Personeel & HR

Kabinet schrapt snellere AOW-verhoging: gat van 2,7 miljard euro per jaar na 2033

Het kabinet trekt zijn plan voor snellere verhoging van de AOW-leeftijd in. Dat levert na 2033 een financieel gat op van 2,7 miljard euro per jaar. Minister Vijlbrief hoopt met deze concessie vakbonden terug aan tafel te krijgen voor onderhandelingen over sociale zekerheid.

Β· 7 min lezen Β· Bron: NOS Economie (DEMO)
Snellere verhoging AOW-leeftijd van tafel: 'Ruimte voor rust in polder'
Snellere verhoging AOW-leeftijd van tafel: 'Ruimte voor rust in polder' Foto: leeftijd van tafel
Deel

Het kabinet heeft zijn omstreden plan voor snellere verhoging van de AOW-leeftijd ingetrokken. Het besluit is een concessie aan de vakbonden, die eerder hadden gedreigd met stakingsacties als de maatregel niet van tafel zou gaan. Minister Wouter Vijlbrief van Sociale Zaken hoopt met deze stap onderhandelingen met werknemersorganisaties en werkgeversverenigingen weer op gang te brengen over een breed akkoord over de sociale zekerheid.

Origineel wilde het minderheidskabinet de AOW-leeftijd vanaf 2033 een-op-een laten meestijgen met de gemiddelde levensverwachting. Dit zou betekenen dat de AOW-leeftijd in plaats van om de vijf jaar met enkele maanden, voortaan jaarlijks zou stijgen. De maatregel was bedoeld om de kosten van de vergrijzing in te dammen. Volgens berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) zou de verhoging jaarlijks miljarden euro's besparen op de AOW-uitgaven.

Die besparing valt nu weg. Het financiΓ«le gat dat ontstaat door het schrappen van het plan bedraagt na 2033 netto ruim 2,7 miljard euro per jaar. Hoe dit gat zal worden gedicht, is nog niet bepaald. Het kabinet zal dit later met vakbonden en werkgevers moeten uitwerken. Mogelijke opvangmaatregelen zijn verhogingen van de AOW-premie, verhoging van de inkomstenbelasting, verdere bezuinigingen op andere sociale regelingen of een combinatie daarvan.

De ingetrokken maatregel was al sinds het aantreden van het minderheidskabinet in december 2024 omstreden. Vakbonden als FNV, CNV en ABVAKABO FNV hadden felle kritiek geleverd. Zij stelden dat een snellere verhoging van de AOW-leeftijd vooral laagbetaalde werknemers en mensen in zware beroepen zou treffen, die fysiek niet tot hun 70ste kunnen werken. Ook de Tweede Kamer toonde weinig enthousiasme voor het plan. Fracties van PvdA, GroenLinks, SP en zelfs enkele leden van coalitiepartijen uitten kritiek.

De vakbonden hebben echter niet alleen kritiek op de AOW-verhoging. Zij verzetten zich ook tegen andere bezuinigingsplannen van het kabinet, met name op de werkloosheidsuitkering (WW) en de arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA). Het kabinet wil deze regelingen versoberen door de uitkeringsduur in te korten, de uitkeringshoogte te verlagen en de wachttijden te verlengen. Deze maatregelen zouden jaarlijks circa 1,2 miljard euro opleveren.

In plaats van eenzijdig bezuinigingen door te voeren, stelt het kabinet nu voor om samen met werkgevers en werknemers aan tafel te gaan zitten om een andere invulling van deze bezuinigingen uit te werken. De totale opbrengst van 1,2 miljard euro blijft wel staan, maar de manier waarop deze wordt bereikt, kan worden aangepast. Dit opent de deur voor onderhandelingen over bijvoorbeeld minder drastische inkorting van uitkeringsduren, maar wel hogere werkgeversbijdragen of aanpassingen in de premiestructuur.

