteit te geven aan proactiviteit. De bezuinigingen op proactieve benadering moeten worden teruggedraaid. In plaats daarvan moet de overheid investeren in gegevensintegratie, digitale inclusie en organisatorische verandering.

De komende maanden zullen belangrijk zijn. Het kabinet zal een nieuw begroting moeten opstellen voor 2027. Dit is een moment om keuzes te maken: investeren in proactiviteit, of doorgaan met het huidige reactieve model. De ombudsman heeft duidelijk gemaakt wat de kosten zijn van inactiviteit. Nu is het aan het kabinet om te kiezen.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: NOS Economie (DEMO). Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.