Gevolgen voor werkgevers en zelfstandigen

De ingetrokken AOW-verhoging heeft directe gevolgen voor werkgevers en zelfstandigen. Allereerst betekent het dat werknemers langer kunnen doorwerken zonder gedwongen uit het arbeidsproces te worden gezet. Dit kan voordelig zijn voor bedrijven die moeite hebben met het vervangen van ervaren werknemers, vooral in sectoren met personeelstekorten zoals zorg, onderwijs en techniek. Werknemers kunnen hun kennis en ervaring langer doorgeven aan jongere collega's.

Anderzijds betekent het schrappen van de maatregel dat het kabinet op zoek moet naar andere financieringsbronnen. Dit kan leiden tot hogere werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid. De werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland hebben al gewaarschuwd dat verdere verhogingen van werkgeversbijdragen schadelijk zijn voor de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven. Werkgevers in Nederland betalen al relatief hoge lasten voor sociale zekerheid in vergelijking met buurlanden als BelgiΓ« en Duitsland.

Voor zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) zijn de gevolgen minder direct, maar wel relevant. Veel zzp'ers sparen zelf voor hun pensioen en zijn afhankelijk van hun eigen inkomstenbelasting. Als het kabinet de inkomstenbelasting verhoogt om het gat te dichten, raakt dit ook zelfstandigen. Bovendien kunnen hogere werkgeversbijdragen leiden tot lagere lonen voor werknemers, wat de vraag naar diensten van zzp'ers kan beΓ―nvloeden.

De onzekerheid over hoe het gat zal worden gedicht, creΓ«ert ook bedrijfsrisico. Werkgevers weten niet of zij te maken krijgen met hogere premies, strengere regelgeving of andere maatregelen. Dit kan investeringsbeslissingen uitstellen en bedrijven voorzichtiger maken met het aannemen van personeel.

Historische context: eerdere AOW-hervormingen

De ingetrokken AOW-verhoging is niet de eerste keer dat het kabinet moet buigen voor verzet tegen pensioenhervormingen. In 2012 voerde het kabinet-Rutte I een verhoging van de AOW-leeftijd van 65 naar 66 jaar door, met ingang van 2013. Dit gebeurde zonder veel maatschappelijk verzet, omdat de maatregel geleidelijk werd ingevoerd en de economische crisis van 2008 het belang van bezuinigingen onderstreepte.

In 2019 voerde het kabinet-Rutte III vervolgens een verdere verhoging door naar 67 jaar in 2021, met automatische jaarlijkse verhogingen gekoppeld aan de levensverwachting. Dit plan stuitte op meer verzet, vooral van vakbonden en ouderenorganisaties. Uiteindelijk werd een compromis bereikt waarbij de verhoging minder snel zou gaan dan oorspronkelijk gepland.

De huidige situatie is anders. Het minderheidskabinet heeft geen meerderheid in de Tweede Kamer en is afhankelijk van steun van andere fracties. Dit maakt het moeilijker om omstreden maatregelen door te voeren. Tegelijkertijd zijn de financiΓ«le druk van de vergrijzing en de stijgende AOW-uitgaven reΓ«el. Nederland heeft een van de laagste AOW-leeftijden in Europa. In Duitsland is de AOW-leeftijd 67 jaar, in Frankrijk 64 jaar (met plannen om naar 67 te gaan), en in ItaliΓ« 67 jaar.

De ingetrokken maatregel illustreert de politieke moeilijkheid van pensioenhervormingen. Hoewel de financiΓ«le noodzaak erkend wordt, is het politiek lastig om maatregelen door te voeren die werknemers treffen. Vakbonden hebben aanzienlijke macht, vooral als zij dreigen met stakingsacties. Een staking in de publieke sector of bij vervoersbedrijven kan grote economische schade aanrichten en politieke druk opbouwen.

Onderhandelingen over WW en WIA

De ingetrokken AOW-verhoging opent de deur voor onderhandelingen over de versobering van de WW en WIA. Deze regelingen zijn al jaren onderwerp van discussie. Werkgevers willen lagere premies en meer flexibiliteit, terwijl vakbonden willen dat werknemers beter beschermd zijn tegen werkloosheid en arbeidsongeschiktheid.

De huidige WW-regeling voorziet in een uitkering van maximaal twee jaar voor werklozen, met een uitkeringshoogte van 75 procent van het laatst verdiende loon in het eerste maand en 70 procent daarna. Voor arbeidsongeschikten geldt de WIA, die een uitkering biedt van 70 procent van het loon. Het kabinet wilde deze regelingen versoberen door de uitkeringsduur in te korten naar anderhalf jaar voor WW en de WIA-uitkering te verlagen naar 60 procent.

Deze maatregelen zouden vooral laagbetaalde werknemers en werknemers in sectoren met hoge werkloosheid treffen, zoals bouw, horeca en detailhandel. Vakbonden stellen dat verslechtering van deze regelingen werknemers onnodig onzeker maakt en kan leiden tot meer armoede onder werklozen.

De onderhandelingen zullen waarschijnlijk uitkomen op een compromis. Het kabinet kan bijvoorbeeld de uitkeringsduur minder drastisch inkorten, maar wel de werkgeversbijdragen verhogen. Of het kan de uitkeringshoogte minder verlagen, maar wel strengere eisen stellen aan het zoeken naar ander werk.

FinanciΓ«le gevolgen en alternatieve dekking

Het gat van 2,7 miljard euro per jaar is aanzienlijk. Ter vergelijking: de totale begroting van het ministerie van Onderwijs bedraagt ongeveer 40 miljard euro per jaar. Het gat is dus ongeveer 7 procent van de onderwijsbegroting. Dit geld moet ergens vandaan komen.

De meest waarschijnlijke opvangmaatregelen zijn:

**Verhoging AOW-premie**: De AOW-premie bedraagt momenteel 17,9 procent van het loon (werkgever en werknemer samen). Een verhoging met 0,3 tot 0,5 procentpunt zou ongeveer 1,5 tot 2,5 miljard euro opleveren, afhankelijk van de loongroei. Dit zou echter leiden tot hogere lasten voor werkgevers en werknemers.

**Verhoging inkomstenbelasting**: Een verhoging van de inkomstenbelasting met 0,5 tot 1 procentpunt zou ongeveer 2 tot 3 miljard euro opleveren. Dit zou echter vooral laagbetaalde werknemers treffen.

**Verdere bezuinigingen op sociale regelingen**: Het kabinet zou kunnen kiezen voor verdere bezuinigingen op andere regelingen, zoals de kinderbijslag, huurtoeslag of zorgtoeslag. Dit zou echter veel maatschappelijk verzet oproepen.

**Combinatie van maatregelen**: Het meest waarschijnlijk is dat het kabinet voor een combinatie van maatregelen kiest, bijvoorbeeld een bescheiden verhoging van de AOW-premie, een kleine verhoging van de inkomstenbelasting en verdere bezuinigingen op andere regelingen.

De komende maanden zullen onderhandelingen plaatsvinden tussen het kabinet, vakbonden en werkgeversorganisaties. Het doel is een breed akkoord over de sociale zekerheid bereiken dat draagvlak heeft bij alle partijen. Dit is een ambitieus doel, gegeven de verschillende belangen.

Voor werkgevers en zelfstandigen is het belangrijk dat deze onderhandelingen snel tot resultaat leiden. Onzekerheid over de toekomstige regelgeving en lasten belemmert investeringen en personeelsbeleid. Een duidelijk akkoord zou meer zekerheid bieden.

De ingetrokken AOW-verhoging is een signaal dat het kabinet bereid is compromissen te sluiten. Dit kan positief uitpakken voor onderhandelingen, maar het betekent ook dat andere groepen mogelijk zullen moeten inleveren. De komende maanden zullen uitwijzen hoe deze balans wordt gevonden.

Wat vind je van dit artikel?
Deel
Bron: NOS Economie (DEMO). Correcties of aanvullingen: redactie@ondernemers.net.